Martin wist niet wat er met zijn moeder was, totdat een oom vertelde dat zij een 'moffenmeid' was

EINDHOVEN - Het is een van de laatste grote taboes uit de tweede wereldoorlog: de wraak op vrouwen die heulden met de vijand. En na de bevrijding werden kaalgeschoren of nog erger. Er is nu meer licht op die verhalen. Schrijnende verhalen uit Werkendam en Roosendaal komen nu aan het licht. Bijvoorbeeld het verhaal van Eefje.

Historica en journalist Rianne Oosterom (1992) kwam de verhalen op het spoor en schreef er een boek over: Moffenmeiden. Daarin staat ook het verhaal van de toen 17-jarige Eefje. Ze woonde op een boerderij tussen Werkendam en Nieuwendijk. Ze werd na de bevrijding door mensen van het verzet van het erf gesleurd, vernederd en opgesloten samen met vijf andere meisjes die zouden hebben geheuld met de vijand.

Haar zoon Martin van Drunen wist eigenlijk nooit wat er met zijn moeder aan de hand was. Ze was depressief, slikte medicijnen, maar hoe dat precies kwam, dat zei ze niet. In de Omroep Brabant-talkshow KRAAK. vertelt hij hoe groot de impact van het geheim van zijn moeder was op het gezinsleven.

"Hoe kon het toch dat mijn moeder zo vaak in de put zat" vraagt Martin zich af. Een oom van hem, die jarenlang in Frankrijk woonde, wist het onlangs te vertellen. Het vermoeden was dat Eefje een Duits vriendje had gehad, maar dat hebben ze nooit hard kunnen maken.

NSB'er
Dat haar vader NSB'er was, heeft natuurlijk ook meegespeeld. Martin: "Ze is naar Fort Bakkerskil in Werkendam gebracht. Daar is ze kaalgeschoren en inwendig onderzocht en naar het laat aanzien waarschijnlijk ook misbruikt". Toen ze vrijgelaten werd, vloog ze thuis haar broer Iet in de armen. "Was ik maar een jongen geweest, dan was dit niet gebeurd", heeft ze toen als eerste tegen hem gezegd.

'Meer dan 100.00 slachtoffers'
Er is altijd weinig geschreven over de wraak op vrouwen na de oorlog (1940-1945). Pas In 2006 verscheen een boek van Monika Diederichs. Ze schatte dat er in ons land tussen de 120.000 en 145.000 meisjes slachtoffer waren, op ten minste 118 plekken.

Nader onderzoek van Oosterom bracht een bizarre reeks aan gebeurtenissen aan het licht in Roosendaal. Daar kregen duizenden inwoners al tijdens de oorlog anonieme waarschuwingen van het verzet dat ‘het uur der vergelding zal komen’.

'Lachen om kale koppen'
Na de bevrijding hielden drie Roosendalers een enquête over wat inwoners van zuivering vonden. 7 op 10 mensen stemden in met wraak. Van die mensen die straf wilden, was 70 procent voorstander van kaalknippen. "Kunnen we lachen om die kale koppen", antwoordde een van hen. "Tatoeëer een hakenkruis op hun voorhoofd of het woord mof op de wangen", stelde een ander voor.

Liefde
Een minderheid van de Roosendalers was tegen straf want het is gewoon menselijk, liefde. Ze zagen de moffenmeiden nu weer met de geallieerde bevrijders rondhangen.

Nogal wat inwoners wezen naar meisjes uit de Gasstraat in een arme volkswijk. Rijkere burgers leken er mee weg te komen. Opvallend was dat parochies namenlijsten leverden van vrouwen die kaalgeschoren moesten worden. Arrestanten gingen naar een leegstaande fabriek waar ze werden geschoren door een NSB-kapper. Een aantal van 20 vrouwen wordt genoemd.

Willekeurige slachtoffers
Het was een ‘Subjectieve ad-hoc-zuivering' schrijft Oosterom. Het was toen al onduidelijk waarom de een wél en de ander niet gepakt werd. Uit haar boek wordt duidelijk dat de moffenmeiden geen wetten overtraden. Ze gingen alleen een relatie met iemand aan die tot de vijand behoorde. Straffen was vooral om wraakgevoelens te bevredigen.

Oosterom heeft de indruk dat kaalscheren na de bevrijding vaker voorkwam in het zuiden dan elders in Nederland. Tijdens haar onderzoek kwam ze daar namelijk meer verhalen tegen, onduidelijk is waarom. Ze pleit voor meer onderzoek.