De Bossche School: een goed bewaard geheim maar Brabant staat er vol mee

OOSTERHOUT - Het was in de wederopbouw, de tijd na de Tweede Wereldoorlog. In het Kruithuis in Den Bosch praatte de Benedictijner monnik Dom Hans van der Laan over de nieuwe kerken die in Brabant gebouwd moesten worden. In de loop der jaren luisterden er bijna 250 architecten naar zijn ideeën. Zo ontstond De Bossche School: een stroming in de architectuur die je in heel Brabant, en in heel Nederland, terugvindt. Een expositie vertelt er meer over.

Het Sint Janslyceum in Den Bosch is een voorbeeld net als de Heilige Kruisvindingskerk in Odiliapeel of het woonhuis dat architect Jan de Jong voor zichzelf bouwde in Schaijk. Maar ook stukken van de Haagse Beemden in Breda zijn gebouwd in de stijl van de Bossche School. Aan de andere kant van de provincie, in Ravenstein, vind je vergelijkbare gebouwen. Een lijst op internet noemt bijna 230 plaatsen met gebouwen in de stijl van de Bossche School.

Snel te herkennen maar onbekend
Hoe verschillend ook, het zijn allemaal tamelijk rustige, rechthoekige gebouwen met muren van baksteen en vaak dikke betonen balken boven diepliggende ramen; opsmuk is er niet. Als je het weet, is de Bossche school snel te herkennen. En toch hebben maar weinig mensen er van gehoord.

 

De Vlaamse architect Caroline Voet is een grote liefhebber van de Bossche School.

Caroline Voet is een Belgische architect. Zij schreef een boek over de Bossche School. Ook stelde ze de tentoonstelling samen die nu is te zien in Doornburgh bij Maarssen. Een einde rijden voor veel Brabanders maar de moeite waard.

Een klooster
De plek is niet toevallig. Doornburgh was een klooster. En het gebouw is ontworpen door Dom Hans van der Laan en zijn collega Jan de Jong. Zoals zo veel kloosters is het gevormd om een binnentuin; door de bakstenen pilaren (ook Bossche School) voelt het vertrouwd aan voor een bewoner van (bijvoorbeeld) de Haagse Beemden.

 

De Haagse Beemden in Breda.

 

 

En dezelfde bouwstijl in het klooster in Maarssen.

In die binnentuin vertelt Caroline Voet over Dom Hans van der Laan, de man die aan het begin van de twintigste eeuw architectuur ging studeren in Delft maar die zijn studie nooit afmaakte. Hij vond het maar niets in Delft en werd monnik in de Paulusabdij in Oosterhout.

De Klassiekers
"Maar... Van der Laan bleef een zoeker." Hij kwam terecht in het kledingatelier van de broeders - en heeft zijn hele leven nog kleding ontworpen - maar dacht ook verder over architectuur. Hij verdiepte zich in de klassiekers en begon ook te schrijven. Door de lezingen in het Kruithuis werden zijn ideeën invloedrijk. Het leverde enorme aantallen gebouwen op die op een of andere manier aan elkaar doen denken.

Waarom kennen toch maar zo weinig mensen de Bossche School? Caroline Voet heeft er wel een idee over. "Dom Van der Laan bleef zijn hele leven een religieus mens. Dat maakte hem voor veel mensen conservatief waardoor er ook kritiek op zijn gebouwen was. Maar nu zo veel jaar later, blijken zijn gebouwen vaak heel bruikbaar, heel prettig om in te zijn." Lachend: "En ze staan nu allemaal klaar voor een tweede leven."

 

Een voorbeeld van de sobere gewaden die architect Van der Laan ook ontwierp hangt ook op de tentoonstelling.

 

Een geheim?
Is er een geheim waardoor zo veel van de Bossche School-gebouwen goed aanvoelen? Caroline Voet vertelt over 'het plastisch getal' van Van der Laan. "Hij was er van overtuigd dat de maten van de gebouwen in een speciale verhouding tot elkaar moesten staan. Dan ging het om drie staat tot vier of één staat tot zeven. Er zijn geen wetenschappelijke bewijzen voor maar hij wist zeker dat die verhoudingen het meest menselijk waren. Hij heeft daar veel over geschreven."

 

 

Het huis van architect Jan de Jong in Schaijk.

 

Wie door de expositie in Maarssen loopt, ervaart hoe het is om in een gebouw van de Bossche School te zijn. De brede gangen met schoon metselwerk die gemaakt lijken te zijn om door het gebouw te dwalen, dragen bij aan het gevoel van rust en ruimte. Je kan je voorstellen dat het gebouw voor de kloosterzusters die hier woonden aanvoelde als een degelijke jas; niet heel opvallend maar wel erg comfortabel.

De expositie in Doornburgh duurt tot 1 september.