De pijn is nog steeds voelbaar in Hoogerheide: 'Familie van Jesse heeft levenslang, Julien C. niet'

HOOGERHEIDE - De moord op Jesse Dingemans (8) is bijna dertien jaar geleden, maar de pijn in Hoogerheide is nog steeds voelbaar. Het verlof voor de moordenaar van Jesse komt dan ook hard aan bij de inwoners. Ze begrijpen er niets van.

Het is een komen en gaan op de parkeerplaats van het gemeentehuis, om de hoek van basisschool de Klimop. Dat is de school waar het noodlot op 1 december 2006 genadeloos toesloeg. Op de parkeerplaats staat een boom ter nagedachtenis aan Jesse. Moeders die hun kinderen naar school brengen lopen er voorbij. Oma’s zetten er de kleinkinderen af. Een vader en een moeder die voor hun dochtertje haar eerste paspoort ophalen in het gemeentehuis. En allemaal worden ze er stil van. Stil van het nieuws dat dader Julien C. de tbs-kliniek mogelijk mag verlaten en al op begeleid én onbegeleid verlof is geweest.

Levenslang
“Tsja, wat ik ervan vind?”, herhaalt een vrouw de vraag. “De familie van Jesse heeft levenslang. En hij niet. Maar dat is het rechtssysteem in Nederland. Heel krom.” Een man die voorbij loopt, en hoort waar het gesprek over gaat, loopt snel door. Mensen praten er liever niet over. Het is een wond die telkens weer opengereten wordt.

LEES OOK: Moordenaar Jesse Dingemans (8) mag tbs-kliniek 12 jaar na moord verlaten voor onbegeleid verlof

De vader en moeder die vanuit het gemeentehuis met een roze kinderwagen naar hun auto lopen, kijken peinzend. De man wil graag reageren, want hij vindt het ongelooflijk dat Julien C. op verlof mag, maar alleen anoniem. “Ik wil niet dat hij vrij komt. Van mij mogen ze die man levenslang opsluiten in de gevangenis. Je ziet het met Anne Faber. Die man kreeg ook tbs, was zogenaamd beter, en je ziet wat ervan komt.”

De man is bang dat Julien C. opnieuw in de fout gaat. “Voor hetzelfde geld vermoordt hij weer een kind.” Voor zijn vrouw was het even in het geheugen graven, maar knikt na wat uitleg van haar partner. “Het is ook al zo lang geleden, maar het was vreselijk. Van mij hoeft het ook niet hoor.”

Geen goede zaak
Een andere vrouw die naar haar auto loopt, reageert ontstemd. Zij is ervan overtuigd dat iedereen in het dorp er hetzelfde over denkt: “Niet goed natuurlijk!” Verder wil zij er niets over kwijt.

Even verderop stapt een moeder uit om haar twee kinderen naar school te brengen. Ze geeft meteen aan dat het geen goede zaak is dat C. vrijkomt. “Ik was overblijfmoeder op de Klimop in die tijd. Ik ken de juf bij wie het gebeurd is. Het heeft zoveel impact gehad.”

Kinderen die het toen van dichtbij hebben meegemaakt, hebben nog steeds nachtmerries, weet zij te vertellen. “En als ik nu een zwarte helikopter in de lucht zie, dan vraag ik me af wat er aan de hand is. Hebben ze dan nog steeds niks geleerd? Het kan zo weer fout gaan.” De vrouw wil er verder niets over zeggen. Daar is het te dichtbij voor. “Geen familie hoor. Maar wel dichtbij.” Het gesprek valt stil.

Tweede kans
Een andere man vult aan dat het een heel moeilijke kwestie is. Hij schudt zijn hoofd en zegt dat het tweeledig is. “Van de ene kant moet je iemand een tweede kans geven. Maar van de andere kant moet je zo iemand ver weg stoppen”, zegt hij verontwaardigd met zijn hoofd schuddend. “En vooral voor de ouders is het moeilijk als zo iemand weer vrij rondloopt. Het is dubbel.”