Koninklijke Brabantia: bedacht in Brabant, gemaakt in België

AALST/OVERPELT - Veel 'Brabantser' als merknaam kan eigenlijk niet: Brabantia, wat Latijn is voor Brabant. Eind deze maand bestaat het familiebedrijf honderd jaar. Vrijdag kreeg het jubileum een gouden kroontje toen het bedrijf uit handen van Commissaris van de Koning Wim van de Donk het predicaat koninklijk kreeg. Brabantia is nu vooral bekend als merk van degelijke huishoudspullen. Maar zo begon het in 1919 niet.

In mei 1919 begon de familie Van Elderen in Aalst-Waalre een fabriek voor melkkannen, bakblikken, grote voorraadtonnen, vergieten en trechters. Gemaakt van blik met een laagje zink tegen het roesten. Praktische spullen, die ook goed van pas kwamen tijdens de crisis rond de jaren dertig. Maar ook de landbouwsector en de sigarenindustrie in de omgeving - waar Brabantia de sigarenblikjes voor maakte - waren goede klanten.

Wederopbouw
De zaken van Brabantia namen pas echt een vlucht toen Nederland na de Tweede Wereldoorlog weer opkrabbelde en begon met de wederopbouw. Vooral de voorraadbussen voor koffie, thee en beschuit werden razend populair. En naarmate de welvaart toenam, volgden producten zoals de broodtrommel, strijkplank en droogmolen snel. Maar het meest succesvolle Brabantia-product is nog altijd de pedaalemmer, waarvan er wereldwijd inmiddels tachtig miljoen zijn verkocht.

Inmiddels staat het hoofdkantoor van het bedrijf in Valkenswaard, waar de huishoudelijke spullen worden bedacht en ontwikkeld. De productie gebeurt niet meer in Nederland. Net over de Belgische grens - in Overpelt - heeft Brabantia sinds de jaren zeventig een grote fabriek waar onder meer de pedaalemmers worden gemaakt. In totaal werken er zo'n duizend mensen bij het bedrijf.

Meer over dit onderwerp:
AALST-WAALRE BEDRIJVEN BRABANTIA JUBILEA 100 JAAR