Vrouwenvoetbal zit in de lift, maar er is nog veel te winnen: 'We moeten nu doorpakken'

HELMOND - De oranjekoorts neemt flink toe nu de OranjeLeeuwinnen in de finale van het WK staan. Maar de Nederlandse voetbalsters kregen niet altijd zoveel aandacht. Ze hebben jarenlang moeten strijden voor een gelijke behandeling. En dat doen ze eigenlijk nog steeds. “Het heeft heel lang geduurd voordat we zijn waar we nu zijn. En dat duurde veel te lang”, vertelt oud-international José van Hoof uit Helmond.

Van Hoof staat ook wel bekend als de vrouwelijke Johan Cruijff. In 1973 speelde ze in het eerste Nederlandse vrouwenteam. En dat ging er toen heel anders aan toe. “Het is echt niet te vergelijken met wat het nu is. Nu hebben ze een staf van twintig mensen en een goede trainer. De trainingen zijn veel beter geworden. Maar het is allemaal nog te weinig.”

Veroveren
Dat het allemaal niet vanzelf gaat, weten ze ook bij RKSV Nuenen. De vrouwen zijn daar nu heel succesvol, maar zij hebben hun plek wel moeten veroveren. Peter van Hout is voorzitter van de meiden- en vrouwentak. Hij heeft best wat strijd moeten leveren om er voor te zorgen dat de vrouwen een gelijkwaardige behandeling kregen. “Het gebeurde wel eens in een vergadering dat aan het eind iemand riep: en de vrouwen? En dat iemand dan zei: oh ja, die heb je ook nog.”

Bekijk de video en lees daarna verder.


Uiteindelijk heeft Nuenen een commissie opgericht die zich alleen bezighoudt met vrouwenvoetbal. “Daar werd in het begin wat vreemd tegenaan gekeken. Mensen zeiden dan: we zijn toch één club? Maar het heeft wel zijn vruchten afgeworpen. We zijn nu op een omslagpunt gekomen dat we de commissie langzaamaan gaan opheffen. Maar het was nodig om de zaak recht te trekken.”

Toch is het Nederlandse vrouwenvoetbal er nog lang niet. “Wat gebeurt er maandag? Het is zaak dat we nu doorpakken”, zegt Van Hoof gedecideerd. “Men moet zorgen dat er in Nederland een fatsoenlijke competitie wordt gestart waar op niveau kan worden gespeeld. Zodat de talenten daar kunnen instappen. Want waar blijven straks de nieuwe talenten? Vertrekken die ook allemaal naar het buitenland of kunnen we hen in Nederland houden? Daar gaat het om!”