Hoe 'Tante Zus' Hanneke redde van de Duitsers: 'Zonder haar was ik dood geweest'

VEGHEL - Ze redde 52 Joodse kinderen van de dood door ze onder te brengen bij andere gezinnen. 52 kinderen die de Haagse kunstenares Ru Paré achterop haar fiets zette en in veiligheid bracht. De nieuwe namen van de kinderen weggestopt in de dubbele bodem van haar schilderskoffertje. Hanneke Lankhout is één van die 52 kinderen. Ze ging 'uit logeren' in 1942 en werd uiteindelijk in 1944 in Eerde bevrijd. In de bibliotheek in Veghel is er een tentoonstelling te zien over Paré, in de oorlogsjaren 'Tante Zus' genoemd.

Hanneke Gelderblom-Lankhout opende de tentoonstelling zelf. In Veghel, de plaats waar ze een tijd lang zat ondergedoken. Dat ze hier weer terug is doet haar zichtbaar goed. "Vanmorgen mochten we kijken in een kelder in Veghel waar ik heb gezeten. Het klopt. Het beeld dat ik al die jaren in mijn hoofd heb gehad van die kelder klópt gewoon!" Ze stapt vlot tussen de verschillende panelen door en weet overal wel wat bij te vertellen. Ze was in die tijd dan wel jong, ze weet het allemaal nog precies.

Sprookjesboek
Tante Zus was een vriendin van de familie. De beginnend kunstenares kreeg van de grootvader van Hanneke materiaal uit de drukkerij om op te oefenen. Al snel kwamen de eerste berichten dat Joden naar werkkampen zouden worden gestuurd. Hanneke's vader probeerde naar Engeland te vluchten, haar moeder besloot ergens als boerin te gaan werken. Hanneke was zes jaar oud en werd 'uit logeren' gestuurd. Haar broertje van twee jaar oud ging ergens anders naartoe. Een koffertje met een sprookjesboek nam ze mee. Achterop de fiets bij Tante Zus.

Ze werd van adres naar adres verplaatst. Uiteindelijk zat ze in totaal op twaalf verschillende plekken. Soms in een gezin, soms ook niet. Ze kon nooit naar school, nooit naar de tandarts, nooit naar het zwembad. "Ik mocht niet bestaan. Als ze wisten dat ik er was, werd iedereen doodgeschoten", verzucht Hanneke. "Je was een gevaar. Niet alleen voor jezelf maar ook voor de mensen bij wie je logeerde."

Leven in Eerde
Van Ter Apel en tal van andere plekken kwam Hanneke uiteindelijk in Brabant terecht. Steeds opnieuw moest ze vergeten wie ze was. Ze kreeg een nieuwe naam en een nieuw verhaal dat ze moest vertellen. Uiteindelijk kwam Hanneke in Eerde terecht. Daar werd het leven voor het eerst een beetje normaal. "Ik mocht naar school en kreeg vriendinnetjes met wie ik spelen kon. En misschien wel het mooist, ik mocht naar het zwembad in Veghel! Gewoon lopend, over het Boterpadje naar Veghel", lacht ze.

"In Eerde kon ik gewoon leven", zegt Hanneke. "Eerde was klein. Er zaten wel moffen, maar die zaten op de hei. En niet onbelangrijk, de pastoor deugde." Hanneke was ondergebracht bij de familie Van Dam. Een familie met aanzien. "Er werd geregeld dat er niet werd gekletst. En die zwarte haren? Dat was heel gewoon. Opa Van Dam vertelde dat ik in Surabaya was geboren en dat de mensen daar zwart haar hebben", lacht ze.

Maar haar spontane verschijning in het gezin leverde ook nog wel wat praktische problemen op. Omdat Hanneke gewoon naar school ging, moest ze ook haar communie doen. "Maar dat gaat niet hè, als je niet gedoopt bent." Daar kwam de de goede pastoor om de hoek. Die regelde nog snel een doop zodat Hanneke dus gewoon kon meedoen met de rest.

Bevrijding
Op 17 september 1944 werd Eerde bevrijd. Hanneke weet het nog goed. "Het was prachtig weer, net als vandaag en ineens zag je in de lucht al die parachutisten. De Duitsers waren weg, op beraad ergens in Den Bosch. Dus op de zeventiende zijn we bevrijd en een dag later was het oorlog. Toen waren de moffen terug."

Tussen de gevechten door vluchtte Hanneke met een deel van haar onderduikfamilie naar Mariaheide. Daar vond haar moeder haar uiteindelijk terug. "In augustus mocht ik van Tante Zus een brief aan haar schrijven. Daar knipte ze de datum en het woord Eerde natuurlijk af", zegt Hanneke. "Maar ik sloot de brief af met 'Houdoe!'. Wist Tante Zus veel wat dat was. En zo heeft mijn moeder mij gevonden."

Kippenvel
De moeder van Hanneke besloot, toen de gevechten over waren, om Hanneke te zoeken. In meer dan zestig dorpen - waar ze houdoe zeggen - deed ze navraag bij de pastoor. Uiteindelijk werd ze door de pastoor in Veghel naar Mariaheide gestuurd.

"Ik was gewoon aan het spelen toen ze aan kwam fietsen. Die vrouw gooide haar fiets neer en schreeuwde 'Hanneke! Hanneke!'. Ik herkende haar stem. Dat was mijn moeder. Dat beeld in mijn hoofd geeft nog altijd kippenvel."

Via het verzet kreeg het gezin een kamer in Veghel. Toen heel Nederland bevrijd was, gingen Hanneke en haar broertje Paul met hun moeder weer in Den Haag wonen. Hanneke's vader overleefde de oorlog niet. Hij werd op zijn vlucht naar Engeland opgepakt en doodgeschoten.