Stuifmail zondag 15 september: eekhoornvlinder, houtsluipwesp, phegeavlinder en bloedcicade

OISTERWIJK - Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Deze zondag besteedt Frans onder meer aandacht aan de rups van de eekhoornvlinder, de houtsluipwesp, de phegeavlinder en de bloedcicade.

Rups eekhoornvlinder
Op de foto van Nicole van der Heijden zie je een bruinbeige rups met aan de voorkant zes duidelijke poten. Aan de achterkant zie je een verdikking met daaraan twee sprieten. We hebben hier te maken met de eekhoornrups. Dit is een echte nachtvlinder en die behoort tot de familie van de tandvlinders, zoals de hermelijnvlinder en de wapendrager. De eekhoornrups heeft de naam te danken aan de merkwaardige houding die de rups aanneemt wanneer die zich bedreigd voelt. Het achter- en voorlichaam worden dan omhoog gericht, waardoor enige gelijkenis ontstaat met een eekhoorn. De vlinder, die na de popperiode uit de pop komt, is een bruingrijze onopvallende nachtvlinder. Een eekhoornrups kan tot zes centimeter groot worden en zit op verschillende loofbomen.

Een houtsluipwesp. (Foto: André Nijssen)

Houtsluipwesp
Op de foto die ik kreeg van André Nijssen zie je een lang zwart insect met vlekken, lange rode poten en aan de achterkant twee lange sprieten. Deze twee lange sprieten zijn geen steekwapens maar legboren. We hebben hier dan ook te maken met het vrouwtje van de houtsluipwesp. De legboren van deze vrouwtjes zijn zelfs langer dan hun lichaam. Met zo’n legboor, die een draaiende beweging kan maken, boren ze fijne gaatjes in dennenhout waar larven van andere insecten leven. De vrouwtjes voelen waar deze larven zitten. Daarna maken ze bij elke larve gaatjes en leggen ze daar hun eitjes. De aangeboorde larven dienen daarna als voedsel voor de larven van de houtsluipwespen. Nadat die zich goed hebben gevoed met de larven van de gastheren, blijven ze in het dennenhout zitten tot het voorjaar. Ze komen pas tevoorschijn bij het volgende voorjaar, als volwassen insecten.

Bijen en hommels
'Buuf' Adeline Besselink ziet nog maar weinig bijen en hommels in haar tuin ondanks dat ze appel- en perenbomen heeft, druiven en planten die nog bloemen hebben. Dit is een lastige vraag om te beantwoorden, want hier kunnen veel zaken aan ten grondslag liggen. Bijvoorbeeld het verlies aan biodiversiteit en dan vooral de afname van wilde bijen, zweefvliegen en hommels. Maar ook de bestrijding, want heel veel mensen willen geen hommel- of wespennesten in hun tuin of het doodslaan van veel zweefvliegen (bestuivers) omdat die aan mimicry doen. Een andere oorzaak kan het verlies van bloemrijke tuinen door verstening zijn. Of de weersomstandigheden, want we hebben wat koude en natte dagen gehad..

Een phegeavlinder. (Foto: Piet Populiers)

Phegeavlinder
Op de ietwat wazige foto van Piet Populiers zie je een donkere vlinder met op het zwarte achterlijf een gele band en op de vleugels witte vlekken. We hebben hier te maken met de phegeavlinder, die tot de familie van de beervlinders behoort. Bekende beervlinders zijn de grote beer, de Spaanse vlag en de sint-jacobsvlinder. Deze phegeavlinder wordt ook wel melkdrupje genoemd. Dit is een dagactieve nachtvlinder met van maximaal veertig millimeter lang. Deze nachtvlinders vind je vooral in de noordelijke helft van Limburg en het aangrenzende deel van Noord-Brabant. Je komt hen ook tegen in de buurt van Bergen op Zoom en op grote afstanden vind je soms zwervers. De rups van deze vlinder kun je vinden op allerlei weegbreesoorten zoals zuringsoorten. Daarnaast houden ze ook van paardenbloemen en andere lage planten.

Een bloedcicade. (Foto: Ewa)

Bloedcicade
Op de foto die Ewa me stuurde, zie je een zwart enigszins plat gekield insect met grote rode vlekken. We hebben hier te maken met een bloedcicade. Deze bloedcicade behoort tot de familie van de spuugbeestjes, ook wel schuimcicaden genoemd. De naam dankt deze cicade aan het feit dat dit insect dekschilden heeft met een zwarte basiskleur en daarop zes grote bloedrode vlekken. Bij bedreiging schiet de bloedcicade - door met de krachtige achterpoten omhoog te springen - weg. Eenmaal in de lucht komen onder de dekschilden de vleugels vrij. Zo zweeft de cicade enkele meters ver om weer te landen op een andere plant of struik. Je kunt dus niet echt spreken van vliegen. Ze kúnnen wel vliegen, maar dit doen ze alleen als ze op zoek gaan naar een nieuwe voedselbron. Bloedcicaden worden maximaal een centimeter lang en ze zuigen vooral aan planten. Het liefst zuigen ze aan grassen, maar ook in andere planten zetten ze hun monddelen om zo de plantensappen op te zuigen. Bloedcicaden zijn echte schuimcicaden. Helaas zie je hun schuimnesten nooit, want die maken ze ondergronds.

Edelherten
In Het Groene Woud is de strijd om de hindes begonnen, zo is te zien in onderstaand filmpje van Herman Schellekens. "Prachtig hoe twee van die grote edelherten een schermutseling hebben met elkaar."

Meer vruchten na warme winters en zomers
Met naar schatting ruim vier miljoen kilo eikels en beukennootjes op de Veluwe gaat 2019 de boeken in als een redelijk mastjaar. De variatie tussen gebieden is dit jaar echter wel groot. Het is al weer het zevende opeenvolgende jaar met beukennootjes. Het blijkt dat hoe warmer de voorgaande winter en de zomer van het voorgaande jaar waren, hoe meer beukennootjes aan de bomen zitten.

Egelweekend
Dit weekend is het jaarlijkse Egelweekend. Tijdens dit weekend roepen de Zoogdiervereniging en de Egelwerkgroep iedereen op om egelwaarnemingen door te geven, bijvoorbeeld uit de eigen achtertuin of uit de buurt. Deze waarnemingen dragen bij aan het onderzoek naar de egel in Nederland. Dit jaar is extra speciaal: 2019 is namelijk het Jaar van de Egel én het is de tiende editie van dit Egelweekend.

Het melden van egels kan gemakkelijk. De egel(s) in jouw tuin kun je doorgeven via de Jaarrond Tuintelling. Egels op andere locaties kunnen worden doorgegeven via onder meer dit meldpunt. Meer informatie op de website van het Jaar van de egel.

Natuurtip
Zaterdag 21 september wordt een excursie over landgoed Mattenburgh georganiseerd. Deze begint om kwart over een 's middags en wordt georganiseerd door de Groei & Bloei-afdeling Brabantse Wal. Wandel mee met een gids over het landgoed en door de villa en geniet na afloop van een kopje koffie of thee in de Orangerie.

Mattemburgh is het enige landgoed in Nederland waar eenjarige planten voor mozaïekperken nog ter plekke worden gekweekt. Je gaat eerst de tuin bekijken met onder meer het Furst Pucklerbed (de tulband) en de moestuin. Dit allemaal onder leiding van een deskundige die uitleg geeft.

Na het overlijden van de laatste huurder in 2013 is besloten de villa niet meer te verhuren maar open te stellen voor publiek. Meer informatie is te verkrijgen via de website of Frans Beijerling. HIj is bereikbaar via telefoonnummer 0167-567847 en het e-mailadres ff.beijerling@home.nl .