Breda wil ruim 200 miljoen investeren, terwijl de belastingen omlaag gaan

BREDA - Burgemeester en wethouders in Breda willen komend jaar ruim 200 miljoen euro uitgeven om de voorzieningen in de stad te verbeteren. Hiervan is bijna 24 miljoen euro bestemd voor de komst van een topsporthal, wordt er ruim 18 miljoen uitgetrokken voor het doortrekken van de rivier de Nieuwe Mark vanuit de haven en moet er voor ruim 4 miljoen een nieuwe 24-uurs daklozenopvang voor de regio komen. Dit blijkt uit de begroting voor 2020 die woensdagavond werd gepresenteerd.

Hoewel het college - op een totale begroting van ruim 665 miljoen euro - fors de portemonnee trekt voor investeringen, gaat de onroerendezaakbelasting - OZB - met 1 procent omlaag en wordt de hondenbelasting komend jaar afgeschaft. Dit laatste scheelt de gemeente al snel 1 miljoen euro aan inkomsten.

Parkeren duurder
Andere tarieven in de Baroniestad gaan komend jaar stijgen. Zo worden de kaartjes op gemeentelijke parkeerplaatsen bijna 5 procent duurder en worden de riool- en afvalstoffenheffing hoger. Ook parkeerboetes en de tarieven van ligplaatsen voor bootjes in de stad gaan omhoog, al moet nog worden vastgesteld met hoeveel precies. Bezoekers die in Breda overnachten gaan een hoger, vast bedrag betalen aan toeristenbelasting.

Net zoals in veel andere gemeenten klagen burgemeester en wethouders van Breda over de onvoorspelbaarheid van het Rijk bij de uitkering uit het gemeentefonds. Met een bedrag van 373 miljoen euro is dit de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente Breda. Maar volgens wethouder Greetje Bos blijkt vaak dat het Rijk aan het einde van het jaar minder heeft overgemaakt dan vooraf beloofd.

Samen met andere gemeente eist Breda van het Rijk een grotere voorspelbaarheid van de inkomsten uit het gemeentefonds.

Meer over dit onderwerp:
BREDA BEGROTINGEN BELASTINGEN NIEUWE MARK