Stuifmail zondag 24 november: poep van stadsduiven en egels, een steenmarter en een tonderzwam

OISTERWIJK - Deze zondag in Stuifmail besteedt boswachter Frans Kapteijns aandacht aan poep en nog eens poep en wordt er gezwamd over zwammen.

Poep stadsduiven
Op de foto van Ellen Groenendal zie je een aantal grijze opgerolde uitwerpselen. Ellen vraagt zich af van welk dier deze afkomstig zijn. Deze uitwerpselen zijn duidelijk van een stadsduif, holenduif of postduif. Het is een beetje lastig om precies aan te geven welke duif precies, want in ons land komen een aantal duivensoorten voor. Sommige soorten hebben zich sterk aan de mens aangepast, bijvoorbeeld rotsduiven. Deze duiven zijn de voorouders van onze welbekende en zeer tamme stadsduiven. Stadsduiven komen bijna overal voor in onze grote steden en in zeer groten getale. Loop maar eens over de Dam in Amsterdam. Indien de moeder van Ellen Groenendal in een stedelijke omgeving woont of in een bebouwde omgeving, dan zullen dit wel uitwerpselen van stadsduiven zijn. Die kunnen in steden genoeg rotsige broed- en schuilplaatsen vinden en ook heel veel voedsel. De mens gooit namelijk heel veel voedsel op straat en dus hebben zij voldoende te eten. Mochten de mensen minder voedsel zo maar op de straat gooien, dan zullen er minder stadsduiven komen. Dit laatste is heel belangrijk, want de ammoniakhoudende uitwerpselen van stadsduiven tasten stenen en gevels aan. Daarnaast kunnen onhygiënische situaties ontstaan, wat een risico is voor de gezondheid van mensen. Tevens zijn stadsduiven gastheer van allerlei parasieten zoals mijten, teken, vlooien, vogelwandluizen, veerluizen en kunnen ze ziekten overbrengen. Wist je dat een stadsduif wel veertien kilogram mest per jaar in onze omgeving laat vallen? Stop dus met het zomaar weggooien van voedsel op straat.

Poep van een egel
Ook Jan van de Braak vond uitwerpselen in zijn tuin, bij de achterdeur van zijn huis. Ook hij vroeg zich af welk dier dit veroorzaakt zou kunnen hebben. Op de foto zie je duidelijk dat dit vaste, zwarte uitwerpselen. Omdat het best wel veel bij elkaar is, denk ik aan een egel. Uitwerpselen van egels zijn inderdaad zwart en tussen de een en vier centimeter lang. Soms aan elkaar en soms afgebroken in losse stukjes. Vaak kun je hierin nog grote stukjes zien van insecten of bessen. Toch is het lastig om de uitwerpselen van egels te herkennen, want ze eten echt van alles. Van kevers tot regenwormen, spinnen, slakken, duizendpoten en rupsen van vlinders. Maar ook muizen, amfibieën, dode dieren en allerlei resten van menselijke etenswaren. Tevens lusten ze kleine hoeveelheden plantaardig voedsel, zoals vruchten en paddenstoelen. En als ze die tegenkomen, verorberen ze soms zelfs eieren en reptielen.

Steenmarter
'Buuf' Adeline Besselink heeft vernomen dat er in het oosten van Brabant en ook bijvoorbeeld in Eindhoven veel overlast is van steenmarters. Ze vraagt zich af of dit een specifieke oorzaak heeft. Het is bekend dat er de laatste jaren steeds meer steenmarters voorkomen in het oosten van Brabant, maar ook in de rest van oostelijk Nederland. Steenmarters jagen veel op ratten en muizen en die zijn daar steeds meer. Vooral het aantal ratten neemt in groten getale toe. Wederom moet ik helaas melden dat dit de schuld is van de mens. Wij gooien heel veel etensresten zo maar op straat en ratten zijn daar heel blij mee. In ons land hebben we hierdoor in bepaalde delen te maken met een serieuze ratten- en muizenplaag. Daarom moeten we echt blij zijn met de toename van het aantal steenmarters. Want zouden die er niet zijn, dan hebben we écht een probleem met de ratten. Helaas veroorzaken steenmarters ook overlast, want zij knagen graag aan autokabels. Dit omdat het rubber visolie in het materiaal heeft zitten. Steenmarters denken dan dat daar voedsel aanwezig is en gaan dus knagen. Kortom: het is wederom de mens die hier de problemen veroorzaakt en niet de steenmarters.

Echte tonderzwam en tondeldoosje
Op de bovenstaande foto zie je een boomzwam die grijs, zwart, bruin en een beetje rood van kleur is. We hebben hier zoals José van de Wijdeven al vermoedde te maken met de echte tonderzwam. Echte tonderzwammen hebben kleuren die sterk uiteen kunnen lopen: van zilvergrijs tot rood- of donkerbruin tot bijna zwart. Het vruchtlichaam van de echte tonderzwam is meerjarig en kan een leeftijd van veertig jaar bereiken. De naam tonderzwam wordt het meest gebruikt, maar je kan ook weleens de naam tondelzwam tegenkomen. Dit omdat het vruchtvlees in het verleden veel gebruikt werd bij het vervaardigen van tondel. Tondel is een andere naam voor een licht ontvlambaar stuk materiaal dat diende voor het maken van vuur. Allereerst werd dan de boomzwam geprepareerd. De onderste buisjeslaag werd weggehaald. De overgebleven delen werden in reepjes gesneden en gedroogd. Daarna werd de tondel gekookt in paardenurine of een salpeteroplossing. Vervolgens werd dit geheel weer gedroogd en dan was de tondel klaar voor gebruik. Had men op een bepaald moment vuur nodig, dan werd een reepje van die geprepareerde tondel met een scherp voorwerp geschraapt. Er ontstond dan een pluizig materiaal dat zeer geschikt was om tot ontbranding te komen. De rest van de tondel werd droog bewaard in een tondeldoos.

Oude zwammen op omgevallen boom
Op een oude omgevallen boom zie je heel veel paddenstoelen staan. Karin Kanen wil weten welke paddenstoelen dit zijn. Vaak is het erg lastig om hier de juiste naam aan te koppelen als het om oude paddenstoelen gaat. Maar bij gewone zwavelkoppen valt dit enigszins mee. Op deze bovenstaande foto staan dus gewone zwavelkoppen. Deze soort paddenstoelen is in Nederland zeer algemeen. Gewonde zwavelkoppen groeien in principe in dichte groepen aan de voet van loof- of naaldbomen in bossen en parken. Daarnaast groeien ze op omgevallen bomen en boomstoppen. De gewone zwavelkop komt van het voorjaar tot de herfst voor in ons land.

Goudhaan
Kees Vanger maakte bovenstaande video van een goudhaan. De goudhaan is Europa’s kleinste vogeltje. Van snavel tot staartpunt meet hij slechts 8,5 centimeter. Het is een zangvogeltje dat vooral te vinden is in naaldbossen met lariksen en sparren. Ook al komen er grote aantallen goudhaantjes voor in ons land, ze worden niet snel gezien. Ze leven namelijk vooral in de toppen van naaldbomen. Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door hun liedje of roepjes van hoge tonen; ‘zrie-zrie-zrie’. Door deze hoge tonen zijn ze helaas minder goed te horen door oudere mensen waarbij het gehoor wat achteruit is gegaan. Ze leven in groepjes en trekken vaak op met mezen.

MijnNatuurBlijft
De pracht van de Nederlandse natuur onder de aandacht brengen op sociale media, dat beoogde Anthonie Stip toen hij 14 november de hashtag #MijnNatuurBlijft startte. Inmiddels doen vele duizenden mensen mee met dit initiatief. Ze geven hiermee aan dat ze de natuur enorm waarderen en laten zien wat hun favoriete plekken zijn. Kijk voor meer informatie op de website van Mijn Natuur Blijft.

Otterpopulatie blijft groeien
Nadat in 1988 de otter in Nederland was uitgestorven, is in 2002 gestart met een herintroductieprogramma voor de otter. De gegevens over de winter 2018/2019 laten zien dat de populatie in verspreiding en aantal blijft toenemen, maar ook dat het aantal verkeersslachtoffers hoog blijft en dat de Nederlandse otters gevoelig blijven voor inteelt. Zie voor meer informatie het rapport 'Genetische monitoring van de Nederlandse otterpopulatie'..

Natuurtip
Wie op een originele manier wil genieten van de Loonse en Drunense Duinen kan eens kiezen voor een huifkartocht - onder begeleiding van een koetsier - langs de rand van dit nationaal park. Deelnemers bepalen zelf hoelang deze huifkartocht duurt. Meestal wordt er gekozen voor een trip van twee uur. Tijdens de rit kan er een stop ingelast worden. Het is dan mogelijk om zelfgemaakte picknickmaaltijden te nuttigen of een bezoek te brengen aan één van de boscafés.

De huifkarren zijn geschikt voor groepen vanaf vijf mensen en zijn rolstoeltoegankelijk. Met een klein gezelschap kun je ook met een zogeheten ‘sjees’ een tochtje maken. De prijs is afhankelijk van het aantal deelnemers en de duur van de rit. Wie meer informatie wil of wil reserveren kan de koetsier bellen via telefoonnummer 06–55 73 22 87. Een e-mail sturen kan ook. De koets vertrekt vanaf groeps- en vakantiehuis De Suikerberg aan de Baden Powellweg 1 in Loon op Zand.

Meer over dit onderwerp:
STUIFMAIL FRANS KAPTEIJNS DUIVEN EGELS POEP