Zeven dagen lang extreem vroeg heel hard trainen: Ivo beoefent al 10 jaar Japanse krijgskunst

13 januari om 13:39
De Kendo-dojo in Tilburg.
De Kendo-dojo in Tilburg.
De eerste week van het jaar elke dag trainen van halfvijf tot halfzeven 's ochtends. Dat is een van de tradities van de Japanse krijgskunst kendo. In Japan wordt het massaal gedaan, maar ook de kendo-dojo in Tilburg doet mee, met een Europese variant. Zo mag de verwarming in de dojo gewoon aan en wordt er op zondag pas om halfzes getraind. Japanners doen het wat spartaanser, zegt dojoleider Ivo van Roij "Daar zetten ze juist alle ramen open. Ik heb wel eens in een zaal gestaan waar het naar binnen sneeuwde."
Profielfoto van Anja de Loos
Geschreven door
Anja de Loos

Ivo beoefent de sport al tien jaar. Meestal in Nederland, maar dus ook in Japan. Hij studeerde daar een jaar lang aan de universiteit om kendo-trainer te worden. Bij terugkomst opende hij zijn eigen kendo-dojo in Tilburg: WaShinKan, een Japanse naam die betekent 'De plaats waar getraind wordt voor en door een eerlijk, open hart'.

De regels
Een potje kendo duurt een minuut of drie en dat zijn intensieve minuten. Het gevecht is één tegen één. De deelnemers hebben over hun hakama (broek) en kendogi (jasje) een harnas aan dat hun torso beschermt, ze dragen dikke handschoenen en een helm met tralies voor het gezicht. Daarmee zijn alle plekken beschermd waar ze elkaar mogen raken. Er wordt gevochten met bamboestokken (shinai).

Elkaar raken is niet genoeg, de vechters moeten het lichaamsdeel waarop ze de ander gaan raken roepen op het moment dat de stok neerkomt. En dat roepen, moet in het Japans. Tijdens een training klinkt het 'men!' (hoofd) of 'do!' (buik), samen met een klap van bamboe op het harnas. Als de tegenstander goed mikt, is het een redelijk pijnloze sport. "Als een klap naast je harnas terechtkomt, levert dat een flinke blauwe plek op. Maar dat hoort er soms bij", vertelt Ivo.

Beginneling
Na deze zeven dagen veel en intensief trainen, oogt Ivo nog behoorlijk fris. "Het vroeg opstaan werd lastiger naarmate de week vorderde. Maar het trainen gaat juist heel lekker, nu ik er elke dag mee bezig ben." Hoewel Ivo de sport al tien jaar beoefent, een eigen dojo heeft en de huidig Nederlands kampioen is, is hij in de wereld van kendo nog maar een beginneling. "Kendo is een sport waarin je altijd beter kunt worden. Je blijft leren en je blijft je ontwikkelen." En dat doe je vooral door veel met anderen te trainen.

Een traditie binnen de 7-daagse training is dat de laatste dag gasten uit andere dojo's mogen meetrainen. Zondag sluiten er heren uit Den Haag en Leiden aan. Het niveauverschil tussen de sporters is groot. Alphons uit Den Haag doet al 35 jaar aan kendo. Michael uit Tilburg is net een half jaar bezig. Hij heeft nog niet eens een eigen harnas aangeschaft. Voor het sparren met elkaar maakt dat niets uit, van iedereen is wel iets te leren.

Ivo staan heel wat nieuwe tegenstanders te wachten het komende jaar. Dit jaar emigreert hij naar, hoe kan het ook anders, Japan. Hij gaat werken bij Sony in Tokyo. De dojo in Tilburg blijft bestaan. Jonathan neemt het stokje over van Ivo. Ook hij volgde de opleiding in Japan aan de Internationale Budo Universiteit.

Wachten op privacy instellingen...