Karin lag 5 dagen in isolatie met het coronavirus: 'Gebrek aan menselijk contact vreet aan je'

6 maart om 07:00 • Aangepast 16 juni om 11:10
Karin van Gool (foto: Margo Remie)
Karin van Gool (foto: Margo Remie)
Het nieuwe coronavirus maakt eenzaam. Karin van Gool uit Tilburg raakte besmet en verbleef vijf dagen in een kille ziekenhuiskamer, afgesneden van de buitenwereld. “Je mist menselijke warmte. Juist op het moment dat je het hard nodig hebt.”
Profielfoto van Frits van Otterdijk
Geschreven door
Frits van Otterdijk

Je gaat het ziekenhuis in met een klacht en komt er na vijf dagen weer uit met een andere. Een besmetting die je leven nog verder op zijn kop zet dan het al was. Karin is vijf jaar kankerpatiënt. Ze heeft uitzaaiingen in haar lijf, volgend op een tumor in haar borst.

Door haar nare ziekte is ze een vaste gast van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg. Ook die vrijdag 28 februari toen ze maar liefst zeven liter vocht uit haar buikholte liet aftappen. Voor Karin bijna een routineklus, na alle chemo en bestraling die ze onderging.

Medische schip
“Na de behandeling, zo tegen vier uur ’s middags, kreeg ik koorts. Dan worden er volgens protocol testen afgenomen. Om half zes ’s avonds werd ik opgenomen”, vertelt Karin. Ze had toen nog geen flauw idee waar dat medische schip deze keer zou stranden.

Op de isolatiekamer van het ETZ, zo bleek een dag later. “Er stonden ineens een verpleegkundige en een arts voor mijn neus. Volledig uitgedost met schort, haarnetje, bril, handschoenen en een mondkapje. Ik was positief getest op dat nieuwe coronavirus. Hoe ik de besmetting heb opgelopen is nog niet duidelijk.”

Een dag later volgde de definitieve uitslag van de tweede test. Karin was besmet. “Ik schrok daar wel van. Ik had helemaal geen koorts meer. Eigenlijk had ik nergens last van. Geen gesnotter, niet hoesten of kuchen. Heel vreemd.”

Afstand
Onwerkelijk werd ook het gedrag van het ziekenhuispersoneel. “Ik verwijt ze absoluut niets. Ze hebben alles in het werk gesteld voor me. De medewerkers van het ziekenhuis doen hun uiterste best maar weten ook niet waar ze aan toe zijn. Je merkt dat aan allerlei kleine dingen”, nuanceert Karin. “Ze houden plotseling meer afstand. Voor een setje pillen moeten ze zich helemaal omkleden. Dat kost tijd. Logisch dat ze niet zomaar binnenwaaien voor een praatje.”

De afstand is niet alleen lichamelijk. Ook mentaal kost de isolatie haar tol. Karin mag maar één bezoeker per dag ontvangen. Tijdens haar isolatie moet dat ook iedere dag dezelfde bezoeker zijn. “Juist in een periode van onzekerheid, van kwetsbaarheid, heb je behoefte aan mensen om je heen. Als kankerpatiënt behoor ik tot een risicogroep voor wie het coronavirus fataal kan zijn. “Natuurlijk gaat dat door je hoofd spoken.”

undefined

De vriendin die ’s avonds toevallig bij Karin op bezoek was in het ETZ, kreeg na afloop van de visite op de gang een brief. Daarin stond vermeld dat zij voorlopige als enige bij Karin op de isolatiekamer mocht komen. “Dat had ik graag als patiënt zelf bepaald”, zegt Karin. Niet dat haar vriendin niet welkom was, integendeel. Maar toch.

Menselijk contact
“Ik ben niets tekortgekomen, voorzien van eten en drinken, alle hoognodige zaken kon ik telefonisch bestellen en werden aangereikt. Ik kon appen, bellen, praten via FaceTime, maar het gebrek aan écht menselijk contact vreet aan je. Je wordt ineens van iedereen en alles afgesloten. Terwijl ik vragen heb en geen antwoorden krijg.”

De afzondering van mensen, breekt ook het besef van tijd en plaats. Ergens op een maandag, het kan ook dinsdag zijn geweest, is er nog een vrijwilligster van het ETZ een praatje komen maken. “Een prettig gesprek”, herinnert Karin zich. Voor de verdere rest is het een slopende routine met vier keer per etmaal verplegers om haar heen die snel komen en gaan.

Schouwspel
Het ontslag uit het ziekenhuis komt als een bevrijding. Woensdag wordt Karin naar huis gebracht. Daar mag ze de laatste fase van haar isolatie uitzitten. “De thuiskomst was een schouwspel op zich”, lacht ze. “De ambulancebroeders stapten helemaal ingepakt bij mij de straat op. Mijn spullen werden in verzegelde plastic zakken aan de voordeur gezet. Dat trok nogal bekijks.”

Ze wilden aanvankelijk Karin op een brancard binnendragen, maar ze weigerde beleefd. “Ik had helemaal geen klachten. Ik was eerder opgelucht. Dat kun je wel voorstellen met zeven liter vocht minder in je buik. Tja, het contact met de buurt zal niet aantrekken. Ik woon in een appartement dus daar heb ik weinig mee van doen.”

Testen
Het ETZ heeft voor haar vriendin die het vaste bezoek mag afleggen, vijf pakketjes isolerende kleding met mondkapjes geregeld. Dat maakt visite aan huis mogelijk. Een mooi gebaar, zegt een dankbare Karin.

Na haar verblijf in het ETZ blijft ze niettemin met vragen achter. Van haar twee vriendinnen is er eentje op het coronavirus getest. Een van hen, uit Loon op Zand, bleek besmet. “Van de andere vriendin vond de GGD het niet nodig om haar te testen. Terwijl ze ook met mij contact is geweest. Na aandringen is ze nu toch getest. Overmorgen weten we meer.”

Heisa
Na de eenzaamheid en de vragen, sijpelt nu langzaam ook de betrekkelijkheid van haar besmetting door. Karin: “Ach, vogelgriep, Mexicaanse griep, SARS en nu corona. Ergens zal er een streep onder worden getrokken. Uiteindelijk zal blijken dat alleen de kwetsbaren sterven. Het is een vorm van griep waarover zoveel heisa wordt gemaakt dat mensen er bang van worden. Ik weet dat ik als kankerpatiënt niet meer zal genezen. Misschien heb ik het juist daarom zo moeilijk gehad met die eenzame dagen in het ziekenhuis.”

Wachten op privacy instellingen...