Wat maakt deze vlinder zo bijzonder? Frans Kapteijns beantwoordt vragen in [email protected]

26 april om 09:04 • Aangepast 3 mei om 07:04
Een agaatvlinder (foto: Jo Veldpaus)
Een agaatvlinder (foto: Jo Veldpaus)
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via [email protected] Deze zondag besteedt Frans onder meer aandacht een vlinder met camouflagekleuren, een beestje in een buxushaag, vreemde eieren in de vijver en een vlinder met heel lange voelsprieten.
Profielfoto van Frans Kapteijns
Geschreven door
Frans Kapteijns
Een agaatvlinder (foto: Jo Veldpaus)
Een agaatvlinder (foto: Jo Veldpaus)

Vlinder met camouflage
Op de rode baksteen zie je een lichtbruine vlinder met in het midden van de vleugels twee driehoeken die naar elkaar wijzen, donkerbruin en lichtrood. We hebben hier te maken met een agaatvlinder. Dat zijn echte nachtvlinders, die behoren tot de grote familie van de uilen. Van deze familie van nachtvinders vermoedt men dat er meer dan 25.000 soorten in de wereld rondvliegen. De voorvleugel van de agaatvlinder heeft een lengte van maximaal 25 millimeter. Rupsen van de agaatvlinder kun je bijna overal tegenkomen. Ze leven op kruiden zoals brandnetel en dovenetel, struiken - hazelaar en braam - en bomen zoals de zomereik en de berk. Nadat de rups zich volgevreten heeft, gaat die overwinteren als rups, maar dit kan ook als pop. Dat is al heel bijzonder. Maar wat ook bijzonder is, is dat je de rups van de agaatvlinder etend kunt tegenkomen bij milde winters. Tussen het verdorde blad valt deze agaatvlinder helemaal niet op, mooie camouflage.

Een krabspin (foto: Peter van Hoof).
Een krabspin (foto: Peter van Hoof).

Beestje in de buxushaag
Op de bovenstaande foto zie je een compleet geel beestje zitten. Als je goed kijkt, zie je dat dit een spin is. Deze spin heeft de naam krabspin. Wat opvalt, zijn de heel lange voorpoten. Krabspinnen kunnen zich diverse kleuren aanmeten, meestal de kleur van de ondergrond waar zij op een prooi zitten te wachten. Het zijn jagers en geen webmakers. Vaak zitten ze op een bloem die wit, geel of oranje is. Dan neemt zo’n krabspin dus de kleur aan van die bloem. Hierdoor vallen ze niet op als een insect stuifmeel of nectar komt halen. Op zo’n moment slaat de goed verdekt opgestelde krabspin toe en heeft de krabspin weer eten. Overigens maken ze wel spinrag, maar dat is om zich goed vast te houden aan een bloem of plant. Als je heel goed kijkt naar de foto, snap je waarom deze spin krabspin wordt genoemd. De eerste of de tweede paar poten zijn groter en langer dan de rest en worden zijdelings uitgestoken. Dat zie je ook bij veel krabben. Ze hebben echter geen scharen en kunnen niet alleen zijdelings lopen, zoals krabben, maar ook voorwaarts.

Een roodborsttapuit (foto: Mia van Dooren).
Een roodborsttapuit (foto: Mia van Dooren).

Vogel in de top op de Malpie in Valkenswaard
Op de top van een takje zie je een vogel zitten met een mooi zwart kopje en daaronder een witte band. Verder heeft de vogel een oranje borst. De naam is dan ook roodborsttapuit. Dit is een mannetje, vrouwtjes zitten niet vaak hoog op zo’n zangpost. Daarnaast zijn de vrouwtjes van boven bruin gekleurd, zelfs hun kop is bruin. Roodborsttapuiten zijn kleine zangvogels, die maximaal zo’n dertien centimeter groot worden. Ze werden voorheen ondergebracht bij de familie van de lijsters, maar tegenwoordig behoren ze tot de familie van vliegenvangers. Vanaf februari kun je roodborsttapuiten zien in Nederland, want dan zijn ze teruggekeerd vanuit hun winterverblijfpaatsen in het zuidwesten van Europa en Noord-Afrika. Op het menu van deze mooie vogels staan vooral insecten. Met name langpootmuggen, maar ze lusten ook wormen, rupsen, vlinders, spinnen, slakken, zaden en bessen.

Een paddensnoer met eitjes (foto: Huub Mols).
Een paddensnoer met eitjes (foto: Huub Mols).

Vreemde eieren in de vijver
Op de foto hierboven zie je een witte wolk in het water en als je goed kijkt, zie je zwarte puntjes. Huub Mols vraagt zich af van welk dier deze eitjes zijn, want dat zijn die zwarte puntjes.. Die eitjes zijn van de gewone pad. Ze liggen in een soort snoer. Heel anders dan die van bruine kikkers, want die liggen in een grote homp. Gewone padden maken dubbele snoeren en daarin kunnen er ongeveer vierduizend zitten. De snoeren zitten vast aan waterplanten. Dat is dat, want gewone padden hebben geen broed- of ouderzorg. Huub vraag zich verder af hoe hij deze eitjes kan beschermen. Dat kan helaas niet. Overigens rekenen padden en kikkers daar ook op, want meestal overleven van die vele eitjes maar twee of drie exemplaren.

Een vrouwtje en een mannetje van de smaragdlangsprietmot (foto: A. Toonen).
Een vrouwtje en een mannetje van de smaragdlangsprietmot (foto: A. Toonen).

Vlinder met hele lange voelsprieten
Op de bovenstaande foto zie je twee kleine vlinders. Een met heel lange voelsprieten en een met kortere voelsprieten. Allebei hebben ze een zwart kopje en de voorvleugels lijken bij beiden zilver te zijn. De linkse is het vrouwtje en de rechtse het mannetje van de smaragdlangsprietmot. Deze vlinders zijn dagactieve nachtvlinders uit de familie van de langsprietmotten. De voelsprieten van de mannetjes zijn bijna drie keer zo lang als de voorvleugel. Smaragdlangsprietmotten hebben een spanwijdte van maximaal achttien millimeter. De smaragdlangsprietmannen en -vrouwtjes zijn vaak in grote groepen te vinden tussen april en juni. Meestal op struiken met grote bladeren. Op een bepaald moment zie je alle mannetjes de lucht in gaan om in een heel grote groep te gaan dansen. Natuurlijk krijgt de mooiste danser het mooiste vrouwtje.

Broedende zwarte spechten
Vorige week vond Jozef van der Heiden een nestholte van een zwarte specht. "Ik twijfelde of het een nieuwe of oude holte was", laat hij weten. "Een dag later werd dit duidelijk, het is een nieuwe holte. Ik hoorde de zwarte specht roepen en tegen de boom landen. Ik ben daarop gaan post vatten. Met een camouflagedoek over mij en de camera heen, kon ik onopvallend beelden maken van het koppel spechten, dat elkaar aflost bij het broeden.

Wachten op privacy instellingen...

Recordaantal tellers en bijen tijdens de Nationale Bijentelling
Afgelopen weekend deed een recordaantal mensen mee met de Nationale Bijentelling. Het aantal getelde bijen lag behoorlijk hoger dan de twee voorgaande tellingen. Gemiddeld telde men bijna dertien bijen en zweefvliegen per tuin.

Resultaten Nationale Bijentelling

Totaal aantal getelde bijen: 136.068

Aantal tellers: 10.539

Top tien van meest gespotte bijen in Nederland:

1) Honingbij - 54.530

2) Rosse metselbij - 20.329

3) Sachembij - 13.502

4) Bijvlieg - 9219 (is een zweefvlieg)

5) Gehoornde metselbij 8251

6) Aardhommel of veldhommel - 7544

7) Akkerhommel - 7133

8) Grote narcisvlieg - 6583 (is een zweefvlieg)

9) Hommelbijvlieg - 5576 (is een zweefvlieg)

10) Tuinhommel 5218

Bescherming van biodiversiteit: een weerbarstige uitdaging
Biodiversiteit en de achteruitgang hiervan in Nederland wordt steeds zichtbaarder en breder gedragen. Dat dit niet nieuw is, wordt duidelijk in net pas verschenen boek ‘Bescherming van biodiversiteit: een weerbarstige uitdaging’. Hierin wordt uitgebreid ingegaan op de biodiversiteit in Nederland en hoe de politiek en de samenleving hier de afgelopen decennia mee hebben geworsteld. Kijk hier voor meer informatie over het boek.

Natuurtip

Heb je tijd over omdat je aan huis bent gekluisterd vanwege de coronavoorschrften? Wil je toch iets actiefs doen en tegelijkertijd de natuur een handje helpen? Verwijder dan planten uit je tuin en vijver die schadelijk kunnen zijn voor de natuur. Hieronder noemen we een aantal invasieve exoten en vind je tips over hoe je die het best kunt verwijderen.

Factsheet watercrassula

Factsheet reuzenberenklauw

Factsheet reuzenbalsemien

Tip ons!
Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Wachten op privacy instellingen...