Wie heeft deze struik zo ingepakt? Frans Kapteijns beantwoordt vragen in [email protected]

24 mei om 09:39 • Aangepast 31 mei om 08:24
Een door spinselmotrupsen ingepakte struik  (foto: René Jansen).
Een door spinselmotrupsen ingepakte struik (foto: René Jansen).
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via [email protected] Deze zondag besteedt Frans onder meer aandacht aan rag, hardnekkig onkruid en tortelende duiven.
Profielfoto van Frans KapteijnsProfielfoto van Peter de Bekker
Geschreven door
Frans Kapteijns & Peter de Bekker

Ingepakte struiken
Op de openingsfoto zie je een struik die helemaal is ingepakt met een soort spinrag. René Jansen vraagt af wat er aan de hand is. Dit noem ik een samenwerking tussen rupsen van spinselmotten en de struik. Dit in groten getale aanwezig rag kan zitten op onder meer de sleedoorn, lijsterbes, vogelkers, Amerikaanse krentenboompjes enzovoorts. Er is niets aan de hand voor deze struiken, behalve dat het even in mei en een deel van juni een vreemd beeld geeft voor ons mensen, als je niet weet wat dit is. Vlinders met de naam spinselmot hebben op deze struiken heel veel eitjes gelegd. De witgele rupsen - met twee banen met zwarte stippen, vandaar ook weleens de naam stippelmotten - die uit de eitjes komen, beginnen gelijk met het opeten van de bladeren van de struik. De struiken worden vervolgens helemaal kaalgevreten. Wanneer alle bladeren op zijn, gaan de rupsen zich na vier tot zes weken verpoppen tot nachtvlinders. En op het moment dat dit gebeurt, krijgen de struiken prachtig nieuwe bladeren. Niks aan de hand dus.

Een jonge platbuiklibel (foto: Renier Bekkers).
Een jonge platbuiklibel (foto: Renier Bekkers).

Zoemend insect
Op de bovenstaande foto zie je een insect met grote ogen, glazige vleugels aan het borststuk en gele vlekken aan de zijkant van het achterlijf. Zoals Renier Bekkers al vermoedde, het gaat hier om een libel. De naam van deze libellensoort is platbuik. Vermoedelijk is dit gefotografeerde dier een jong vrouwtje wat net uit haar huid is geslopen. Libelleneitjes worden in het water afgezet en uit de uitgekomen eitjes komen diertjes die een periode onder water leven. Bij het naderende volwassen worden als insect komen ze uit het water gekropen. Ze zoeken dan een rechtopstaande stengel uit en kruipen daar tegenop omhoog. Daarna klemmen ze zich vast aan die stengel en breekt de huid achter hun kop open. Uit die opening komt de volwassen libel - imago - en dan duurt het nog best een tijdje voordat het in elkaar gevouwen insect helemaal klaar is om weg te vliegen. Platbuiken komen meestal rond eind mei uit het water en kom je veel op zandgronden in Brabant tegen.

Zomertortels (foto: Toon Kraayvanger).
Zomertortels (foto: Toon Kraayvanger).

Geen Turkse tortel
Op de foto hierboven zie je twee kleinere blauwgrijze duiven die op de vleugels bruine en zwarte vlekken hebben. Toon Kraayvanger vroeg zich af of dit Turkse tortels zijn, maar dat zijn het niet. Hij heeft iets zeldzaam gefotografeerd, namelijk twee zomertortels. Deze zomertortels zijn duiven die als enige duivensoort in Nederland aan vogeltrek doen. In het voorjaar - april - komen ze naar ons land om te broeden en in het najaar trekken ze weer terug naar tropisch West-Afrika. Ze broeden hier het liefst houtwallen, aan bosranden, op boerenerven en in fruitboomgaarden. Het liefst in de buurt van kleinschalige landbouwgebieden. En daar gaat het fout in ons land. Hun voedsel bestaat namelijk uit zaden en granen die ze zoeken op kruidenrijke akkers of losse stroken en in weilanden. Dit soort leefgebieden zijn nauwelijks nog te vinden, want de akkers zijn steeds grootschaliger geworden en zijn zeker niet meer kruidenrijk. Daarom is sinds halverwege de jaren zeventig van de twintigste eeuw het aantal zomertortels afgenomen met meer dan 85 procent.

Gehoornde klaverzuring (foto: Jos van der Pas)
Gehoornde klaverzuring (foto: Jos van der Pas)

Hardnekkig onkruid
Op de bovenstaande foto zie je een aantal heel kleine plantjes met groene blaadjes, die later bruin tot paars kleuren. We hebben hier te maken met een invasieve exoot, gehoornde klaverzuring. Waar deze gehoornde klaverzuring met gele bloempjes oorspronkelijk vandaan komt is niet helemaal zeker, maar men denkt uit Noord-Amerika. In eerste instantie werd dit plantje in Nederland gezien als een zeldzaam plantje, behorend tot de akkerkruiden. Helaas is daar verandering ingekomen in het laatste deel van de twintigste eeuw. De gehoornde klaverzurig breidde zich massaal uit, als een echte invasieve soort. Ook in het stedelijk gebied. Het bestrijden van deze plant is lastig, maar als je de doosvruchten weghaalt dan lukt het aardig. Je moet er wel op tijd er bij zijn. Want als je te laat bent en je raakt die vruchten aan, dan springen die doosjes open. Wat ook werkt, is kokend water met schoonmaakazijn over de klaverzuring heen gieten.

Een krabspin (foto: Twan Schijvenaars).
Een krabspin (foto: Twan Schijvenaars).

Een albino spin?
Op het groene blad hierboven zit een hele witte spin en Anna Schijvenaars en haar dochter vragen zich af of dit een albino spin is. Dat is het niet, het is een krabspin. Die kan de kleur aannemen van de bloem waarin ze zit te wachten tot er een prooi landt. Vermoedelijk heeft deze krabspin op een witte bloem gezeten en is die nu op weg naar een andere plek. Deze spinnen kunnen dus diverse kleuren hebben, maar meestal de kleur op een ondergrond waar ze op een prooi zitten te wachten. Het zijn echte jagers en geen webmakers.

Wachten op privacy instellingen...

Van larve tot libel – Niek Goossen
Niek Goossen filmde een libel. Die leeft lang als larve onder water. Als de tijd rijp is, komt ze naar boven om een metamorfose te ondergaan en vervolgens aan een nieuw leven te beginnen.

Het begin van een wespennest (foto: Anneke van de Klundert).
Het begin van een wespennest (foto: Anneke van de Klundert).

Cocon ter grootte van een tennisbal
Op de bovenstaande foto zie je en open geel bolletje met in het bovenste deel hokjes ofwel cellen. We hebben hier te maken met de start van de bouw van een wespennest. Dit kan het begin zijn van een nest van de bekende limonadewespen, de gewone wesp of de Duitse wesp maar het kan ook het begin zijn van een nest van de Franse veldwesp. Deze wespen noemen we ook wel papierwespen, want ze schrapen met hun kaken houtvezels van stukken hout. Dat kan hout van bomen of allerlei constructies van onbewerkt hout zijn, dus ook van een niet geverfde schutting. Ze kauwen die houtvezels helemaal fijn en plakken dan die dunne laagjes aan het nest. De naam papierwespen hebben ze dan ook te danken aan het feit dat al die aangebrachte laagjes, die uiteindelijk een nest vormen op papier lijken.

Welke vogel is dit?
Op de foto hierboven zie je een bruine vogel met op de vleugels en vooral op de staart zwarte vlekken. Daarnaast heeft deze vogel in verhouding tot het lichaam een behoorlijke, maar toch fijne snavel. We hebben hier te maken met een winterkoning. Deze vogels herkennen de meeste mensen goed als de staart recht omhoog staat. Dat is het geval als de winterkoning als hij op zijn post zit te zingen. Winterkoningen kom je vooral veel op de Brabantse zandgronden tegen. Het meest in bosrijke omgevingen, maar ook in boomrijke woonwijken. De fijne snavel is heel handig voor winterkoningen, want daarmee kunnen ze uit kleine spleetjes allerlei eiwitrijk gedierte peuteren, zoals kleine insecten, rupsen, spinnetjes, larven en zaadjes.

Natuurtip
Ken je een bijzondere boom? Tot 25 mei kun je jouw favoriete boom met je verhaal aanmelden voor de Boom van het Jaarverkiezing. De organisatie zoekt bomen met een markant historisch of maatschappelijk verhaal. Aanmelden kan via deze website. Het hoeft dus niet de grootste, oudste of mooiste boom te zijn. Bij deze verkiezing gaat het vooral om het belang van de boom voor de omgeving, de maatschappij en de geschiedenis. Dat zijn de elementen die belangrijk zijn voor de beoordeling.

In 2019 werd de heksenboom op landgoed Ten Vorsel in Bladel boom van het jaar in Nederland. Bij de daaropvolgende Europese Verkiezingen eindigde deze heksenboom de vierde plaats. Een enorme prestatie. Dus kijk in je omgeving waar zo’n boom staat die aan de voorwaarden voldoet en wie weet wordt voor de derde keer op rij een Brabantse boom boom van het jaar. Meer informatie: is te vinden op de websites van SBNL Natuurfonds en Boom van het Jaar of bij SBNL Natuurfonds aan de Maarsbergseweg 53a, 3956 KV in Leersum . Dat is telefonisch bereikbaar via 0318 - 57 83 57 .

Wachten op privacy instellingen...