Waarom wordt deze vlinder dronckaerdt genoemd? Frans Kapteijns beantwoordt vragen in [email protected]

9 augustus om 09:23 • Aangepast 16 augustus om 09:54
Een rietvink of dronkaerd (foto: Bob van den Engel).
Een rietvink of dronkaerd (foto: Bob van den Engel).
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via [email protected] Dit keer besteedt hij in Stuifmail aandacht aan een wollige vlinder, kwallen en een bijzondere boomkikker.
Profielfoto van Frans KapteijnsProfielfoto van Peter de Bekker
Geschreven door
Frans Kapteijns & Peter de Bekker

Wollige vlinder
Op de openingsfoto zie je een geelbruine wollige vlinder met twee wat lichtere vlekken op de vleugel. We hebben hier te maken met een rietvink. De rietvink is een nachtactieve nachtvlinder uit de grote familie van de spinners. Mannetjes van deze nachtvlinder vliegen tamelijk schokkerig en vaak maar korte stukjes. Je komt rietvinken vooral tegen van juni tot en met augustus. Ze overwinteren niet als pop, maar als rups. De bekende Nederlandse entomoloog Johannes Goedaert (1617–1668) noemde deze rietvink dronckaerdt omdat die, zoals hij beschreef, 'seer tot het drincken genegen is'. Dit omdat rietvinken hun voorlijf vaak in het water te dopen. De naam rietvink heeft deze nachtvlinder gekregen, omdat deze vlinder het vaakst in rietland te vinden is.

Een kompaskwal (foto: Joep Leijendekkers).
Een kompaskwal (foto: Joep Leijendekkers).

Kwallen bij Renesse
Op de bovenstaande foto is heel duidelijk een kwal te zien. De naam van deze kwal is kompaskwal. Kompaskwallen zijn neteldieren die tot de schijfkwallen behoren. Soms liggen er op de stranden van de Noordzee grote hoeveelheden van deze kompaskwallen, vooral bij oostenwind. Als je met zo’n kompaskwal in aanraking komt, lijkt het wel of je steken krijgt. Die steken kunnen zeer pijnlijk zijn. Toch zijn kompaskwallen niet gevaarlijk voor de mens. Maar mensen die in aanraking zijn gekomen met zo’n kwal, zeggen dat de steken te vergelijken zijn met zweepslagen. In feite schiet de kompaskwal bij aanraking kleine naaldjes af. Deze naaldjes dringen onze huid binnen en het gif uit die naaldjes komt in onze bloedbaan terecht. En dat voelen we goed.

Een boomkikker (foto: Jan van Esch).
Een boomkikker (foto: Jan van Esch).

Bijzondere boomkikker
Op de foto hierboven zie je een heel mooie boomkikker op een stevige braamtak. Jan van Esch, die de foto maakte, zag dat de boomkikker blauwpaars van kleur was in plaats van felgroen. Hij vraagt zich af of dit vaker voorkomt? Ja, dit komt inderdaad vaker voor bij boomkikkers. Ze zijn groengrijs tot geelbruin van kleur en alles wat daar tussenin zit. Deze verkleuringen ontstaan onder invloed van hun gemoed en de temperatuur. Boomkikkers worden hooguit vijf centimeter groot en hebben zuignapjes aan het eind van hun vingers en tenen. Hierdoor kunnen deze amfibieën goed klimmen en zich ook goed vasthouden. Ze leven vooral in braamstruiken en ander dicht struweel waar ze overdag in schuilen. In de nacht gaan ze op pad en bespringen ze hun prooien, zoals muggen, kevers, vliegen, wantsen en spinnen.

Een sprinkhaan (foto: Pixabay).
Een sprinkhaan (foto: Pixabay).

Sprinkhaan of krekel die op de camping is
Marianne van Rooij wil graag het verschil weten tussen sprinkhanen en krekels. Daarnaast wil ze weten of ze allebei in ons land voorkomen en wie er tjirpt in de avond op de camping. Allereerst behoren sprinkhanen en krekels tot dezelfde groep, namelijk tot de rechtvleugeligen.

Een veldkrekel (foto: Pixabay).
Een veldkrekel (foto: Pixabay).

Dan de verschillen. Krekels hebben een platter lichaam dan sprinkhanen. Doordat ze platter zijn, hebben krekels kleinere poten en dus springen ze minder ver dan sprinkhanen. Krekels in ons land zijn bruin, terwijl de meeste sprinkhanen een groene kleur hebben. Sprinkhanen maken hun tjirpende geluid door met de achterpoten tegen hun voorvleugels te wrijven. Krekels maken een harder geluid. Dit komt omdat ze met hun voorvleugels over elkaar wrijven. Nog een verschil tot slot: sprinkhanen zijn overdag actief en de krekels beginnen in de schemering. Krekels gaan ook de hele nacht door, ook op de camping!

Kastanjeboleten (foto: Harrie Das).
Kastanjeboleten (foto: Harrie Das).

Eetbare paddenstoelen?
Op de bovenstaande foto zie je twee paddenstoelen, maar dit zijn wel oude paddenstoelen. Hun hoed is bruin met buisjes en de steel is ook enigszins bruin. Volgens mij zijn dit oude kastanjeboleten. Deze zou ik niet meer eten, daarvoor zijn ze te oud. Het is overigens altijd lastig om te zeggen welke paddenstoelen eetbaar zijn. Sommige paddenstoelen lijken heel veel op elkaar en niet alle paddenstoelen zijn eetbaar. Dus je zou toevallig maar eens de verkeerde plukken... Vandaar dat ik dit in ieder geval nooit doorgeef tijdens een excursie. Toch is er een ezelsbruggetje waarmee je kan onthouden welke paddenstoelen eetbaar zijn. Dit ezelsbruggetje luidt als volgt: boleten kan je eten.

Wachten op privacy instellingen...

Het geluid van een veldkrekel
Mijnheer Spoor maakte de bovenstaande opname van een veldkrekel op zijn hand, terwijl die geluid maakt met zijn vleugels.

Wachten op privacy instellingen...

Strijkorkest sprinkhaan
Natuurmonumenten plaatste bovenstaand filmpje van het geluid van sprinkhanen. Tip: zet het volume wat hoger.

De rups van een lindepijlstaart (foto: Riet Verkaart).
De rups van een lindepijlstaart (foto: Riet Verkaart).

Is dit een larve van een insect?
Op de foto hierboven zie je een opgerolde bleke rups. Geelachtig wit gespikkeld met blauw uiteinde. Dan hebben we te maken met de rups van de lindepijlstaart. Lindepijlstaarten horen bij de machtig mooie nachtvlinders van de familie van de pijlstaarten. Lindepijlstaarten hebben een spanwijdte van maximaal tachtig millimeter. Als ze overdag uit hun pop zijn gekropen, gaan ze snel op zoek naar boomstammen, muren of kruinen van lindenbomen om daar de dag door te brengen. Mannetjes hebben een groenige tint, vrouwtjes een rozige waas. Lindepijlstaarten komen meestal vanaf half april als volwassen vlinder te voorschijn. Ze zijn vaak al vroeg in de nacht actief.

Uitwerpsel van een stadsduif (foto: Ludwig Geers).
Uitwerpsel van een stadsduif (foto: Ludwig Geers).

Wie poept er in de moestuin?
Op de bovenstaande foto zie je een wat grijs getint uitwerpsel liggen. Ludwig Geers wil graag weten van welke vogel dit komt. Volgens mij is dit duidelijk een uitwerpsel van een duif. Welke duif is lastig te zeggen, ik denk van een stadsduif. Er zijn nog maar weinig mensen die vinden dat duivenpoep geluk brengt. Vroeger dacht men dit wel. Veel grote landgoederen hadden een grote duiventil waarin de poep van de duiven werd opgevangen. Als de duiventil voldoende gevuld was, haalden men de uitwerpselen eruit om het land hiermee te bemesten. Dat doen we niet meer tegenwoordig. Er zijn nu zelfs mensen die aangeven dat duivenpoep gevaarlijk is voor de gezondheid. Vooral droge duivenpoep, want dat kan bijvoorbeeld de papagaaienziekte - een vorm van longontsteking - overbrengen op de mens.

Natuurtip
Vrijdag 14 augustus wordt er een zomeravondwandeling georganiseerd in de Groote Peel, vanaf negen uur. Tijdens deze sfeervolle excursie kun je de overgang van dag naar nacht in de natuur ervaren. Als het donker verdwijnt voor het licht gebruik je andere zintuigen. Ook in de natuur gebeurt er van alles. Vogels zingen hun laatste lied en komen dan tot rust. Dieren die in de avond actief zijn, komen tevoorschijn. Met een beetje geluk kun je nachtzwaluwen en vleermuizen waarnemen. Deelnemers worden begeleid door een Peelgids van Staatsbosbeheer.

Er wordt vertrokken bij de ingang van het Buitencentrum de Pelen aan de Moostdijk 15 in Ospel. Deelnemen kost volwassenen zes euro en kinderen vier euro. De tocht is bedoeld voor maximaal tien deelnemers. Aanmelden kan via deze link of telefonisch (0495-64 14 97). Meer informatie over de tocht vind je op de website.

Wachten op privacy instellingen...