Wat doet deze rups op het fietspad? Frans Kapteijns beantwoordt vragen in [email protected]

27 september om 10:05 • Aangepast 28 september om 11:20
De rups van de windepijlstaart (foto: Theo Heyms).
De rups van de windepijlstaart (foto: Theo Heyms).
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via [email protected] Dit keer besteedt hij in Stuifmail aandacht aan een beestje in de badkamer, een paddenstoel in de Efteling waar geen geluid uit komt en bruine dopjes op een eikenblad.
Profielfoto van Frans KapteijnsProfielfoto van Peter de Bekker
Geschreven door
Frans Kapteijns & Peter de Bekker

Rups op het fietspad
Op de openingsfoto zie je een grote groene rups met zwarte vlekken en op het eind een oranje pijl. Dit is dus een rups uit de familie van de pijlstaarten en in dit geval is dit een windepijlstaart. Theo Heyms heeft het dier aangetroffen op een fietspad. Dat kan kloppen, als je het naleest in de literatuur: “Rupsen worden vaak aangetroffen op en langs fietspaden bij maïsvelden met haagwinde of langs dijken.” De haagwinde is dan ook de waardplant van deze rups, ook wel pispotje genoemd. Of akkerwinde. Je kan deze rupsen, die maximaal elf centimeter groot kunnen worden, overigens tegenkomen van half juni tot zeker in begin oktober. Dus fietsers, opgelet! Rijd deze prachtige rups van een schitterende nachtvlinder niet plat.

Een oorworm (foto: Jamie Janssen).
Een oorworm (foto: Jamie Janssen).

Insect in de badkamer
In de badkamer bij Jamie Janssen zat een bruin insect en wat heel sterk opvalt, is dat op het eind van dit insect twee grote uitsteeksels zitten. Dit is een oorworm. De uitsteeksels worden tangen genoemd. Dit zijn zeer nuttige instrumenten voor de oorwormen zelf. Allereerst zijn ze bedoeld als verdedigingswapen tegen vijanden. Daarnaast houden ze soortgenoten op een afstand en ze worden door de oorwormen gebruikt als vork bij het eten. Oorwormen zijn echte insecten, die ook kunnen vliegen. Met behulp van de tangen worden de beide vleugels van de oorwormen weer opgevouwen. Overigens zijn oorwormen geen wormen en het verhaal dat oorwormen in onze oren kruipen, is absoluut niet waar. Vroeger dacht men dat echt, vooral omdat oorwormen in zeer kleine spleten en ruimtes werden aangetroffen. Er is zelfs een periode geweest dat men oorwormen verzamelden, droogden, malen en mengden met hazenurine tot oorwormolie. Dit spul bracht men dan bij mensen in de oren bij beginnende doofheid.

Een dennenvoetzwam (foto: Jeanne Beurskens).
Een dennenvoetzwam (foto: Jeanne Beurskens).

Een paddenstoel in de Efteling waar geen geluid uitkomt
Op de bovenstaande foto zie je een van de naar mijn idee mooiste boomzwammen van ons land. De zwam of paddenstoel op de foto heeft een prachtige gele kleur en naar beneden toe zie een dikke oranje rand. We hebben hier te maken met de dennenvoetzwam. Dit is een heel mooie boomzwam, maar ook een echte parasiet. Dennenvoetzwammen groeien op of dichtbij levende naaldbomen en veroorzaken bij die bomen stamvoetrot. Je kunt ze ook tegenkomen op boomstobben, maar nooit hoog in de boom. In het begin zijn de hoeden van deze boomzwammen prachtig fluwelig geel. Na een aantal weken zijn de zwammen volgroeid. Dan zie je een donkere zwam en is de hoed kleverig. Ze scheiden dan een harsachtige vloeistof af, wellicht van de naaldbomen. Na nog wat dagen tref je op de plek waar eerst dat prachtige gele vruchtlichaam van die boomzwam zat een geheel zwart en hard vruchtlichaam aan.

Een Europese hoornaar (foto: Leo en Ineke Valentijn).
Een Europese hoornaar (foto: Leo en Ineke Valentijn).

Grote wesp op de ruit
Leo en Ineke Valentijn zagen op een ruit een wesp zitten die ongeveer drie centimeter groot is. Zij vroegen zich af of dit een Europese hoornaar is. Op de foto die zij gemaakt hebben, zie je inderdaad een grote gele wesp met een rood borststuk en ook een rode kop. We hebben dus inderdaad te maken met de Europese hoornaar, die in ons land thuishoort. Het is dus niet de Aziatische hoornaar.

Een Aziatische hoornaar (foto: EIS kenniscentrum insecten).
Een Aziatische hoornaar (foto: EIS kenniscentrum insecten).

Ik heb de afgelopen tijd heel veel vragen binnengekregen rond over beide soorten. Vooral omdat de Aziatische hoornaar gevaarlijk is voor de honingbijen en men deze soort moet melden. De Aziatische hoornaar heeft een zwart borststuk en het achterlijf van dit insect is naast geel ook erg zwart. Tot slot zijn de poten van de Aziatische hoornaar zwart van boven en licht van onderen. Bij de Europese hoornaar zijn de poten roodachtig.

Satijnen knoopjesgallen (foto: Ria Feskens).
Satijnen knoopjesgallen (foto: Ria Feskens).

Dopjes op de onderkant van een eikenblad
Ria Feskens zag aan de onderkant van een eikenblad allemaal bruine dopjes. Zij vraagt zich af wat dit is. Je ziet op de foto in het midden van zo’n dopje een gaatje. We hebben hier dan ook te maken met satijnen knoopjesgallen. Gallen zijn bijzondere weefsels, die door de planten, struiken en bomen worden gemaakt, maar op initiatief van een insect. Heel wonderlijk. In dit geval is de satijnen knoopjesgalwesp de veroorzaker. De meeste galwespen hebben een tweejarige cyclus, ook deze galwesp. Vrouwtjes van de satijnen knoopjesgallen leggen hun onbevruchte eieren in de uitlopende bladknoppen van eiken. Uit deze grijsachtige groene puistgallen komen in de zomer zowel mannetjes als vrouwtjes satijnen knoopjesgalwespen. Dan vind er een paring plaats en dan leggen de vrouwtjes van de galwesp in de nazomer bevruchte eitjes aan de onderkant van de eikenbladeren. Hierna groeien vanuit die eikenbladeren satijnen knoopjesgallen.

Wachten op privacy instellingen...

Digitale gallenexcursie
Het project 'Met z'n allen plantengallen' is dit jaar van start gegaan. In de nazomer zijn nog steeds veel gallen te vinden. Daarom is de gallenexcursie die begin september plaatsvond ook 'verfilmd'. Deze film zit boordevol tips hoe je zelf gallen kunt vinden. Handig, als je om wat voor reden dan ook niet op excursie mee kan, of wanneer je zelf bij jou in de buurt ook eens naar gallen wil gaan zoeken.

De ene muggenbult is de andere niet
Peter Reizevoort vraagt zich af waarom hij van de ene muggenbult meer last heeft dan van een andere muggenbult. Als eerste vraag ik me af of het in beide gevallen, thuis en in natuurgebied De Geelders, wel gaat om muggen. Er zijn namelijk meer insectensoorten die bulten kunnen veroorzaken. Denk maar eens aan diverse soorten dazen. Die komen zeker voor in een gebied als De Geelders. Daarnaast zijn er verschillende muggensoorten. Overigens zijn het enkel de vrouwtjes die steken of bijten. De vrouwtjes van deze stekende en bijtende insecten hebben namelijk eiwitten nodig na een paring eiwitten en die halen ze uit ons bloed. Op ons lichaam ontstaat dan een bult. Die wordt veroorzaakt door een reactie van ons immuunsysteem op de chemicaliën in de vloeistof die een insect inbrengt om het bloed niet te laten stollen. Waarschijnlijk reageert het immuunsysteem van Peter Reizevoort op sommige insecten heviger dan op andere.

Een witte wolluis (foto: Mieke en John Lakwijk).
Een witte wolluis (foto: Mieke en John Lakwijk).

Vreemd klein wit beestje op tuinmeubel
Mieke en John Lakwijk zagen op hun tuinmeubels zeer kleine witte beestjes zitten. Zij vroegen zich af wat dit zijn. Op de ietwat wazige foto zie je inderdaad een warrig wit diertje. We hebben hier te maken met een volwassen witte wolluis. Wolluizen kunnen een vervelende plaag vormen op planten en kamerplanten. Wolluizen horen bij de familie van de luizen en zuigen net zoals bladluizen sappen uit planten. Ze hebben hun naam te danken aan de witte, wolachtige afscheidingen die de vrouwtjes produceren waarmee ze zichzelf en de eitjes beschermen. Dit kun je heel goed zien aan de planten, want op de aangetaste planten zie je dan witte, wollige bolletjes of stipjes. Verhuizen ze, dan zie je zo'n vreemd wit schepsel rondlopen zoals op de foto van John Lakwijk.

Natuurtip
In Geertruidenberg wordt zondag 4 oktober een natuurwandeling georganiseerd. Deze start om twee uur 's middags. In 1213 verleende graaf Willem I van Holland ‘Sint Geertruidenberg’ stadsrechten. In de late middeleeuwen was de stad een belangrijk handelscentrum waar graven en edelen bijeenkwamen om hun belangen te behartigen. De Hoekse en Kabeljauwse twisten in 1420 en de Sint Elisabethvloed in 1421 maakten een eind aan die welvarende handelsfunctie. De stad werd een grensvesting. Pas sinds 1813 hoort Geertruidenberg definitief bij Brabant. Meer informatie over de tocht is vcerkrijgbaar bij het VVV-kantoor aan de Markt, 46 in Geertruidenberg. Deelname kost vier euro, kinderen betalen 1,50 euro. Aanmelden kan via telefoonnummer 0162-517689 en meer informatie isverkrijgbaar via de website.

Tip ons!
Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Wachten op privacy instellingen...