Wat moeten al die eksters bij de schapenwei? Frans Kapteijns geeft antwoord op vragen in [email protected]

17 januari om 10:27 • Aangepast 18 januari om 10:08
Een ekster op een schaap  (foto: Elsemargriet via Pixabay).
Een ekster op een schaap (foto: Elsemargriet via Pixabay).
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via [email protected] Dit keer besteedt hij aandacht aan het waarom van een spreeuwenwolk, geeft hij antwoord op de vraag wie hier gewroet heeft en besteedt hij aandacht aan kiezels bij een vetpotje.
Profielfoto van Frans KapteijnsProfielfoto van Peter de Bekker
Geschreven door
Frans Kapteijns & Peter de Bekker

Plotseling heel veel eksters in de schapenwei, waarom?
Francine Olislagers vraagt zich af waarom er zich zoveel eksters plotseling bij een schapenwei bevinden, terwijl ze dit in de vijftig jaar hiervoor nooit gezien heeft. Dit zijn altijd leuke, maar zeer lastige vragen. In principe kunnen schapen en eksters goed met elkaar opschieten, want de eksters zorgen voor het opeten van allerlei lastige insecten. In schapenweilanden waar de schapen dag en nacht verblijven, laten die schapen ook veel mest achter. Die mest trekt allerlei insecten en andere geleedpotigen aan en daar zijn de eksters dol op. Waarom ze daar nooit eerder waren, ligt misschien aan het feit dat andere voedselbronnen leeg waren. Ben benieuwd of ze daar vanaf nu elk jaar komen.

Hoe ontstaat een spreeuwenwolk en waarom?
Een veelgestelde vraag is hoe spreeuwenwolken ontstaan? Nou, vermoedelijk omdat samen zijn veiliger is dan alleen. Het is voor roofvogels, zoals de sperwer, moeilijker om een spreeuw te pakken uit zo’n dwarrelende massa dan eentje die alleen is.. Door in zo’n grote wolk rond te vliegen, wijzen de spreeuwen vermoedelijk ook soortgenoten de weg. Tevens kunnen de kunnen spreeuwen elkaar zo ’s ochtends weer volgen naar goede voedselplekken.

Wachten op privacy instellingen...

Wat ik zo ongelofelijk knap vind, is dat miljoenen spreeuwen - er zijn zelfs vanaf de herfst meer spreeuwen in ons land dan mensen - elkaar in zo'n wolk niet raken. Dit is wetenschappelijk onderzocht door professor Charlotte Hemelrijk (RUG). Ze heeft aangetoond, 'dat spreeuwen allemaal even snel vliegen (zo’n 36 kilometer per uur), want remmen of versnellen kost teveel energie. "Dat maakt samen vliegen al makkelijker, want bots maar eens met iemand die precies even hard gaat. Dat kan alleen als je de bocht om gaat.”

Verder heeft zij uitgezocht hoe de verschillende vormen van spreeuwenwolken ontstaan, namelijk doordat de samenvliegende spreeuwen bochten maken boven een slaapplaats . Dat ze allemaal even snel gaan en niet willen botsten speelt daarbij ook een rol. Iedere vogel houdt zeven buurvogels in de gaten, zodat ze daar niet tegenaan vliegen. "Als een paar spreeuwen van koers veranderen, verspreidt die beweging zich dus door de hele wolk, omdat ze zich allemaal razendsnel aanpassen aan die zeven buren. "

Een groene anijstrechterzwam (foto: Ellen de Kok).
Een groene anijstrechterzwam (foto: Ellen de Kok).

Wat voor zwam is dit?
Op de foto die Ellen de Kok mij stuurde, staat een groenige paddenstoel. Ellen denkt aan een kopergroenzwam. Zelf denk ik vanwege de beetje trechtervormige hoed aan een groene anijstrechterzwam. Deze soort vind je vaak tussen de bladeren van loofbomen, vooral bij beuken- en eikenbomen. In Brabant kun je deze groene anijstrechterzwam dan ook veel tegenkomen. Ze groeien vooral op zand- en leemgronden. De hoed van deze paddenstoel verkleurt snel van groen tot geelgrauw, maar de anijsgeur blijft goed aanwezig. De groene anijstrechterzwam is goed eetbaar, maar de soort die er erg op lijkt, de kopergroenzwam, is erg giftig.

Wroetsporen van de das (foto: Toos Opsteegh).
Wroetsporen van de das (foto: Toos Opsteegh).

Van welk dier zijn deze wroetsporen in de achtertuin?
Op de foto die Toos Opsteegh mij stuurde, zie je heel duidelijk dat er in de aarde gewroet is naar voedsel. Volgens mij gaat het hier om het werk van dassen. Dat ,maak ik op uit de puntige putjes. Dit kan ook kloppen, want ik weet dat zich daar dassen in de buurt bevinden. Helaas zag op de site van de politie het bericht dat 'bij het kappen van bomen bij een houtwal in Langenboom is geen rekening gehouden met de aanwezige dassenburcht. Deze werkzaamheden, in de kraamperiode van de das, hebben op zijn minst geleid tot aanzienlijke verontrusting'. Misschien zijn dit wel die dassen, die verstoord waren, die op zoek waren naar een andere plek. Onderweg zoeken ze dan ook naar voedsel.

Sterrenschot (foto: Erik Wienholts).
Sterrenschot (foto: Erik Wienholts).

Wat lag er in maart op het bospad van de Malpie Valkenswaard?
Op de enigszins wazige foto van Erik Wienholts hierboven meen ik sterrenschot te zien. Je zie namelijk een doorzichtige geleiachtige substantie. De naam sterrenschot stamt al uit de zeventiende eeuw, omdat mensen toen dachten dat het hier echt ging om reststoffen van sterren. In werkelijkheid is sterrenschot braaksel van reigers, bunzingen enzovoorts. Die dieren hebben dan bijvoorbeeld vrouwelijke kikkers of padden gegeten. In de buik van die amfibieën zaten dan eitjes die omkapseld waren met gelei. In de buik van die kikkers en padden was dit gelei compact, maar in de buik van de roofdieren zet dit enorm uit en dan braken ze die grote klompen uit. Soms zie je in dat sterrenschot ook nog zwarte puntjes zitten, dat zijn dan die eitjes.

Wachten op privacy instellingen...

De Neterselse Heide in Winterse sferen
Begin dit jaar maakte Jozef van der Heijden bovenstaand filmpje op de Neterselse Heide. Bij het ontwaken van die dag, zaterdag 2 januari, was het landschap wit. Het had 's nachts 4 graden gevroren. Omdat de luchtvochtigheid 's nachts nog erg hoog was, werden we die ochtend getrakteerd op een echt winters landschap, vooral omdat de zon zo fel op de ontstane rijp scheen.

Een leeg potje vet met kiezels (foto: Eleonore Nelissen).
Een leeg potje vet met kiezels (foto: Eleonore Nelissen).

Wat doen die kiezels bij het op de grond liggend vetpotje?
Op de foto die Eleonore Nelissen mij stuurde, zie je in het gras een potje waar vet in gezeten heeft. Voor dit potje liggen kiezelstenen. Eleonore vraagt zich af hoe dit kan. Ze geeft aan dat ze de potjes met vet op de grond zet om ervoor te zorgen, dat ze helemaal leeggegeten worden. Welnu, er zijn vogels die gereedschappen gebruiken om bij het voedsel te komen. Kraaien, kauwen en koolmezen zijn hiervan mooie voorbeelden. Maar dat lijkt me stug hier. Eerder denk ik dat deze kiezels onderdeel waren bij het verwerken van het voedsel. Je ziet namelijk bij geen enkele vogel tanden of kiezen. Mensen vragen zich dan weleens af hoe de vogels dan hun voedsel verwerken. Heel simpel: met de maag. Die maag heet spiermaag. In deze spiermaag zitten door de vogels ingeslikte steentjes. De maag en de steentjes zorgen voor het 'kauwen' van het voedsel. Na deze bewerking gaat het voedsel naar een tweede maag, de kliermaag. Daar wordt het voedsel dan verder verwerkt. Regelmatig verversen vogels deze steentjes, die dan uit de vogel komen door te braken. Grotere vogels, zoals kippen en fazanten gebruiken grotere steentjes dan kleine vogels. Mogelijk braakten zij deze kiezels uit.

Overnachten vogels in nestkasten?
Lena Daalmans vindt regelmatig poepjes in een nestkastje bij haar thuis. Ze vraagt of dit komt door een overnachtend koolmeesje. Waarschijnlijk slapen er meerdere koolmezen in haar nestkastje, want dat is lekker warm. Na de zomer krijgen de vogels hun winterpak. Dit verenpak is extra dik en daar zitten dan extra donsveren onder. De dikkere veren aan de buitenkant zijn vettig en hierdoor wordt de kou en de regen geweerd. De binnenste donsveren zorgen voor extra isolatie. Wanneer het nu zeer guur weer wordt, zoeken ze zoveel mogelijk beschutting. Dikwijls met elkaar. Dit kan in mooie dichte hagen, dichte struiken, in holen, onder daken, maar ook dus in nestkasten. Krantenpapier hierin leggen helpt bij het opruimen van de poepjes. het is goed om het nestkastje schoon te maken.

Natuurtip
FLORON en Tuintelling.nl vroegen plantenliefhebbers om tussen Eerste Kerstdag en 3 januari een uur te gaan wandelen of in de tuin te kijken naar bloeiende planten. Het was de vijfde keer dat deze Eindejaars Plantenjacht werd georganiseerd. In totaal zijn 537 wilde of verwilderde plantensoorten bloeiend waargenomen. Dit komt neer op twintig procent van de Nederlandse flora. In de top drie prijken het madeliefje (869 keer geteld), straatgras (839), en vogelmuur (808). Het herderstasje en het duizendblad deden het bijzonder goed in vergelijking met eerdere jaren.

De top tien van bloeiende planten :

1. Madeliefje 869

2. Straatgras 839

3. Vogelmuur 808

4. Klein kruiskruid 807

5. Herderstasje 792

6. Paarse dovenetel 712

7. Duizendblad 670

8. Paardenbloem 662

9. Kropaar 524

10. Gewone melkdistel 492

Meer lezen? Op Plantenjacht vind je het rapport met alle resultaten. Een tweede telling komt er trouwens aan, de Nationale tuinvogeltelling. Doe mee en meld je aan . Tel op vrijdag 29, zaterdag 30 of zondag 31 januari een keer een halfuur de vogels in \je tuin of op jouw balkon.

App ons!
Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Wachten op privacy instellingen...