Winter van februari duurde niet lang genoeg voor een jachtverbod

2 maart om 09:40 • Aangepast 3 maart om 09:27
Het roodborstje redt zich wel (foto: Ben Saanen).
Het roodborstje redt zich wel (foto: Ben Saanen).
De winter van februari duurde te kort om een jachtverbod in te stellen. Dat antwoorden Gedeputeerde Staten op vragen de Partij voor de Dieren (PvdD). Bovendien was het jachtseizoen op wilde dieren al gesloten toen de eerste sneeuwvlokjes neerdwarrelden. Het was de partij echter vooral te doen om dieren als ganzen en knobbelzwanen, die afgeschoten zouden worden om gewassen te beschermen.
Profielfoto van Jan de Vries
Geschreven door
Jan de Vries

De PvdD vroeg om zo’n jachtverbod, omdat de dieren weerloos waren in de sneeuw. Volgens GS valt dat wel mee. Watervogels verlaten hun bevroren plassen en verhuizen tijdelijk naar plekken waar geen ijs ligt, zoals bijvoorbeeld de Biesbosch.

Grote zoogdieren hebben genoeg vet op de botten om een weekje sneeuw door te te komen. Alleen de zwakke dieren leggen het loodje, maar dat is volgens het dagelijks bestuur van de provincie natuurlijke selectie. De PvdD was ook bang dat bij het beschieten van bijvoorbeeld een zwaan andere vogels die deel uit maken van een kolonie van schrik wegvliegen en zo onnodig energie verspillen.

Jachtverbod onder voorwaarden
De provincie kan wel een jachtverbod opleggen, maar dan moet er meer dan 21 dagen een pak sneeuw liggen dat de bodem voor 90 procent bedekt. Een verbod kan ook als er langer dan een week sprake is van bevroren sneeuw of ijs en wanneer open water voor meer dan 50 procent bevroren is.

Terwijl de mens al vanaf de eerste aankondiging van sneeuw in rep en roer was, waren er volgens GS geen langdurige weersomstandigheden die een jachtverbod nodig maakten. De PvdD was overigens ook in de pen geklommen, omdat de partij vindt dat de 21 dagen-tijd in haar ogen te lang duurt.

App ons!
Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Wachten op privacy instellingen...