Wie knaagt aan deze boomstam? Frans Kapteijns geeft antwoord in Stuifm@il - Omroep Brabant

Wie knaagt aan deze boomstam? Frans Kapteijns geeft antwoord in [email protected]

6 juni om 10:56 • Aangepast 6 juni om 13:52
Dode stam met hakgaten (foto: Ron Segers).
Dode stam met hakgaten (foto: Ron Segers).
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via [email protected] Dit keer besteedt hij in Stuifmail aandacht aan een slapende slak, geeft hij antwoord op de vraag wie een boomstam stukmaakt en van wie zijn de restjes in een tuin zijn?
Profielfoto van Frans KapteijnsProfielfoto van Peter de Bekker
Geschreven door
Frans Kapteijns & Peter de Bekker

Wie knaagt aan deze boomstam?
Op de foto van Ron Segers staat een dode boomstam. Volgens hem wordt hier de laatste tijd flink aan geknaagd of gehakt. Hij vraagt zich af wie dit doet? Volgens mij hebben we hier te maken met een voedselzoekende specht. Het zou in dit geval weleens de groene specht kunnen zijn want dat zijn spechten die graag op de grond op zoek gaan naar mieren. Een stuk boomstam waar voedsel in zit - zoals mieren, kevers of larven van insecten - wordt dan graag meegenomen. Overigens kunnen het in dit geval ook de zwarte specht en zelfs de grote bonte specht zijn.

Segrijnslak, ook wel kleine wijngaardslak genoemd (foto: Marianne Cobussen).
Segrijnslak, ook wel kleine wijngaardslak genoemd (foto: Marianne Cobussen).

Welke slak ligt hier lekker te rusten?
Op de foto van Marianne Cobussen zie op een blad een bruine gevlekte slak. Marianne wil weten om welke slak het gaat. De naam van deze slak is segrijnslak, ook wel kleine wijngaardslak genoemd. Segrijnslakken zijn echte nachtdieren, die in de nacht op zoek gaan naar jonge groene planten en scheuten. Vergane of te oude planten eten zij bijna niet. Overdag schuilen ze in het groen om zich te beschermen tegen direct zonlicht en extreme hitte. Uitzonderlijk komen ze overdag weleens na een stevige regenbui uit hun schuilplaats. Oorspronkelijk kwamen segrijnslakken voor in het zuiden en zuidwesten van Europa tot aan de Zwarte Zee. Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn deze slakken ook te vinden in ons land. Eerst vooral in tuinen en parken, later ook in de buitengebieden. De naam segrijn heeft waarschijnlijk betrekking op het kleurenpatroon van deze slak en slaat terug op de bewerkte huiden van haaien en roggen, wat men segrijnleer noemt.

Een fraaie schijnbok (foto: Nina Das).
Een fraaie schijnbok (foto: Nina Das).

Welke kever zit er op de bloem van een korenbloem?
Op de foto van Nina Das zie je de bloem van de korenbloem en daarop een langwerpige groene kever. De naam van deze groene kever is fraaie schijnbok. Zoals de naam al aangeeft, hoort dit insect thuis bij de familie van de schijnboktorren. Deze insecten hebben hun naam te danken aan het feit dat ze met hun uiterlijk en hun leefwijze heel veel lijken op boktorren. Een ander belangrijk kenmerk van schijnboktorren is dat bij een aanval deze insecten gebruik maken van een giftige afweerstof. Een belangrijk kenmerk van deze fraaie schijnbok is dat de dekschilden op het eind sterk versmald zijn, zodat de achtervleugels voor een deel onbedekt zijn. Dit is ook goed te zien op de foto van Nina. Dat deze mooie kever op de bloem zit van een korenbloem is logisch, want op het menu van de fraaie schijnboktorren staan stuifmeel en nectar van diverse bloemsoorten.

Restjes van een meikever (foto: familie De Nijs).
Restjes van een meikever (foto: familie De Nijs).

Van wie zijn de restjes in mijn tuin?
Op de foto van de familie De Nijs zie je nog resten van een insect. De familie wil graag weten welk insect dit is? Kenmerkend in dit geval zijn de witte vlekken op het achterlijf en daarnaast de stekelige poten en het dons op het borststuk. We hebben hier te maken met de resten van een meikever. Dit jaar zijn er best veel meldingen binnengekomen van grote aantallen meikevers. Zelf heb ik er ook veel zien vliegen. Tijdens de nacht en ook overdag schuilen meikevers vaak op takken van hoge bomen. Maar tijdens de schemering worden ze actief. Ze vormen dan een prooi van vleermuizen, want die zijn dan ook actief. De restjes van de meikever die de familie De Nijs heeft gevonden, zijn dan vermoedelijk het gevolg van een aanval van een vleermuis.

Een muskusrat (foto: Jolanda Hoogeland).
Een muskusrat (foto: Jolanda Hoogeland).

Is het een bever of toch de muskusrat?
Op de foto van Jolanda Hoogeland zie een lichtbruin zoogdier in een natte omgeving. Zij dacht aan een bever, maar vond het dier vrij licht van kleur dus houdt ze ook rekening met een muskusrat. Ik ga voor de muskusrat. Bevers hebben een donkerbruine, soms bijna zwarte tot grijze vacht. Muskusratten hebben een kastanjebruine tot donkerbruine bovenkant en een vaalwitte, grijze tot lichter bruingrijze onderkant.

Een bever (foto: Ralf S. via Pixabay).
Een bever (foto: Ralf S. via Pixabay).

Bevers kunnen een meter worden, terwijl muskusratten maximaal 35 centimeter lang worden. Buiten het water vallen de oren van bevers op, maar die van muskusratten bijna niet. Tot slot hebben bevers een heel platte en brede staart van ongeveer veertig centimeter en hebben muskusratten een staart die net zo lang is als het lichaam. Die is vrijwel onbehaard.

Europese hoornaar (foto: Ton de Ruyter).
Europese hoornaar (foto: Ton de Ruyter).

Wat is dit voor beest?
Ton de Ruyter heeft een werkelijk prachtige foto gestuurd van een insect voor het keukenraam, met de vraag wat is dit? Dit is een Europese hoornaar. Deze wespen kunnen gemakkelijk 3,5 centimeter lang worden. In het algemeen zijn de hoornaars niet agressief, maar als ze zich moeten verdedigen steken ze. Zo’n steek is pijnlijk, maar het gif is minder krachtig dan dat van een honingbij. Om hun larven te voeden, gebruiken ze dit gif bij het doen van insecten. Nadat de doodsteek vermalen ze zo'n insect tot een papje. Dit papje geven ze vervolgens aan de larven, die op hun beurt het volwassen dier een zoete vloeistof geven. Met deze vloeistof krijgt het volwassen dier weer energie om te kunnen vliegen en nog meer insecten te vangen.

Wachten op privacy instellingen...

Al 25 jaar bevers in Biesbosch
Zo'n 25 jaar geleden werden er bevers uitgezet in de Biesbosch. Ter gelegenheid daarvan werd in april 2013 een webcam geplaatst bij een beverburcht in dit gebied. Via deze webcam van Staatsbosbeheer was onder meer te zien hoe hier eind mei bevers werden geboren. In deze samenvatting een aantal nog niet eerder getoonde beelden van de bouw van de burcht en de geboorte van de jongen.

Een sperwermannetje (foto: Ferry Barkey).
Een sperwermannetje (foto: Ferry Barkey).

Wat voor roofvogel is dit?
Op de foto Ferry Barkey zie je een vogel met blauwe bovendelen, een blauwe staart met een zwarte band onderaan en gele poten. Dit is een mannetjessperwer. Dit klopt ook met Ferry's de beschrijving van de borst. Prooidieren van sperwers zijn vooral mussen, kleine zangvogels - zoals kool- en pimpelmezen - en vinken. Het grotere vrouwtje kan ook wel lijsters en spreeuwen pakken en soms ook Turkse tortels. Sperwers horen thuis in de havikenfamilie. Haviken en sperwers lijken dan ook heel veel op elkaar. Het meest kom je ze tegen in halfopen gebieden met een afwisseling van dorpen, landbouwgebied en bos. In helemaal boomloze gebieden zal je hen niet vinden.

Lindepijlstaart (foto: Marvin van der Pand).
Lindepijlstaart (foto: Marvin van der Pand).

Dit insect heb ik nog nooit gezien
Op de foto van Marvin van der Pand zie je een groen getinte vlinder met in het midden van de voorvleugels donkergroene aaneengesloten vlekken. We hebben hier te maken met een vlinder uit de pijlstaartfamilie. De naam van deze vlinder is lindepijlstaart. Dit is een mannetje. Mannetjes van de lindepijlstaart zijn namelijk groenig van kleur, vrouwtjes zijn meer oranjeroze getint. Lindepijlstaarten zijn echte nachtvlinders, die overdag rusten in de kruin van lindebomen, maar ook op boomstammen en op muren. De rupsen van deze fraaie vlinder leven, zoals de naam al aangeeft, vooral op lindebomen maar je treft hen ook wel aan op de zoete kers, berk, iep of els.

Natuurtip
Vorig weekend - 28 en 29 mei - vond de Vleermuistuintelling 2021 plaats. Van over heel Nederland deelden 168 mensen hun waarnemingen van vleermuizen die kort na zonsondergang in de tuin vlogen. Liefst 1294 vleermuizen werden er gespot.

Soort of soortgroep 23-24 mei 2020 28-29 mei 2021

Dwergvleermuizen 1705 1078

Vleermuis onbekend 772 161

Laatvlieger/Rosse vleermuis 158 44

Watervleermuis 19 3

Grootoorvleermuizen 14 6

Baardvleermuis 0 2

Totaal 2668 1294

Sommige tellers gebruikten naast de zoekkaart met de meest voorkomende vleermuizen van de Zoogdiervereniging een batdetector die het ultrasone geluid van vleermuizen hoorbaar maakt en waardoor het makkelijker wordt om soorten uit elkaar te houden.



App ons!
Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Wachten op privacy instellingen...