Nicole 25 jaar na Herculesramp: 'Mijn ouders hoorden dat ik dood was' - Omroep Brabant

Nicole 25 jaar na Herculesramp: 'Mijn ouders hoorden dat ik dood was'

10 juli om 09:26 • Aangepast 19 juli om 11:41
Overlevende Nicole bij het monument waar op 15 juli herdacht wordt.
Overlevende Nicole bij het monument waar op 15 juli herdacht wordt.
Nog elke dag wordt Nicole Adams geconfronteerd met de Herculesramp van 25 jaar geleden. Ze zat in het toestel dat bij Vliegveld Eindhoven neerstortte. Bij de brand die daarna ontstond, kwamen 34 inzittenden om het leven. Nicole overleefde het, net als zes anderen. Donderdag is het precies 25 jaar geleden. “De week ervoor ben ik stikchagrijnig.”
Profielfoto van Rogier van Son
Geschreven door

“Mijn ouders waren naar Eindhoven gekomen en kregen van Defensie te horen dat ik was overleden. Een dag erna hoorden ze dat ik toch nog leefde. Ik was verwisseld met iemand anders. Ze hebben een dag gedacht dat ik er niet meer was. Dat was een hel.”

Bijna alle slachtoffers waren leden van het fanfarekorps van de Koninklijke Landmacht. Ze kwamen terug van een concertreis in Italië. Nicole was 23 jaar. Ze speelde saxofoon en was derdejaars student aan het conservatorium in Tilburg. “Ik had een 9,5 voor mijn overgangsexamen,” vertelt ze met trots in de ogen. We spreken haar op de Vliegbasis in Eindhoven waar elk jaar een herdenking plaatsvindt, vlakbij de plek waar het gebeurd is.

Wachten op privacy instellingen...

Na de concertreis vlogen ze terug naar Eindhoven. “In Italië was het net een vakantietripje. Daarna hadden we ook vakantie. Iedereen was uitgelaten en ontspannen. We waren moe toen we het vliegtuig instapten. We hadden veel gefeest daar. Muzikant en jong. Laat naar bed. Veel gedronken.”

"Ik ben in een grote shock geraakt. Ik weet alleen nog dat de piloot een jasje over mij heen heeft gegooid."

Iets na zes uur ’s avonds ging het mis. Bij de landing kwam er een zwerm vogels in de motoren. Het vliegtuig stortte neer. Er ontstond brand. Bijna alle inzittenden overleefden de eerste klap, maar na de crash brak brand uit. Hulpverleners wisten niet dat er behalve de vierkoppige bemanning ook nog 37 muzikanten van het fanfarekorps in het vrachtruim zaten. Door die communicatiefout begonnen ze eerst met blussen in plaats van reddingswerk.

De militairen in het transportvliegtuig probeerden intussen tevergeefs de nooduitgang te openen. Twintig minuten na de crash werden de leden van het fanfarekorps pas ontdekt. De meesten kwamen door verstikking om het leven. Slechts zeven inzittenden overleefden het. Tientallen rapporten verschenen er daarna, waarin stond dat de hulpverlening had gefaald.

“Ik weet niets meer van het ongeluk zelf. Ik ben in een grote shock geraakt. Ik weet alleen nog dat de piloot een jasje over mij heen heeft gegooid. Dat heeft mij beschermd met mijn brandwonden en mijn aangezicht. Hij heeft het zelf niet overleefd. Toen ik in het ziekenhuis lag, kreeg ik een hartstilstand en mijn hersenen liepen een beschadiging op. Ik lag in vrij kritieke toestand.”

“Mijn rug en mijn arm zijn verbrand. De brandwondenarts zei tegen mijn ouders dat de brandwonden het minst erge waren. Het ergste waren de longen die verbrand waren. Ze wisten toen nog niets van het hersenletsel. Dat kwam pas later. Ik lag in coma en daar kwam ik moeilijk uit. Er is een hersenscan gemaakt waaruit bleek dat er een hersenbeschadiging was.”

"Ik vroeg mij af waarom Maurice niet aan mijn bed stond. Of de andere jongens en meisjes.”

Een maand lag ze in coma. Daarna moest ze alles opnieuw leren. “Ik kon niets meer. Niet praten. Niet bewegen. Ik kon niets kenbaar maken. Ik had pijn aan mijn hoofd, maar dat kon ik niet aangeven. Of dat ik moest plassen. Het was een nachtmerrie.” Stapje voor stapje moest ze herstellen. “Ik ben met mijn moeder gaan oefenen door op een belletje te drukken. Dan kon ik aangeven dat ik naar de wc moest. Daarna een paar woordjes zeggen. Ik hou van jou, tegen mijn ouders. Ik heb heel veel logopedie gehad. Dat proces is nog steeds gaande. Ik ben nog steeds aan het revalideren. Ik praat nog niet goed genoeg.”

Nicole kwam in het militair revalidatiecentrum in Doorn. Ze zat er bijna drie jaar. Fysiotherapie, geheugentraining, logopedie. Daar zat ze met de zes andere overlevenden van de vliegramp. “Elke avond kwamen we bij elkaar om een bakkie koffie te drinken.”

In het begin wist Nicole niet dat haar collega’s waren omgekomen. Ook wist ze niet dat haar vriendje Maurice, ook lid van het fanfarekorps, er niet meer was. Hij had naast haar in het vliegtuig gezeten. “In het begin was ik alleen bezig met mijn eigen herstel. Ik wist ook niet wat er gebeurd was. Ik had foto’s uit Italië en daar stond ik steeds dichtbij Maurice. Ik zei tegen mijn moeder: Volgens mij vond ik hem wel leuk hoor. Ik wist niet dat ik verkering met hem had. Het kwam pas later binnen. Mijn moeder mocht niets uit zichzelf zeggen. Ze moest wachten totdat ik dingen ging vragen. Ik vroeg mij af waarom Maurice niet aan mijn bed stond. Of de andere jongens en meisjes.”

"Het had anders kunnen uitpakken, maar daar sta ik ook niet elke dag meer bij stil. Dan word je gek."

De gevolgen van de vliegramp voelt ze nog elke dag. “Het is een leven van voor de ramp en na de ramp. Voor de ramp was het onbezonnen. Daarna waren het zorgen van hoe het verder gaat. Ik ben nog elke dag bezig met de ramp. Niet met de verwerking, maar ik loop nog dagelijks tegen dingen aan. Het is moeilijk om mijn schoenen aan te doen. Veters strikken. Het kost moeite. In drukke tijden onthoud ik niks meer. Dan sla ik op tilt. Saxofoon spelen kan ik alleen nog op amateurniveau. Je moet een weg vinden om hier mee om te gaan.”

“Het is niet alleen maar 25 jaar ellende. Er zijn ook leuke dingen gebeurd. Het heeft lang geduurd voordat ik mij weer open kon stellen voor de liefde. Ik was niet toe aan een relatie. Sinds 7 jaar heb ik weer een relatie. Voor het ongeluk was ik altijd een vechter. Ik heb niks cadeau gekregen. Met de saxofoon moest ik vier uur per dag oefenen want ik had geen talent. Ik ben gewend om te werken en te knokken. Dat is mij na het ongeluk goed van pas gekomen.”

Soms denkt ze wel eens dat ook zij had kunnen overlijden die 15 juli in 1996. “Dan was mij heel veel bespaard gebleven, maar dan had ik het geluk ook niet meer gekend. Het had anders kunnen uitpakken, maar daar sta ik ook niet elke dag meer bij stil. Dan word je gek. Ik ben heel blij dat ik het overleefd heb. Op 15 juli wil ik het altijd afsluiten met een etentje. Met een wijntje erbij. Het leven vieren. Dat vind ik belangrijk.”

Nicole als twintiger bij de fanfare.
Nicole als twintiger bij de fanfare.
De Herculesramp is donderdag precies 25 jaar geleden.
De Herculesramp is donderdag precies 25 jaar geleden.

App ons!
Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Wachten op privacy instellingen...