Video

Een oversekste kikker op een dode kikker? Frans Kapteijns weet meer

3 april 2022 om 11:08 • Aangepast 13 juni 2022 om 18:26
nl
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt hij in Stuifmail aandacht aan heel veel kevertjes bij elkaar, een grote bonte specht op een mezenhuisje en een heel vreemd insect.

Wat doet die kleine kikker op die grote dode kikker?
Gerard Straatman zag bij zijn vijver een kleine kikker op een grote dode kikker. Hij vroeg of ik dit kon verklaren. Tja, in de natuur gebeuren soms vreemde dingen. De kleine kikker is waarschijnlijk een mannetje en mannetjeskikkers zijn in het voortplantingsseizoen zo oversekst, dat ze op bijna alles springen om maar te paren. In dit geval dus op een dood vrouwtje. Zelf heb ik ooit meegemaakt dat een mannetjespad op mijn vuist sprong toen ik die voor hem hield en zich daarop ook vast wilde klemmen. Hier heeft de mannetjeskikker nog niet beseft dat paren in dit geval niet kansrijk zal zijn. Hopelijk is hij daar achter gekomen en heeft hij later een levend vrouwtje kunnen bespringen. Zo niet, dan krijgt hij geen nakomelingen.

Elzenbladhaantjes (foto: Marian Hendriks).
Elzenbladhaantjes (foto: Marian Hendriks).

Veroorzaken al deze kevertjes een kale els?
Marian Hendriks stuurde mij een foto waarop heel veel elzenhaantjes te zien zijn. Zij vraagt zich af of dit een voorbode is voor kaalslag van de elzen daar. Deze kevers kunnen inderdaad de bladeren behoorlijk aantasten, maar in het algemeen heeft de boom hier niet zo’n last van. De larven van de elzenhaantjes vormen belangrijk voedsel voor diverse soorten vogels zoals mezen, merels, roodborstjes, winterkoninkjes, zwartkopjes en nog veel meer andere zangvogels. Als er veel van dit soort vogels in je omgeving wonen, wordt de boom gespaard. Tevens hebben de volwassen elzenhaantjes de bladeren nodig, want daarop moeten ze hun eitjes afzetten. Kortom: helemaal kaal vreten doen ze niet.

Een vleermuiskast (foto: Ida van de Reijt).
Een vleermuiskast (foto: Ida van de Reijt).

Wie maken er gebruik van die IVN-kasten hoog in de boom?
Ida van de Reijt ziet aan bomen in een bepaald stuk van Oisterwijk allemaal groene kasten hangen met een sticker van het IVN erop. Ze vraagt zich af of dit vleermuiskasten zijn. Dat klopt helemaal. IVN Oisterwijk doet daar al jaren onderzoek naar het vleermuizenbestand. Als je goed kijkt naar die kasten zie je aan de buitenkant richels op de plank aan de onderkant. Die is zo gemaakt zodat de vleermuizen daar goed op kunnen landen en vanaf daar naar boven kunnen kruipen in de kast. Ook binnenin zijn de kasten uitgerust met richels, zodat de vleermuizen ondersteboven kunnen hangen om te slapen. Je hebt overigens verschillende soorten kasten. Heel grote kasten zijn voornamelijk bedoeld als kraamkoloniekasten en de kleinere kasten zijn meer voor solitaire vleermuizen. De meeste kasten worden op vier meter hoogte gehangen. Het minimum is drie meter.

De nimf van de gemaskerde roofwants (foto: John de Koning).
De nimf van de gemaskerde roofwants (foto: John de Koning).

Het leeft, maar wat is het?
John de Koning stuurde mij een foto van een heel vreemd wezen. "Het leeft maar wat is het?", vroeg hij zich af. Het insect op de foto heeft als camouflage allerlei stofdeeltjes en zandkorrels op het lichaam. Daardoor ziet dit diertje er vreemd uit, maar we hebben hier te maken met de nimf van de gemaskerde roofwants. Al deze materialen zitten vastgeplakt op het lichaam van de nimf omdat dit insect vanuit de klierharen een kleverige vloeistof aanmaakt. De stofdeeltjes en zandkorrels zijn niet alleen bedoeld als camouflage, maar beschermen deze nimf ook tegen aanvallen van rovers.

Een gemaskerde roofwants (foto: Saxifraga Pieter van Breugel).
Een gemaskerde roofwants (foto: Saxifraga Pieter van Breugel).

Een volwassen gemaskerde roofwants ziet er totaal anders uit dan de nimf, zie de bijgevoegde foto. Wantsen hebben geen volledige gedaantewisseling zoals bijvoorbeeld vlinders. Uit het ei komt in het algemeen een insect dat al heel veel lijkt op het volwassen insect. Alleen bij de gemaskerde roofwants is er, vanwege de camouflage, toch een duidelijk verschil.

De grote bonte specht bij een mezenkastje (foto: Gradje).
De grote bonte specht bij een mezenkastje (foto: Gradje).

Wat doet die grote bonte specht op dit mezennestkastje?
Gradje stuurde mij bovenstaande foto en in de bijbehorende tekst stond: “Ook woningnood bij vogels”. Je ziet op de foto een mannetje van de grote bonte specht dat geland is op een nestkastje dat bedoeld is voor koolmezen. Je ziet dit wel vaker, dat grote bonte spechten op een nestkast landen dat bestemd is voor mezen. Helaas heeft dat niets met woningnood te maken, maar met iets dat minder leuk is. Althans, voor de mezen. Grote bonte spechten lusten namelijk graag mezeneitjes of jonge mezen. Ze inspecteren zo’n kast en als er dan eitjes aanwezig zijn of jonge meesjes, dan proberen ze in te breken en de lekkernij te pakken. Lukt dit niet meteen of zit er nog niets in de kast, dan komen ze zeker terug. Ja, de natuur is niet lief.

Een kneu (foto: Ans Loffeld-Weusten).
Een kneu (foto: Ans Loffeld-Weusten).

Wie zat er in de boom bij het Soerendonks Goor?
Ans Loffeld-Weusten stuurde mij een foto van een vogel in een boom in het Soerendonks Goor. Een kennis dacht aan een frater, maar zij miste onder meer de gele snavel. Naar mijn idee is dit inderdaad geen frater, maar een andere vogel uit de vinkenfamilie: een kneu. Deze soort is lastig te herkennen in de winter, vanwege het onopvallende bruingestreepte verenpak. In de zomer zijn mannetjes van de kneu beter herkenbaar. Dan hebben ze een mooie rode borst en een klein rood petje op de kop. Kneuen broeden vooral in halfopen landschapstypes, het liefst in dicht struikgewas. Het zijn net als de vinken echte zaadeters. Je ziet kneuen dan ook heel veel in gebieden waar veel grassen, kruiden en granen zijn. Soms zie je heel veel van deze vogels bij elkaar, zeker de afgelopen tijd. Dat zijn dan trekvogels, op weg naar noordelijke regionen.

Wachten op privacy instellingen...

Bosuil
De bosuilen, zoals te zien in bovenstaand filmpje van Wouter van Bernebeek, zijn zeer actief in het Rijk van Nijmegen. De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Europa. Deze uil bewoont allerlei landschappen, variërend van loof- en naaldbossen tot stadsparken en groene woonwijken, waar de bosuil door zijn nachtelijke leefwijze niet altijd opgemerkt wordt. De bosuil broedt overwegend in boomholtes en begint al vroeg in het jaar - in februari of maart - met nestelen. Het bekendst is de bosuil van de spookachtige roep van de mannetjes. Deze wordt graag gebruikt in griezelfilms.

Een berkenboom vol heksenbezems(foto: Carool IJpelaar).
Een berkenboom vol heksenbezems(foto: Carool IJpelaar).

Wat zijn dit voor vreemde dingen in de boom?
Carool IJpelaar zag een boom vol zogenaamde pollen. Deze boom is een berkenboom en volgens mij zijn het allemaal beginnende heksenbezems die ze in de boom zag. Vaak hebben heksenbezems veel uitgroeiende twijgen. Die lijken echt een beetje op een bezem, maar dan zonder steel. Aan heksenbezems denken de meeste mensen niet, wel aan vogelnesten. Vogelnesten zijn het echter niet. Heksenbezems zijn in werkelijkheid vergroeiingen. Deze worden veroorzaakt door een in de takken woekerende zwam. Ook een soort galmijt kan de schuldige zijn, maar dan worden het kleine heksenbezems. Wat beide doen, is uit een enkele groeitop meerdere groeitoppen ontwikkelen. Je ziet dan een grote zwarte knop met heel veel kleine takjes. Klaar om door heksen gebruikt te worden.

Natuurtip
Elke tweede zaterdag van de maand organiseert IVN Bergeijk-Eersel een vogelwandeling. De volgende vindt plaats op 9 april. Om acht uur wordt vertrokken. Aanmelden hoeft niet van tevoren, maar deelnemers wordt wel gevraagd op tijd aanwezig te zijn. De groep start stipt om acht uur vanaf de Bredasedijk ter hoogte van huisnummer 60.

Leden van de IVN-Vogelwerkgroep nemen de deelnemers mee door een mooi gebied bij Bergeijk, vlakbij het Schut en de Liskes. Je leert veel soorten vogels herkennen. In dit gebied voelen ijsvogels en spechten zich thuis. Hoor je de roffel al? De excursie is bedoeld voor volwassenen en voor geïnteresseerde jongeren.

  • Meer informatie is verkrijgbaar bij Koos Slenders, telefoon: 06-53628925.
  • De afstand is ongeveer vier kilometer.
  • Het is raadzaam stevige schoenen aan te trekken.
  • Een verrekijker wordt aangeraden..

App ons!

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Download de app en draag het gevoel van hier altijd bij je!