Frans Kapteijns werd blij toen hij deze vogel zag en hij vertelt waarom - Omroep Brabant
Video

Frans Kapteijns werd blij toen hij deze vogel zag en hij vertelt waarom

10 april om 10:16 • Aangepast 13 juni om 18:26
nl
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via [email protected] Dit keer besteedt hij in Stuifmail aandacht aan veel kevertjes op een terras, een zeldzame vogel in Rosmalen én een grote zwarte vogel met een gele snavel in Waalwijk.
Profielfoto van Frans KapteijnsProfielfoto van Peter de Bekker
Geschreven door
Frans Kapteijns & Peter de Bekker

Zeer zeldzame vogel in Rosmalen
Frans en Jeanny Hollander zagen een bijzondere vogel landen in hun tuin. Die bleef zeker een halfuur lang rondhuppen. Ze hadden dus even de tijd om een foto te maken, maar ze kwamen er niet achter welke soort dit zou zijn. Volgens mij is dit inderdaad een bijzondere vogel. Bij het zien van de foto werd ik helemaal blij, want ik denk dat zij de zeldzame draaihals gefotografeerd hebben! Draaihalzen waren in het begin van de twintigste eeuw in delen van het land normale broedvogels, maar door de jacht werden deze vogels steeds zeldzamer. Gelukkig zien we dat er sinds 2014 een kleine opleving heeft plaatsgevonden. Deze prachtige vogels horen thuis bij de spechtenfamilie, net zoals de grote bonte specht. Ze nestelen ook in boomholten en dan het liefst in berkenbomen. Anders dan grote bonte spechten zie je deze spechtensoort enkel in de broedperiodes tegen boomstammen zitten. Vaker zijn ze, zeker buiten de broedperiode, actief op de grond. Op zoek naar mieren, hun hoofdvoedsel. In het voorjaar komen ze vanuit hun overwinteringsplekken, ten zuiden van de Sahara in Afrika, naar Nederland.

Groenteboer Henk van Bijzonder Brabants zag schuim bij een boom (foto Henk Kerkers).
Groenteboer Henk van Bijzonder Brabants zag schuim bij een boom (foto Henk Kerkers).

Groenteboer ziet schuim bij boom
Groenteboer Henk stuurde mij een foto van schuim onder de stam van zijn oude lindeboom. Hij is benieuwd wat dit is. Henk zag een fenomeen dat we de laatste jaren meer zien dan de jaren hiervoor. We noemen dit boomschuim. De laatste jaren hebben we namelijk meer heftige regenperiodes en dan zien we dit fenomeen meer. Boomschuim ontstaat doordat regenwater langs de stam van een boom naar beneden loopt en allerlei stoffen die op de boom aanwezig zijn, opneemt. Door die stoffen - zoals eiwitten uit algen - ontstaat dit schuim. Wie weleens op het strand loopt, heeft dit fenomeen vast ook weleens gezien. Maar dan veel groter. Dan zie je enorme schuimvlokken. Ditzelfde gebeurt dus bij bomen, in het klein. De eiwitstof saponinen zorgt ervoor dat het boomschuim langer aan de stam of onder aan de voet van een boom blijft liggen. Vroege Vogels heeft een mooi filmpje over dit fenomeen op YouTube geplaatst. Dit is hier te zien.

Kleine mestkevers met de naam aphodius contaminatus (foto: Corrie van Rooij-Kerkhof).
Kleine mestkevers met de naam aphodius contaminatus (foto: Corrie van Rooij-Kerkhof).

Heel veel kleine beestjes op een terras
Corrie van Rooij-Kerkhof ziet plotseling heel veel kleine beestjes op haar terras. Zij vraagt zich af wat voor beestjes dit zijn. Ook dit fenomeen komt de laatste jaren meer en meer voor. Ik denk dat dit te maken heeft met het opwarmen van ons klimaat. Deze beestjes zijn kleine kevers die nog geen Nederlandse naam hebben. De latijnse naam is aphodius contaminatus. Dit zijn kleine mestkevers. Ze horen dus thuis bij de familie van de bladsprietkevers, net zoals de mestkever en de meikever. Net zoals vorig jaar en het jaar daarvoor krijg ik ook dit jaar weer heel veel meldingen binnen over honderden van deze kleine mestkevers. Mensen zien ze vliegen terwijl ze aan het fietsen zijn, net zoals Maria, of zien ze in grote aantallen op muren. Deze kleine mestkevers komen zo rond september of oktober massaal uit de graslanden gevlogen en zijn dan op zoek naar mest. Vooral paardenmest is favoriet. Dat er dit jaar en vorig jaar zoveel kleine mestkevers waren heeft misschien te maken met het veranderde - warmere - klimaat. Mensen die hier meer over willen lezen, hierbij een link.

Een gewone tonderzwam (foto: Monique Santegoets).
Een gewone tonderzwam (foto: Monique Santegoets).

Zwam zo hard als een steen
Monique Santegoets zag een zwam op een dode boom en vroeg zich af wat voor soort zwam dit is. Zij vermeldde er nog bij dat de zwam zo hard voelde als steen. Deze zwam kunnen de mensen de laatste jaren ook meer en meer zien omdat we in Nederland steeds meer echt bos zien. Een echt bos kent naast levende bomen ook omgevallen bomen en dode bomen. Voorheen werd alles opgeruimd, maar dat hoort niet in een echt bos. Dode bomen zijn namelijk onderdeel van een mooi echt bos. Die horen daarbij, inclusief de daders. Dat zijn vaak zwammen. In dit geval een echte tonderzwam. Echte tonderzwammen zijn zowel parasiet als saprofyt. De naam echte tonderzwam is gebaseerd op het feit dat het zwamvlees in het verleden werd gebruikt bij het vervaardigen van tondel of tonder. Dit is een reepje vlees van de echte tonderzwam. Dit is licht ontvlambaar materiaal. Mensen gebruikten dit vroeger voor het laten smeulen van vuur.

Een dichtgemaakt nestkastje (foto: Ria van de Loo).
Een dichtgemaakt nestkastje (foto: Ria van de Loo).

Koolmezen hebben nestingang dichtgemaakt
Ria van de Loo zag dat koolmezen in haar tuin een nestkastje bezetten, maar tot haar verbazing maakten deze koolmezen de opening van het nestkastje dicht. Zij dacht dat ze dit deden tegen de koude, maar ik denk dat dit meer bedoeld is om concurrenten te weren. Koude deert de koolmezenfamilie niet, zeker als er nog geen eitjes zijn. Als er eitjes liggen, zorgt voornamelijk het vrouwtje voor het verwarmen. Vrouwtjes hebben namelijk een broedvlek die essentieel is om die eitjes warm te houden. Zo’n broedvlek zorgt ervoor dat er een constante temperatuur van ongeveer 35.4 graden is. Deze broedvlekken ontwikkelen ze een paar dagen voor het leggen van haar laatste ei. Op de plek waar die broedvlekken zitten, komen enorm veel bloedvaten bij elkaar.

Een aalscholver (foto: Angelique Kosters-Louer).
Een aalscholver (foto: Angelique Kosters-Louer).

Een grote zwarte vogel bij het Galgenwiel in Waalwijk
Angelique Kosters-Louer zag al een paar keer bij het Galgenwiel in Waalwijk een grote zwarte vogel met een gele snavel. Mensen die haar spraken, zeiden dat dit een aalscholver is. Zij vraagt zich af of dat wel klopt, want naar haar idee komen die vogels alleen maar voor bij de zee of grote open watervlaktes. In principe heeft Angelique gelijk, maar dat was vroeger. Aangezien er steeds meer aalscholvers zich thuis voelen in ons land, groeit de populatie. Onderzoekers hebben geconstateerd dat de populatie aalscholvers sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw met een factor tien is gegroeid tot een omvang van ongeveer 21.000 broedvogels. Dit betekent dat ze ook op zoek gaan naar nieuwe visplekken, groot of klein. Al deze vogels moeten tenslotte ook eten. Als dit niet meer kan aan de kust, vanwege te grote concurrentie, zoeken de wat zwakkere broeders en zusters het binnenland op. Op zoek naar voedsel, in hun geval vis. Lukt dat, dan gaan ze zelf broeden in dat gebied. Zelf heb ik zo’n broedgebied gezien bij de Flaes in het Landgoed De Utrecht.

Wachten op privacy instellingen...

Groep trekkende kepen foerageren in de tuin
Kepen broeden sporadisch in Nederland. Ze komen voornamelijk naar ons land om te overwinteren. In het vroege voorjaar keren ze terug naar het hoge noorden, naar de Scandinavische en West-Russische gebieden. Jozef van der Heijden zag een aantal Kepen in de tuin. Daar maakten ze een tussenstop om even aan te sterken.

In de winter - tot ongeveer begin maart - kunnen kepen vooral gezien worden op akkers langs bosranden, beukenbossen en parken met beukenbomen. De zaden van de beuk vormen een van de belangrijkste voedselbronnen voor deze vinkachtige. Het mannetje zingt zijn territoriale lied 'Kè-èèhhp' of 'Chèèèèèp'. In de vlucht hoor je 'kup-kup'. Kepen broden in de zuidpunt van Noorwegen vanaf half mei, vanaf begin juli in het noorden rond Stavanger. In Nederland zijn er slechts enkele broedparen. Deze vogel heeft doorgaans één, soms twee legsels per jaar met vijf tot zeven en soms vier tot acht eieren. De broedduur bedraagt elf tot twaalf dagen. De jongen verlaten het nest al als ze elf tot dertien dagen oud zijn.

Een Franse veldwesp (foto: Nettie).
Een Franse veldwesp (foto: Nettie).

Is dit een bij of toch een wesp?
Op de foto van Nettie zie je een wespensoort. Zij is benieuwd om welke wesp het gaat. Volgens mij is dit een Franse veldwesp. Je ziet heel duidelijk een geelzwarte wesp en dus behoort deze wesp net als de limonadewespen tot de familie van de plooivleugelwespen. Franse veldwespen hebben aan de ene kant veel kenmerken van de gewone wespen, maar er zijn ook verschillen. Ze hebben heel kenmerkende oranje voelsprieten, een ietwat afgeplat slank lichaam en de kleur zwart is bij deze wespen meer aanwezig dan het geel. Daarnaast zijn ze totaal niet agressief, al kunnen ze wel steken. Ze maken kleinere nesten dan andere wespen. Dat ze niet agressief zijn naar de mensen heeft te maken met het feit dat ze vooral op insecten jagen. Ze zijn totaal niet geïnteresseerd in zoetigheid. Koninginnen van de Franse veldwesp overwinteren vaak in bomen of los hout, maar ook wel in huizen.

Natuurtip
Op zaterdag 16 april wordt een wandeling georganiseerd door natuurgebied Kampina. Deze duurt van zeven tot negen uur 's avonds en heeft als titel 'Het ree in de avondschemer op de Kampina' gekregen.
Reeën zijn schuw en zoeken het liefst in de schemering en het ochtendgloren naar voedsel, want dan is het nog rustig in het gebied. Je ziet ze vaak bij de bosranden en als je heel voorzichtig en stil bent, heb je de kans dat ze blijven staan. En zelfs als je ze niet ziet, zijn er sporen die hun aanwezigheid verklappen. Ga mee op pad en ontdek de wereld van het ree!

Deze wandeling is gericht op volwassenen. Oudere kinderen zijn onder begeleiding van een volwassene ook van harte welkom. Met je deelname steun je het werk van Natuurmonumenten.

Meer informatie:
• Aanmelden is verplicht, dit kan via deze link.

• Startpunt is de parkeerplaats aan de Annadreef in Lennisheuvel.

• Neem een verrekijker mee.

• Trek stevige wandelschoenen aan.

• Draag kleding die past bij het weer.

• Controleer jezelf achteraf altijd op teken.

App ons!

Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.