Achter deze dikke muren uit WOII worden al jaren asielzoekers opgevangen

16 mei om 18:55 • Aangepast 28 mei om 02:03
nl
Al 31 jaar zit er een asielzoekerscentrum in Gilze, in Prinsenbosch. De geschiedenis is bijzonder. Het is in de Tweede Wereldoorlog gebouwd als boerendorp door de Duitsers, om de geallieerden te misleiden. Achter de dikke muren van de boerenschuren schuilden in werkelijkheid Duitse militairen. Comfortabel was het bepaald niet, maar het azc is de afgelopen vier jaar helemaal opgeknapt.
Profielfoto van Agnes van der Straaten
Geschreven door

Als je door het bosrijke terrein loopt, is nog goed te zien hoe het er in de oorlogsjaren uit heeft gezien. Een kazerne in een boerenjasje. De muren van de gebouwen zijn bijna allemaal een meter dik. Van binnen bijna een bunker, maar van buiten een lieflijk huisje.

“Bij een bombardement zouden de dikke muren blijven staan.”

Remco Molkenboer werkt al sinds 2008 met veel plezier op het azc in Gilze. En hij kent de roemruchte geschiedenis van het rijksmonument: ”Oorspronkelijk bouwden de Duitsers plofdaken op de meeste gebouwen. Mocht er toch gebombardeerd worden dan zou het dak eraf ploffen, maar bleven de dikke muren staan. Zodat ze weer gemakkelijk konden opbouwen. Ook zitten in sommige gebouwen de ramen heel erg hoog, omdat je van daaruit makkelijker kon schieten.”

In de Tweede Wereldoorlog wilden de Duitsers een kazerne hebben vlak bij vliegveld Gilze-Rijen, weet Remco: “Het moest vanuit de lucht een dorp voorstellen. Daarom is het zo groot en weids hier. Geen gebouw hier is hetzelfde. Je hebt grote, kleine, langgerekte gebouwtjes en twee grote centrale gebouwen. Dertig in totaal.”

Foto: Agnes van der Straaten.
Foto: Agnes van der Straaten.

Na de oorlog plaatste Defensie militairen in de gebouwen. “Er zijn zelfs nog collega’s van mij die hier hun dienstplicht hebben gedaan”, herinnert Remco zich. In 1993 nam het COA de gebouwen over. Tientallen jaren woonden asielzoekers in de verouderde gebouwen van de Duitsers. “Ze waren totaal niet ingericht op comfort. Het was een kazerne, met lange gangen en kamers. De soldaten hadden gedeelde douches en wc’s. Een grote centrale keuken zorgde voor het eten. Dat is ook lange tijd voor de asielzoekers op Prinsenbosch zo geweest.”

“Mensen zijn heel blij dat ze hun eigen potje kunt koken.”

Maar nu is een groot deel van het rijksmonument vernieuwd. Het complex vangt veel gezinnen op. De kamers worden nu door niet meer dan twee mensen bewoond. De keuken en badkamer worden gedeeld door niet meer dan tien à twaalf mensen. Remco: “Mensen zijn heel blij dat ze hun eigen potje kunt koken, naar hun eigen smaak. Vaders en moeders hoeven ook niet meer op dezelfde kamer als hun kinderen te slapen. Ze hebben veel meer privacy.“

Eind volgend jaar moet de verbouwing van de meeste appartementen klaar zijn. Daarna begint de laatste fase van de verbouwing, dat zijn de officierswoningen die die aan de Noordzijde van AZC Prinsenbosch staan . Die moeten ook nog opgeknapt worden en ingericht als kantoren.

Over het opknappen van de rijksmonumenten is trouwens niet iedereen tevreden. De flinke ingrepen aan de gebouwen doen sommige inwoners van Gilze de wenkbrauwen fronsen. Mag dat zomaar? Volgens de gemeente Gilze en Rijen heeft de Rijksmonumentencommissie meegekeken bij het maken van de plannen en ze goedgekeurd en daarmee is het voor de gemeente ook in orde.

Foto: Agnes van der Straaten.
Foto: Agnes van der Straaten.

App ons!

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.