Hoger beroep Julien C. moet over
Er komt opnieuw een hoger beroep in de zaak Julien C. De Hoge Raad in Den Haag heeft dit dinsdagochtend uitgesproken. Julien C. werd eerder veroordeeld voor de moord op de 8-jarige Jesse Dingemans uit Hoogerheide.
De Hoge Raad vindt dat er onrechtmatigheden zitten in de procesgang. Het Hof in Den Bosch had moeten onderzoeken en goed moeten motiveren waarom Julien C. geen advocaat wilde. Hij kon volgens de Hoge Raad de consequenties niet overzien. Vandaar dat het proces opnieuw moet worden gestart in Arnhem.
Julien C. zou de scholier op 1 december 2006 in zijn klaslokaal op school met een slagersmes hebben doodgestoken. Eerst kreeg C. van de rechtbank een tijdelijke straf en tbs, maar het gerechtshof in Den Bosch vond dat de man niet meer in de maatschappij moest terugkeren.
De Hoge Raad vindt dat het hof in Den Bosch onvoldoende heeft onderzocht waarom de verdachte zich in hoger beroep niet heeft laten bijstaan door een advocaat.
Volgens de Hoge Raad kon C. de gevolgen van het ontbreken van een advocaat niet overzien. En het gaat wel om een "zeer ernstig levensdelict waarop de zwaarst mogelijke straf staat en waarvan de verdachte altijd heeft ontkend dat hij hem heeft gepleegd'', aldus de Hoge Raad.
Goede afweging
De uitspraak betekent overigens niet dat C. vrijkomt. Hij blijft in voorarrest. Wel moet de hele rechtszaak opnieuw moet worden gedaan. De hoogste strafrechter meent verder dat het hof C. meer had moeten wijzen op de risico's die hij liep door zich niet te laten bijstaan door een raadsman. Tevens hadden de raadsheren in Den Bosch zich meer moeten verdiepen in de motieven van C. daarvoor en moeten nagaan of de verdachte een goede afweging voor zichzelf had gemaakt.
Het hoogste rechtscollege stelde bij de uitspraak wel voorop dat een verdachte het recht heeft zichzelf te verdedigen en dat een verdachte mag afzien van de bijstand van een advocaat. De betrokken rechter moet er dan echter wel op toezien dat aan het recht van de verdachte op een eerlijk proces niet tekort wordt gedaan. De Hoge Raad: "Dat betekent dat de rechter moet onderzoeken of de verdachte ondubbelzinnig, bewust en vrijwillig afstand van zijn recht op rechtsbijstand heeft gedaan."'
