Onderzoek naar intensieve veehouderijen in februari
Het onderzoek naar de gevolgen van intensieve veehouderij voor de volksgezondheidbegint begint in februari. Op maximaal acht bedrijven in Oost-Brabant en mogelijk Noord-Limburg worden daarvoor metingen verricht.
De meetresultaten worden vergeleken met gezondheidsproblemen in andere gebieden. De uitslag van het onderzoek wordt op zijn vroegst eind volgend jaar verwacht. Voor de studie wordt al jaren gepleit door de GGD en de veesector.
Milieudefensie is blij met het nieuwe onderzoek. "Uitbraken als de varkensgriep, Q-koorts en de opkomst van resistente bacteriën kunnen grote gevolgen hebben voor onze gezondheid. Deze ziekten vinden hun oorsprong in de vee-industrie, maar de risico's voor de volksgezondheid zijn nog onvoldoende onderzocht", zegt woordvoerder René Houkema van Milieudefensie.
Metingen
Het onderzoek komt er in opdracht van het ministerie van VWS. De acht bedrijven waar de metingen worden verricht, worden gekozen na een inspectie. In zes zogeheten deelgebieden gaat een onderzoeksteam nog dit jaar beoordelen welke bedrijven het meest in aanmerking komen. Het gaat om Gemert, Bakel, Boekel, Mill, Sint Hubert, Sint Anthonis, Overloon, Asten, Someren, Bladel, Oirschot en in Noord-Limburg het gebied rondom Horst en Grubbenvorst.
Gezondheidsproblemen omwonenden
Ook wordt onderzoek gedaan in vijfhonderd huizen van particulieren. Verder wordt in kaart gebracht wat de gezondheidsproblemen zijn bij omwonenden van veehouderijen. De onderzoekers willen er achter komen of in gebieden met intensieve veehouderij bepaalde aandoeningen vaker voorkomen. Daarbij wordt gedacht aan astma en longontsteking.
Het onderzoek wordt geleid door het IRAS, het Institute for Risk Assessment Sciences van de Universiteit Utrecht. De opzet van het onderzoek is vorige week besproken door een wetenschappelijke commissie en een maatschappelijke klankbordgroep. Tot die laatste partij behoren huisartsen in Oost-Brabant, de Brabantse Milieufederatie en het Burgerinitiatief Megastellen-Nee.