26 jaar later denkt Monique nog iedere dag aan haar stilgeboren zoon Marc
Er valt een angstvallige stilte als de verpleegkundige de hartslag van het kindje in Moniques buik niet meteen kan vinden. “Dit is niet goed”, zegt Monique tegen haar man. Na een extra echo brengt een gynaecoloog het verschrikkelijke nieuws: hun kindje leeft niet meer. Monique is dan 28 weken zwanger. “Onze wereld stortte in. Mijn man had die dag vrij genomen om na de controle aan de kinderkamer te beginnen”, vertelt de nu 58- jarige moeder uit Welberg.
Bijna 26 jaar later herinnert Monique zich nog bijna ieder detail. “Toen ik het positieve teststreepje zag, was ik op slag verliefd.” Samen met haar man bereidde ze zich voor op de komst van hun eerste kindje. “Ook over de naam waren we het al snel eens: Marc.”
Maar alle vreugde van de voorbereidingen wordt onder hun voeten vandaan geslagen tijdens die ene controle. De gynaecoloog vertelt Monique ook dat ze zelf in gevaar is en aan het HELLP-syndroom lijdt, een ernstige vorm van zwangerschapsvergiftiging.
In het ziekenhuis wordt Monique opgenomen op de afdeling verloskunde, ze moet gaan bevallen. “Een verpleegkundige die ons ontving zei nog vrolijk: ‘oh, wat leuk een kindje op de valreep van dit jaar! Ik moest haar vertellen dat mijn baby al dood was.” De verpleegkundige verontschuldigde zich en bracht Monique en haar man naar hun kamer.
Als haar bloedwaarden onder controle zijn en verschillende weeënopwekkers niets lijken te doen, besluiten ze om naar huis te gaan.
“Het was 31 december. Op straat hing de geur van oliebollen en vuurwerk. Een geur die me nog steeds meteen terughaalt naar die tijd.” Thuis was alles in kerstsfeer, maar daar wilde ze niets meer mee te maken hebben: “We tuigden de boom af en haalden alle decoratie weg. Ik kocht één gouden engel en hing die op in huis. Dat engeltje hangt er nog iedere kerst.”
Thuis staarde ze naar de babykleertjes in de kast die het kindje in haar buik nooit zou dragen: “Ik wilde alles nog even vasthouden nu hij nog in mijn buik zat.”
Samen met haar man beleefde ze de jaarwisseling thuis: “In de straat was het feest, maar wij zaten binnen met de gordijnen dicht. We sloten een jaar af wat we voor ons gevoel niet af konden sluiten: wij wisten wat er nog moest gebeuren.”
“Trots zat ik met hem in mijn armen. Een heel klein, compleet mannetje. Maar hij bleef stil.”
Een dag later keerden ze terug naar het ziekenhuis. Op 2 januari kwam de bevalling eindelijk op gang. Die onderging Monique in stilte: “Ik heb geen kick gegeven. Ik was blij met de lichamelijke pijn, die kon ik beter verdragen dan de mentale pijn die ik voelde.”
Diezelfde middag werd Marc geboren: “Trots zat ik met hem in mijn armen. Een heel klein, compleet mannetje. Maar hij bleef stil.”
In een klein wit pakje met een gouden engeltje lag Marc in een mooi mandje dat het ziekenhuis klaar had gezet. Ze hielden hem vast, lieten foto’s maken en haar ouders en schoonouders namen ook afscheid. Een paar dagen later werd Marc begraven.
De periode daarna viel Monique zwaar: “Ik zag het leven niet meer zitten.” Ze raakte depressief maar krabbelde met behulp van therapie en medicatie weer op.
"Mam, als Marc er nu was, waar had hij dan gezeten?"
Kort daarna raakte Monique opnieuw zwanger: “We waren blij, maar ook bang. Konden we dit wel aan?” Maar de zwangerschap verliep goed en in het jaar 2000 werd dochter Merel geboren. “Dat moment was magisch. We waren zo blij. Ik zag ook meteen gelijkenissen met Marc.”
Als klein meisje vroeg Merel zich ook geregeld af hoe het zou zijn met een grote broer: “Dan zaten we aan tafel te eten en vroeg ze ineens: mam, als Marc er nu was, waar had hij dan gezeten?’ Dat kwam soms hard binnen, maar ik vond het ook heel bijzonder dat ze daar zo bewust mee bezig was en dat is ze nog steeds.”
Inmiddels is dochter Merel 25 jaar oud. “Ik vraag me weleens af of Marc de mannelijke versie van Merel zou zijn. Of ik beeld me in hoe hij eruit gezien zou hebben. Ik denk een lange vent, net als mijn man.”
Ieder jaar op 2 januari schrijft Monique een brief aan Marc op zijn geboortedag, waarin ze zich voorstelt hoe een leven met hem eruit zou zien.
Een fragment uit een van de brieven:
“Gewoon 21 jaar alweer, een grote kerel zou je nu zijn. Al ben je niet lijfelijk aanwezig, je maakt wel degelijk deel uit van onze levens. En daar mag iedereen iets van vinden. Ik probeer mij vaak een beeld te vormen van de band die je nu met je zus zou hebben. Hoeveel voller zou het hier thuis zijn als je hier ook zat te studeren? Of zou je al aan het werk zijn? Vandaag is jouw dag en gaan we er weer iets van maken. Je zus feliciteerde mij net, zo gaan we hier met je om. Ik hou van jou tot aan de maan en terug in het kwadraat. Ik hoop dat je het goed hebt daar lieverd. Dikke kus, mama.”
Moniques hele gezin besteedt ieder jaar aandacht aan de geboortedag van Marc: “Dan gaan we met Merel naar zijn grafje en praten daar met hem. Ze kust altijd zijn steen en ik loop er er nog ieder jaar met tranen in mijn ogen weg.” Het gezin sluit de dag tegenwoordig in vreugde af met sushi en een bioscoopfilm: “Dat voelt goed. Marc is altijd in mijn gedachten, maar af en toe plukken we hem even uit de hemel.”
