Welk dier zette zijn voetafdruk op de muur van Henri en Jeanne?
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan de prent van nagels van een wasbeer, een harsklonter en gaatjes en houtpoeder bij een boom . Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.
Ieder weekend is er ook een nieuwe aflevering van de Stuifmail-podcast. Beluister de podcast hier:
Op een tuinmuur een vreemde prent, van wie was die prent?
Henri en Jeanne Kox-Rijnen vonden op hun tuinmuur in Eindhoven een vreemde prent en zij wilden graag weten wie de dader was. Volgens mij is het een prent van een wasbeer. Deze dieren kan je heel direct herkennen aan hun zwart met witte gezichtsmasker en een stevige, ruige en zwartgeringde staart.
Daarnaast hebben ze vrij lange tenen, die ze wijd uit kunnen spreiden en niet intrekbare nagels, zie prent. Het zijn nachtactieve dieren, die overdag rusten, vaak in bomen. Wasberen hebben deze naam gekregen omdat ze hun voedsel wassen.
Dit wassen van bepaald voedsel in het water doen ze om het voedsel schoon te maken, giftige stoffen te verwijderen of het zachter te maken. Oorspronkelijk komen de dieren hier niet voor, maar wel in Noord Amerika.
Ze zijn naar Europa gekomen via de Amerikaanse soldaten, want voor veel legeronderdelen is de wasbeer een mascotte. Daarnaast werden ze in Europa gehouden als pelsdieren en zijn er velen ontsnapt. Inmiddels staan de wasberen op de Europese lijst van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten. Dit betekent dat de lidstaten maatregelen moeten nemen om de verspreiding te beperken.
Gevonden in natuurgebied de Maashorst iets vreemds, is het een raat van bijen of wespen?
Corry en Jan de Kruijf vonden in het natuurgebied de Maashorst op de hoogte van Zevenbergen een vreemd iets. Ze dachten daarbij aan een raat van wespen of bijen, maar volgens mij is het een klonter hars van een dennenboom of van een sparrenboom. De Maashorst een beetje kennende is het een klonter van een dennenboom.
Kanshebbers zijn de grove den of de zee-den. In de harskanalen van dennenbomen wordt de hars gevormd en deze harskanalen zitten in de schors, in de twijgen en in de dennenkegels.
Dit hars is een natuurlijke bescherming van deze bomen. Ze kunnen daarmee plotselinge wonden beschermen, maar ook als verdediging tegen aanvallen van schimmels en insecten. Het is een zeer kleverige vloeistof en wordt dus ook uitgescheiden als de schors en bast beschadigd wordt.
Het doel is die beschadiging te dichten en tevens te beschermen tegen vochtverlies. Bij een kleine verwonding aan de bast is er maar een beetje hars nodig om de schade te helpen herstellen, maar bij een grote beschadiging is dus veel hars nodig.
Soms kan dat weleens een hele grote klonter hars zijn. En soms is de wond te groot en wordt de beschadiging niet geheel afgedekt en is het een hele grote harsklonter, die aan de boom zit.
Helaas wordt zo’n grote klonter dan ook te zwaar en valt dan uit de boom. Vermoedelijk zijn Corry en Jan zo’n klonter tegengekomen.
In een tuin een stel vogels gespot, wat is de naam?
Eugenie Boer zag in haar tuin een aantal vogeltjes zitten en ze vroeg zich af welke vogels dat zijn. Het is december en dus zijn een aantal noordelijke soorten uit Scandinavië afgezakt naar ons land. De meest bekende zijn twee lijsterachtigen en de naam is kramsvogel en koperwiek. Op de foto van Eugenie staan twee van de laatstgenoemde en in haar tuin zaten dus koperwieken.
Deze lijsterachtige is te herkennen aan de koperrode oksels die zelfs in de vlucht opvallend zijn. Ze broeden voornamelijk in de naaldbossen van Scandinavië, maar vanaf september komen ze naar ons land.
Tijdens zo’n trekperiode kunnen wel miljoenen koperwieken over Nederland trekken, soms in enkele dagen of zelfs één dag. Koperwieken zijn dus en doortrekkers en wintergasten in ons land. Ze verlaten Nederland ook weer massaal in mei.
Tijdens de periode dat ze hier rondzwerven zie je ze vooral in de buurt van bes-dragende struiken. Dat kan zijn in bosjes of in weilanden maar dan moeten er wel hagen met struiken, die gevuld zijn met bessen, in de buurt zijn.
Ook in parken en tuinen zijn ze te vinden maar wederom enkel als er bes-dragende struiken staan. Koperwieken zijn iets slanker en kleiner met hun 21 centimeter, dan de bekende zanglijster, die 23 centimeter groot wordt.
Op het menu van de koperwiek staan in het najaar en de winter dus vooral bessen. Meestal van meidoorn, lijsterbes, vlier, klimop, hulst en braam. Daarnaast lusten ze ook fruit, zoals appels en peren. Als ze weer terug zijn in hun broedgebieden, dan voeden de koperwieken zich met diverse ongewervelden dieren, zoals regenwormen en slakken.
Bij een boom veel poeder zien liggen en ook gaatjes in de schors, wat is er aan de hand?
Conny Swalen zag op 2 oktober diverse bomen met gaatjes en daarnaast vaak ook nog een soort poeder. Ze wil graag weten wie of wat de oorzaak van zoiets is. Dat poeder noemen wij houtpoeder, soms boormeel, en is achtergelaten door insecten zoals houtworm of boktorren, die door het hout van de bomen boren.
Overigens bestaat het niet alleen uit houtmeel, maar is het houtpoeder ook vermengd met uitwerpselen van die borende insecten. Borende insecten zijn onder andere boktorren, maar dan wel de larven en niet de volwassen dieren oftewel de imago’s. Boktorren horen bij de grote familie van kevers, net zoals de houtworm.
Overigens zijn houtwormen geen wormen, maar larven van keversoorten, zoals het doodskloppertje (zie foto), ook wel gewone houtwormkever genoemd. Daarnaast wordt de larve van de bonte knaagkever of bonte klopkever ook wel grote houtworm genoemd.
Op de foto, zie eerste foto, die Conny mij stuurde zie je in de schors allemaal gaten zitten, die hoogst waarschijnlijk veroorzaakt zijn door de grote bonte specht. Op die foto zie je namelijk weggehakte stukken schors in wat lijkt een levende boom en dus was de grote bonte specht daar op zoek naar voedsel.
Spechten zoeken namelijk in levende verzwakte en dode bomen hun voedsel wat bestaat uit insecten, larven van bijvoorbeeld houtwormen of boktorren, maar ook naar spinnen, die onder het schors of in het hout verstopt zitten.
Spechten zijn wat dat betreft echte specialisten. Zij hakken in levende bomen, waarvan wij denken dat er niets aan de hand is, en weten zij toch dieren te vinden, die de bomen al aan het aantasten zijn.
Je moet dan inderdaad denken aan houtwormen en boktorren, die verzwakte bomen aantasten, maar ook bijvoorbeeld aan schorskevers zoals de letterzetter.

