Overstroming richt enorme verwoestingen aan, maar het mag geen ramp heten
Duizenden huizen worden verwoest, forse hoeveelheden koeien en andere huisdieren sterven en vele duizenden mensen zoeken een veilig heenkomen als de dijken rond de Maas in 1926 doorbreken. Het land van Cuijk loopt onder, net als grote gebieden in Gelderland en Utrecht. Maar een ramp mag het van premier Hendrikus Colijn niet heten.
Het regent eind 1925 al wekenlang hard in Brabant en omstreken en dat is te merken. Veel weilanden in de hele provincie zijn ondergelopen en de inwoners van dorpen langs de Maas zien het waterpeil in de rivier snel stijgen. Toegangswegen tot diverse plaatsen staan blank en dat maakt ze nu al lastig bereikbaar. Door hoge temperaturen smelt sneeuw in ons omringende landen en dat zorgt voor extra wateraanvoer.
De dijkbewaking werkt zich een slag in de rondte om zwakke punten langs de waterloop te versterken. Zandzakken worden in grote hoeveelheden aangesleept. Een paar jaar daarvoor, in 1920, is het al misgegaan in de omgeving van Cuijk en er is hen alles aan gelegen te voorkomen dat de rivier wéér buiten zijn oevers treedt.
De burgemeester van Cuijk betwijfelt na de overstroming van 1920 of er voldoende is gedaan om een nieuwe ramp te voorkomen. Hij pent in een brochure zijn zorgen op. "Men moet niet denken dat de gevaren voor doorbraken thans geweken zijn, neen allerminst; zolang er niet flink gewerkt wordt aan het verbeteren der rivier de Maas, blijft er groot gevaar dreigen. Weliswaar zijn de dijken ten koste van vele offers te Cuijk en bovengelegen gemeenten flink versterkt, maar gevaar kan zich nog iedere winter voordoen."
Zijn woorden zijn profetisch, want op 2 januari 1926 gaat het weer mis. De dijk in Cuijk tussen zuivelfabriek Lacto en de melkproductenfabriek Sint Maarten breekt door. Precies op de plek waar zes jaar daarvoor de rivier ook al buiten zijn oevers trad. Een verslaggever van de Gelderlander belt de burgervader van Cuijk: die zegt dat alles oké is. Maar dan hoort de journalist opeens geschreeuw: "Vlucht, vlucht, de dijk is door". Daarna zijn omvallende stoelen en geraas te horen en valt de telefoonverbinding weg.
Niet alleen in Cuijk ontstaat een gat in de dijk, ook op andere plekken gaat het mis. Boxmeer en Cuijk en omgeving met dorpen als Haps, Oeffelt en Sint Agatha lopen in rap tempo onder water. Mensen vluchten samen met hun vee naar kerken die vaak wat hoger liggen dan andere plekken in de omgeving.
De verwoesting is enorm. Vele huizen storten in, duizenden dieren verdrinken, spoorrails zijn weggeslagen en een spoorbrug is vernield. De schade loopt in de vele miljoenen guldens. Wonder boven wonder komt niemand om.
In eerste instantie, want doden vallen er alsnog, later die maand. Het water zakt langzaam en dan begint het streng te vriezen. De ijslaag is te dun om op te lopen en te dik om door te roeien. Dorpen zijn onbereikbaar en het eten raakt op. Mensen sterven van de kou en een tekort aan voedsel.
Premier Colijn beschouwt de overstromingen niet als een nationale ramp. Tja, die mensen wonen nu eenmaal in een gebied dat wel eens overstroomt. Dat hoort er nu eenmaal bij, risico van het vak. Sterker nog, er zitten zelfs voordelen aan de overstromingen. Er komt zo een laagje vruchtbare slib op het land, zo laat de minister-president tot grote woede van de getroffenen weten. De slachtoffers kunnen fluiten naar geld van het Rijk.
Hoogstwaarschijnlijk is het besluit genomen vanwege 'geldgebrek'. Colijn, die dan ook minister van Financiën is, voert al jarenlang strenge bezuinigingen door. Nu extra geld uitgeven, komt hem en zijn regering zeer slecht uit.
De slachtoffers moeten het doen met particuliere giften. En die komen er gelukkig. Koningin Wilhelmina komt met 10.000 gulden over de brug en de paus schenkt 20 mille. De Nederlandse bevolking is bijzonder vrijgevig en haalt liefst vier miljoen gulden (ruim 1,8 miljoen euro) op.
In de jaren daarop wordt er veel gedaan om de Maas beter te kanaliseren en de dijken rond de rivier op te hogen. Pas in 1942 is het project klaar.
Vervlogen Verleden
Vervlogen Verleden is een wekelijkse rubriek over leuke, opmerkelijke of grappige weetjes uit het rijke Brabantse verleden. Heb je een tip, mail dan naar: [email protected].
