Netty ziet mussen tussen haar zonnescherm schuilen, Frans weet waarom
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan schuilende huismussen, een eikenboompje uit een andere boom en de baard van Koning Winter.
Ieder weekend is er ook een nieuwe aflevering van de Stuifmail-podcast. Beluister de podcast hier:
Welke uil zit er op het straatnaambord in Oosteind?
Toen Bram van Gils een uil op een bord zag zitten in Oosteind dacht hij dat het een kerkuil was. Ik denk dat het een ransuil is. De foto is niet heel duidelijk, maar boven op de kop van de nachtvogel zie je links en rechts een veerpluim staan. De enige uil in ons land die zoiets heeft, is de ransuil. Ransuilen zijn met hun lengte van maximaal 37 cm relatief grote uilen en hebben een spanwijdte van maximaal 95 cm. Ze kunnen 15 jaar oud worden. Opvallend zijn de lange oorpluimen, die geen echte oren zijn.
De echte oren zitten aan de zijkant van de kop van de ransuil. Dit zijn in feite kleine gaatjes, die aan de ene kant iets hoger geplaatst staan dan aan de andere kant. Ze staan asymmetrisch geplaatst, zodat ze extreem nauwkeurig de locatie van en de afstand tot de prooi kunnen bepalen. Deze uilensoort houdt van een divers landschap. Je kunt ze daarom bijna overal tegenkomen, maar een open veld en voldoende veldmuizen vinden ze een vereiste.
Het zijn echte nachtvogels en ze zijn dus vooral in het donker actief. Naast veldmuizen staan ook andere knaagdieren op hun menu, maar ook rustende vogels. Ransuilen broeden heel vaak in oude nesten van eksters of kraaien. In het winterseizoen verzamelen ransuilen zich en zoeken ze een geschikte roestboom vlak bij een gunstig voedselgebied. Vaak zitten ze met een heel stel bij elkaar en blijven ze de hele winterperiode samen in zo’n boom. In de roestboom worden vervolgens de paartjes van het nieuwe jaar gevormd.
Begin januari zaten drie mussen tussen het zonnescherm, waarom doen ze dat?
Netty Schalk ontdekte dat sinds begin januari drie mussen tussen haar zonnescherm schuilen. Dat vindt ze toch een beetje vreemd, want ze kunnen ook onder de dakpannen en in de wijk zijn nog meer schuilplaatsen. Waarom schuilen ze dan onder haar zonnescherm?
Vóór de winter hebben de huismussen, want dat zijn het volgens mij, al geschikte plekken gezocht waar ze willen gaan schuilen. Ze overwinteren vaak in de beschutting van dichte, groenblijvende struiken (zoals klimop, meidoorn), maar ook in heggen. Daarnaast zoeken ze in die periode ook hun heil onder dakpannen of in rieten daken. Maar ook zonneschermen zijn ideale plekken om de winter door te brengen of om te nestelen. Tevens worden ook openbare gebouwen, vervallen gebouwen en schuurtjes gebruikt om zich te beschermen tegen kou, katten en roofdieren.
Natuurlijk zoeken ze hun winterschuilplaatsen dicht bij de voedertafels of mooie rommelige tuinen. Ze waarderen rommelige buurten en erven veel meer dan strakke tegeltuinen. Vermoedelijk geeft het zonnescherm bij Netty juist die dingen die mussen in de winter nodig hebben en zijn zonneschermen minder tochtig dan dakpannen.
Door een eerdere technische fout is er zaterdag geen Stuifmail verschenen, daarom deze zondag een extra lange versie van Stuifmail.
Waarom hangen de nestkastjes in een bosgebied op de Veluwe zo laag?
Doke Swijters zag tijdens wandelingen op de Veluwe vreemde nestkastjes en ze vroeg zich af waar deze kastjes voor bedoeld zijn. Het antwoord is simpel: ze hangen daar in verband met een groot onderzoek. Vermoedelijk is het gebied waar Doke aan het wandelen was een studiegebied van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO). De kastjes hangen zo laag, zodat de onderzoekers er makkelijk bij kunnen. Dit vooral omdat die nestkastje zeer regelmatig gecontroleerd worden. Anders moeten ze constant met ladders sjouwen en dat bevordert de snelheid om weer snel weg te zijn, ook niet.
Het andere vreemde aan de kastjes is dat er een soort ijzeren gaas, wat die onderzoekers een 'tuutje' noemen, voor de openingen hangt. Die tuutjes hangen ze ervoor, zodat predatoren geen kans hebben om de vogels te vangen en op te eten. De tuutjes zijn dan ook zodanig getest dat de vogels de kastjes in en uit kunnen, maar de predatoren, zoals eekhoorns en steenmarter er niet bij kunnen.
Vlakbij kasteel Gemert iets vreemds gespot in een stammetje, wat is het?
Guido Schrama zag een bijzonder fenomeen bij het kasteel in Gemert en kreeg maar niet uitgevogeld wat het is en dus ligt de vraag nu bij mij. Wat ik op de foto zie in het boomstammetje is volgens mij ijshaar, ook wel de baard van Koning Winter genoemd. IJshaar bestaat uit lange witte, dunne, zijdeachtige ijsdraadjes, die in of op een tak of stam te zien zijn. Het meest kom je dit winterfenomeen tegen op dood hout van loofbomen en dan vooral op de eik en de beuk.
Het moeten ook natte, dode stukken hout zijn en daarin leeft een speciale schimmel met de naam 'rozeblauwig waskorstje'. Deze doet natuurlijk ook aan stofwisseling, zoals alle schimmels, en dus scheidt de schimmel tijdens dat proces ook water uit. Aangezien het veel te veel water is wat in die tak kan blijven zitten, wordt het door kleine openingen in het hout naar buiten geperst. Wanneer het zachtjes vriest en de luchtvochtigheid hoog is, kan het water dat uit dat stammetje komt, meteen bevriezen.
Zolang de schimmels water blijven produceren en de buitenomstandigheden goed blijven, kan ijshaar blijven groeien. Gaat het te hard vriezen, dan is het meteen afgelopen, want dan stopt de stofwisseling. Een hoge luchtvochtigheid is nodig zodat het water niet kan verdampen.
In Etten-Leur staat een wilg met daarop een eikenscheut, hoe kan dat?
Don van Melick zag afgelopen zomer op een hondenuitlaatveldje in Eten-Leur uit een knotwilg een eikenstammetje met blaadjes ontkiemen. Hoe kan dat, was zijn vraag? Het is al langer bekend, dat op diverse plekken in een wilg allerlei planten kunnen groeien. Dit komt omdat wilgen dankzij hun holtes, schors en bladval een rijke voedingsbodem bieden voor mossen, korstmossen, kruiden en andere planten, zoals pinksterbloemen. Zij creëren als het ware een microklimaat bestaande uit vochtige, schaduwrijke plekjes, die gunstig zijn voor pionierssoorten zoals eiken, esdoorns en struiken.
Het zijn mooie biodiversiteitsplekken, die naast schaduw ook beschutting tegen de wind geven. Dit laatste is vaak erg gunstig voor andere planten om te ontkiemen en dan vooral in een omgeving met veel zon of wind. De wilgen zelf zijn pioniersplanten, die veel effect hebben op de bodem. Dankzij wilgenbladval, maar ook dankzij hun groei maken ze de grond luchtiger en vruchtbaarder. En daar profiteren andere soorten enorm van. Eigenlijk zijn wilgen een soort van biodiversiteitshotels dankzij de kieren en de gaten. Vogels, insecten, slakken en spinnen vinden er, naast diverse planten, een plek. Of de eikenscheut het gaat overleven, is de vraag. Misschien neemt de eik de wilg wel over, wie weet?
Veer gevonden in het bos van Alphen-Chaam, van wie was de veer?
Marco Geboers kwam op 5 januari in het bos van Alphen-Chaam een veer tegen en hij vroeg zich af of het misschien een veer van een buizerd geweest kon zijn. Voor deze veer heb ik toch maar even mijn verenboek gepakt en volgens mij is het een veer van een kerkuil. Net zoals bij de andere uilen zijn de belangrijkste uilenveren, de veren met een geraffelde verenrand. Door die geraffelde verenrand kunnen uilen in stilte vliegen en kunnen prooidieren hen niet aan horen komen.
Gladde en strakke veerranden geven aan dat de vogel snel kan vliegen, bijvoorbeeld om gevaar te ontlopen of snel toe te slaan. Veren en veerranden die vettig en glad zijn, horen thuis bij vogels die leven in natte of vochtige gebieden. In al deze gevallen gaat het vooral om het vliegen, maar vogels hebben ook andere veren, zoals op de borst en rug.
Volgens mij is de veer, die Marco gevonden heeft een dek- of donsveer van een kerkuil. Deze veren zijn overwegend licht en een beetje oranje van kleur met streepjes. Het vliegen is zeer belangrijk voor vogels en veren moeten dus altijd tiptop in orde zijn, maar ook de functies van de andere veren zijn erg belangrijk en ook deze moeten dus altijd piekfijn in orde zijn. Vandaar dat vogels ook regelmatig hun veren wisselen, we noemen dat in de rui gaan.
Dat in de rui gaan van de vliegveren en de andere veren, kan op twee manieren. Met één veer per keer of op een andere manier, namelijk alle veren ongeveer tegelijkertijd. Kerkuilen laten per keer een veer wegvallen, daardoor duurt de rui wat langer, maar het grote voordeel is dat de vogel kan blijven vliegen. Toch is zo’n ruiperiode van de kerkuilen ook lastig, want ook wanneer ze slechts één of enkele veren missen, gaat het vliegvermogen achteruit. Het vliegen is iets moeizamer en het energieverbruik is groter. Vandaar dat kerkuilen de rui ook laten plaatsvinden in de periodes dat er minder energie nodig is.
Van wie waren al die veren gevonden in de Rucphense bossen?
Elvira Kloek vond in maart vorig jaar een heleboel veren in de Rucphense bossen en ze vraagt zich af van welke vogel die veren zijn. Volgens mij gaat het om de veren van een houtsnip. Dat er zoveel bij elkaar liggen is niet gunstig geweest voor die houtsnip, want volgens mij is de vogel geslagen door een havik, misschien een sperwer. Dat het geen roofdier was kun je zien aan de veerpennen, want die zijn nog gaaf.
Roofdieren grijpen de veren met hun tanden/kaken en dus zie je geen punten aan die pennen, maar een duidelijk beet. Roofvogels slaan de vogel en plukken dan de veren uit het lichaam met als gevolg dat de veerpennen aan de punten gaaf blijven. Vaak valt een houtsnip helemaal niet op dankzij een prachtig camouflage-verenpak.
Persoonlijk heb ik het al vaker meegemaakt dat ik bijna op de vogel stond en het dier plotseling wegvloog zonder dat ik de houtsnip op de grond zag zitten. De houtsnip, een vogel bijna net zo groot als een duif, is perfect gecamoufleerd, zo perfect zelfs dat het dier bijna onzichtbaar is op de bosgrond. Het begint bij de kop, die mooie, duidelijke, brede en donkere dwarsstrepen heeft en dus wegvalt tegen de ondergrond. Daarnaast is het lichaam van de houtsnip een meesterwerk van camouflage. Het heeft een roestbruin, zwartgevlekt patroon dat perfect opgaat in de bosbodem van bladeren en takjes. De vogel kan ook lang stil blijven zitten, want het dier heeft speciale ogen, die bijna 360 graden kunnen zien. De houtsnip van Elvira heeft waarschijnlijk pech gehad, want ik denk dat deze in de vlucht gevangen is, niet bij het stilzitten.
Desiree Vrolijk vond in april vorig jaar iets bijzonder op de hei en stuurde mij daarvan een foto. Natuurlijk wil ze graag weten wat het was. Een dergelijk plaatje heb ik reeds eerder ontvangen en dus wist ik het meteen. Dit dankzij Naturalis, want die hadden mij destijds geholpen.Wat Desiree gevonden heeft op de hei, is het darmstelsel van een zoogdier. Het zou weleens van een konijn kunnen zijn.
Op de bijgevoegde tekening, zie foto, zie je het hele darmstelsel ook, maar dan met maag:
Daarnaast wist Naturalis nog iets leuks. De specialisten daar ontdekten dat in de Veldgids Diersporen Europa (2019) van mijn goede vriendin Annemarie van Diepenbeek, over zo’n darmstelsel iets in stond. Namelijk, dat dagroofvogels (zoals de torenvalk, boomvalk en buizerd) de maag en stukjes darm van kleine, maar ook grotere prooidieren, zoals van konijnen, soms als eetrest achterlaten. Die liggen dan in de buurt van rustplaatsen of uitkijkposten.
Dit doen dan vooral roofvogels. Vleesetende zoogdieren, behalve huiskatten, eten vaak die ingewanden van kleine prooidieren wel op. Of ze ook de grotere ingewanden van konijnen op eten is niet zeker. Toch durf ik hier wel te stellen dat de voormalige eigenaar van het gevonden darmstelsel, is opgegeten door een roofvogel.
Rubriek mooie foto’s
Via allerlei berichten kreeg ik mooie winterse sneeuwfoto’s toegestuurd. Al die foto’s zijn werkelijk prachtig. Het was dus ook heel moeilijk om iets te kiezen. Aangezien ik van reeën hous en van sneeuw, sprong voor mij deze foto, gemaakt door Monique Spooren - Kiljan, eruit:
Natuurtip: Stamppot winterwandeling op Huis ter Heide, De Moer
Zaterdag 17 januari vanaf 10:00 uur tot 14.00 uur
Lekker wandelen en eten
We beginnen deze wandeling in het noordelijk gedeelte van Huis ter Heide, langs houtwallen, weiden en door het bos. Hier kun je ook de ree tegenkomen en diverse vogels. We letten op de sporen van dieren, denk aan die van de das, de ree, de boommarter en de vos. De wandeling zelf duurt 2,5 uur.
Stamppotbuffet
We sluiten de wandeling af met een stamppotbuffet waarbij je kunt kiezen uit: zuurkoolstamp, wortelstamp en boerenkoolstamp (allen vegetarisch), runderhachee, gebakken spekjes, rookworst, gebakken slagersworst, gegrilde paprika, courgette, zoete aardappel, jus en mosterd. Eventueel ook vegetarische rookworst (graag tijdig doorgeven als er dieetwensen zijn). De drankjes zijn voor eigen rekening, het stamppotbuffet is bij de prijs van de excursie inbegrepen.
Meer informatie
• Aanmelden kan via deze link
• Kosten zijn voor leden van Natuurmonumenten 21,70 euro en voor niet-leden 31,00 euro
• Vertrekpunt Partycentrum ’t Maoske, Middelstraat 24, 5176 NJ De Moer (Loon op Zand)
• Deze excursie is gericht op volwassenen. Oudere kinderen zijn onder begeleiding van een volwassene welkom
• Trek stevige wandelschoenen aan
• Draag kleding die past bij het weer
• Controleer jezelf achteraf altijd op teken
• Honden mogen niet mee

