STUIFMAIL

Frans weet waarom een van de mooiste vogelsoorten in Marians tuin zit

Vandaag om 08:30

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan wintertelling ooievaars, ongelofelijk buizerd slaat duif en ransuilen zoeken bomen op om te roesten. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.

Ieder weekend is er ook een nieuwe aflevering van de Stuifmail-podcast. Beluister de podcast hier:

Foto: Ooievaars foto STORK
Foto: Ooievaars foto STORK

Doe jij ook mee? Wintertelling ooievaars, zaterdag 17-01 en zondag 18-01
Stichting Ooievaars Research & Knowhow (STORK) roept op om in het weekend overwinterende ooievaars te tellen. De wintertelling geeft inzicht in het trekgedrag van ooievaars. Hoeveel ooievaars gaan op trek, en hoeveel blijven (overwinteren) er in Nederland? 

Vorig jaar telden 741 mensen 992 verschillende ooievaars, verspreid over het hele land.

Deelnemers kunnen hun waarnemingen delen via waarneming.nl. Ook staan op ooievaars.eu contactgegevens van STORK om de bevindingen telefonisch en per mail door te geven.

Putters (foto: Marian van Grinsven).
Putters (foto: Marian van Grinsven).

Deze tuin is geschikt voor veel vogels, zelfs voor zeldzamere putters
Marian van Grinsven ziet in haar tuin heel veel vogels, zoals pimpelmezen, koolmezen, vinken en roodborsten. Ook een van de mooiste vogelsoorten komt in haar tuin op bezoek en dat is de putter, ook wel distelvink genoemd. Deze laatste soort zie je steeds vaker in onze tuinen verschijnen en dat komt omdat de putters zich nog niet zo lang geleden zijn gaan aanpassen aan door de mens gemaakte landschappen, zoals boomgaarden en parken. Daarnaast laten ook steeds meer mensen uitgebloeide plantenstengels van bijvoorbeeld teunisbloemen staan. In die uitgebloeide stengels hangen allemaal nog doosjes met zaden en daar zijn de putters dol op, zie foto.

Een putter op teunisbloem (foto: Saxifraga Mark Zekhuis),
Een putter op teunisbloem (foto: Saxifraga Mark Zekhuis),

Daarnaast houden putters van een rijke gevarieerde vegetatie waar vooral veel composieten (distels, paardenbloemen etc.) in staan. Al deze soorten, naast ook de teunisbloemen, produceren juist de zaden waarvan de putter vrijwel geheel afhankelijk is. Jonge putters daarentegen krijgen tijdens hun groei ook nog veel insecten. Dit is zeer belangrijk in die groeiperiode, want in insecten zitten veel eiwitten. Voorheen zag je de putters vooral langs de zonnige randen van vochtige loofbossen, in rijk bloeiende en braakliggende terreinen. De meest gebruikte naam is putter en die naam verwijst naar het 'putten' (optrekken) van water uit een bakje met een vingerhoed of emmertje. Dit was een trucje, die mensen de vogels leerden. De naam distelvink verwijst naar het eten van veel distelzaden, want daar zijn ze ook dol op.

Een buizerd vangt duif (foto: Rik Roemen).
Een buizerd vangt duif (foto: Rik Roemen).

Roofvogel vangt duif dichtbij huis, komt dat vaker voor?
Rik Roemen zag in zijn tuin dat een roofvogel een duif gevangen had. Hij keek nog eens goed naar de roofvogel en hij verbaasde zich er over dat een roofvogel zo dichtbij huis dit gedaan had. Toch is dat niet zo vreemd, want sperwers komen de laatste jaren vaker in tuinen om daar prooien te slaan. Mannetjes sperwer vangen prooien, die een stuk kleiner zijn dan een duif. Meestal vangen zij zangvogels zoals mussen en merels, maar soms ook mezen en vinken. Vrouwtjes sperwers daarentegen kunnen zeker een duif aanvallen, zie foto. In mijn tuin zie ik bijna elk jaar wel zo’n situatie.

Een vrouwtje sperwer met geslagen duif (foto: Saxifraga Martin Mollet).
Een vrouwtje sperwer met geslagen duif (foto: Saxifraga Martin Mollet).

Wat mij dus bevreemd is dat het niet een sperwer was op de foto, maar een buizerd. Buizerds komen niet vaak voor in de buurt waar mensen wonen én slaan niet zo vaak duiven. Ze jagen meestal vanaf een lage zitplaats en dan gericht op prooien als muizen, mollen en verkeersslachtoffers. Daarom zie je vaak buizerds op lage paaltjes of iets dergelijks bij snelwegen zitten. Soms zitten ze ook hoog in de bomen om de omgeving te verkennen, maar gaan dan vandaaruit naar een lagere plek toe. Daarnaast zijn het over het algemeen geen snelle jagers. Een gezonde sterke duif is een te snelle en behendige prooi voor een buizerd. Dus vermoedelijk heeft de in de tuin geslagen duif oftewel niet goed opgelet of was het dier verzwakt en dan is het een heerlijke prooi voor een buizerd. 

Een buizerd (foto: Jenny Wiedlewsky).
Een buizerd (foto: Jenny Wiedlewsky).
Een ransuil (foto: Femke van der Kooij).
Een ransuil (foto: Femke van der Kooij).

Femke van der Kooij leest altijd graag mijn Stuifmail verhalen over de natuur en de laatste keer had ik het over de ransuil. Wat wil nu het toeval? Op zondag 11 januari landde heel toevallig een ransuil op de voetbalgoal van haar zoon. En Femke had geluk, want ze kon nog net een foto met haar telefoon maken voor de uil de vleugels nam. Ik vermoed dat “haar” ransuil opzoek was naar de roestboom waar de ransuilen overdag verblijven / slapen. In het begin van de winterse periode kiezen ransuilen vaak loofbomen die in die periode hun bladeren nog niet verloren hebben. 

Meerdere ransuilen in roestboom (foto: Saxifraga Mark Zekhuis).
Meerdere ransuilen in roestboom (foto: Saxifraga Mark Zekhuis).

Op het moment dat de winter echt aanbreekt, zoeken de ransuilen een definitieve roestplaats op. Ze gaan dan voor groenblijvende bomen zoals grove dennen, zeedennen, thuja's, spar maar ook voor hulst, taxus of met klimop bedekte loofbomen. Vaak vallen ze in zeedennen niet op, omdat dennenkegels van zeedennen bijna net zo groot zijn als de slapende ransuilen. Daarbij bieden diverse naaldbomen een goede camouflage door de bruine kleuren van de stam en takken. Dat roesten (slapen) doen ze dus overdag en dan in groepen. Die roestperiode is best lang, vaak van de herfst tot het vroege voorjaar. Feitelijk dus van oktober tot en met maart. In de periode tussen eind februari en begin maart beginnen de ransuilen onrustig te worden en zie je de roestgroep versplinteren. Veel paartjes ransuilen gaan dan in hun toekomstig territoria op zoek naar geschikte plekken om te broeden. 

Roestende Ransuilen - Natuur met Youri
Publicatie: 27 mrt 2018

Ransuilen roesten (slapen overdag in groepen) van de herfst tot het vroege voorjaar, voornamelijk van oktober tot en met maart, waarbij de periode tussen eind februari en begin maart het moment is waarop de roesten beginnen te versplinteren en de uilen naar hun territoria gaan om te broeden. Deze roestplaatsen of roestbomen zijn gemeenschappelijke slaapplekken in bomen, vaak naaldbomen (veel in zeedennen) of loofbomen, waar ze door hun schutkleur moeilijk te vinden zijn.
Op het filmpje zie je een flinke meute ransuilen die lekker aan het 'roesten' was in een boom. Oh ja 'roesten' is uilenvaktaal voor chillen ;).

App ons!

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.