De weg naar een topcarnaval is topsport: 'Een sous weegt 17 kilogram!'

Vandaag om 11:30 • Aangepast vandaag om 12:11

Brabant telt af tot carnaval, maar voor veel muzikanten is het feest al weken bezig. Sinds d’n Elfde van d’n Elfde trekken honderden blazers elk weekend de provincie door om warm te draaien. Natuurlijk voor de sfeer, maar ook omdat het nodig is. “We moeten ‘embouchure’ opbouwen, anders houden we het geen hele carnaval vol."

Profielfoto van Loïs Verkooijen
Geschreven door

In vrijwel elke stad zijn voorevenementen in volle gang. Het aantal blaaskapellen en dweilorkesten loopt misschien wat terug, maar weg te denken zijn ze nog láng niet. Ook voorevenementen zoals ‘t Proefblaoze in Kruikenstad (Tilburg), de bandmiddagen in Tullepetaonestad (Roosendaal), Kiezelkeikesfist in Keiestad (Helmond) en het Neuzenbal in Krabbegat (Bergen op Zoom) draaien grotendeels om deze dweilmuziek.

“Tijdens de carnaval mag je niet ontdekken dat je niet klaar bent.”

Voor Nathalie van Dishoek (50) uit Oeteldonk is carnaval veel meer dan die vijf dagen feest. Bij C.V. De Pintvatters wordt al vanaf september gerepeteerd. Daarnaast trekt de club in het weekend rond. “Het is een trainingskamp”, lacht Nathalie. Vijf dagen knallen is zwaar voor blaasmuzikanten, dat kost veel uithoudingsvermogen (‘embouchure’). “Je moet je spieren trainen, anders krijg je op dag drie pijnlijke wangen en ontsnapt er lucht, dan klinkt het voor geen meter.”

Die noodzaak om goed te trainen, ook in de kroeg, kent ook trompettist Jorik Bosters uit Dongen. “Na vijf dagen op pad met blaaskapel Hoeist?!, ben ik gesloopt. Soms heb ik bloedlippen op de laatste dag.” Vooral koper kost kracht. “Iedereen krijgt last van de mond, een soort spierpijn.” Repetities helpen, maar wennen aan een hele dag spelen is noodzakelijk. “Het is te vergelijken met een sprinter die opeens een marathon moet rennen, dat zou ook niet werken."

Voorevenementen hebben nóg een functie: testen of nieuwe nummers aanslaan. “Dat het publiek niet weet wat ze met een nummer moeten, ontdek je liever vóór carnaval. Dan moet alles kloppen", zegt Nathalie.

Hoeist?! uit Dongen gaat ook al vóór de start van carnaval de straat op om muziek te maken (privéfoto).
Hoeist?! uit Dongen gaat ook al vóór de start van carnaval de straat op om muziek te maken (privéfoto).

Aan gelegenheden geen gebrek, merkt Janneke van Gils uit Huijbergen. “We beginnen weken van tevoren. Prinsenbal, Spektakebal, Leutig Keboal, allemaal evenementen in de omgeving waar muziek maken centraal staat.”

Jorik hopt geregeld naar Bergen op Zoom, waar familie woont die ook muziek maakt. Hij merkt verschillen tussen Brabantse plaatsen: “In Dongen heb je vaste voorevenementen zoals Ut Grote Veurspel. In Bergen op Zoom is het losser. Je loopt een kroeg in en begint gewoon.” In Krabbegat lijkt het voorseizoen wat meer te leven, merkt Jorik. “Bij veel kapellenfestivals en voorevenementen zijn vooral andere blazers aanwezig, de kroeg zit wel vol, maar wel alleen met andere muzikanten. In Bergen op Zoom staat elke kroeg ook de weekenden vóór carnaval stampvol met niet-spelende mensen die niet kunnen wachten tot het feest begint.”

Dat zou Nathalie ook wel willen: "Bossche kroegen staan vol, maar toch vooral met muzikanten." Zonde, want ze denkt dat als meer mensen weten dat blaasmiddagen nu ook al in volle gang zijn, zij ook willen komen opwarmen.

Jorik (links) met familieband in Bergen op Zoom (privéfoto).
Jorik (links) met familieband in Bergen op Zoom (privéfoto).
“Dat ik tijdens carnaval alleen met muziek bezig ben, zorgt voor verbazing bij vrienden.”

Voor alle drie is de band een tweede familie, maar het spelen is ook pittig. “Je bent dagenlang op de been, je kunt niet zomaar afhaken omdat je een kater hebt, en je sleept dat instrument overal mee naartoe”, vertelt Nathalie. Een sousafoon weegt al gauw 17 kilogram.

Dat is geen reden om niet te spelen: “Het is heerlijk om liedjes die je het afgelopen jaar hebt ingestudeerd aan het publiek te laten horen”, zegt Janneke. Nathalie vult aan: “Je maakt mensen blij met jouw muziek. Ik heb het gevoel iets bij te dragen aan carnaval in Oeteldonk, ik breng iets voort.”

Spelen op straat in Oeteldonk door De Pintvatters van Nathalie (privéfoto).
Spelen op straat in Oeteldonk door De Pintvatters van Nathalie (privéfoto).

Blaaskapellen hóren bij carnaval, maar hoe lang nog? Joriks band fuseerde onlangs met een andere uit het dorp, Jannekes band, waar ze als kind al bij zat, stopte door gebrek aan leden. “In coronatijd zijn mijn man, twee zoons en ik zelf de straat opgegaan als mini-dweilband. Dat sloeg zo aan dat er een jeugdgroep ontstond met ondersteuning van volwassenen.” Inmiddels zijn ze uitgegroeid tot twintig muzikanten.

In Den Bosch zit het iets beter. Daar stromen jongeren door vanuit de jeugdhofkapel en bestaat er zelfs een studentenclub, Festum, waar Nathalies kinderen bij zitten.

Voorlopig zetten de kapellen dus de laatste puntjes op de i voor carnaval, en hoewel het soms even puzzelen is om overeind te blijven, verdwijnen doet deze traditie nog lang niet.

App ons!

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.