Herman vraagt zich af wie hij op zijn wildcamera ziet, Frans legt het uit

Vandaag om 08:30

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een bunzing gespot door een wildcamera, vinken scharrelen liever op de grond dan op een voedertafel en een poppenwieg. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd.

Ieder weekend is er ook een nieuwe aflevering van de Stuifmail-podcast. Beluister de podcast hier:

Ingang mollengang (foto: Margot Reijnders).
Ingang mollengang (foto: Margot Reijnders).

Van wie is deze ingang van een hol?
Margot Reijnders kwam tijdens haar wandeling een ingang van een hol tegen en ze vroeg zich af wie daar de eigenaar van was. Volgens mij aan de grootte te zien, is het een ingang van een mollengang.

Margot bevestigt dat ook een klein beetje, want ze zag in de buurt ook allerlei molshopen liggen. Het is dus geen ingang naar een hol, maar een ingang naar een mollengang. De mol is daar begonnen met het graven van een gang.

Mollen zijn snelle gravers, want zo’n mol kan wel twaalf tot vijftien meter per uur graven. Daarnaast kunnen ze in één nacht een nieuw stelsel aanleggen. Vanaf de ingang graven mollen diepe en ondiepe gangen tot een meter diep. De dieper liggende gangen noemen wij tunnels en door al dat graven ontstaan de bekende molshopen.

Soms liggen de tunnels zo ondiep, dat ze te zien zijn door de omhoog gewerkte grond. Deze ondiepe mollengangen worden 'mollenritten' genoemd en worden vaak gemaakt door jonge mollen op zoek naar een eigen territorium of door volwassen mannetjes, in de paartijd.

Als een mol een gebied gekozen heeft, maakt zo’n mol een uitgebreid gangenstelsel met een lengte van zo’n 250 meter. In dat gangenstelsel liggen dan de diepere tunnels, maar ook de ondiepe mollenritten. In dit 250 meter lange gangenstelsel vindt de meeste activiteit plaats in de ochtend, rond het middaguur en in de avond. In principe werken ze dan ook in een cycli van vier tot vijf uur. Graven en jagen worden dus goed afgewisseld met rustperiodes. De mol is een prachtig dier, zie je i dit filmpje van De Visdief.

Een bunzing (foto: Herman Sleegers).
Een bunzing (foto: Herman Sleegers).

Welk dier verscheen er voor mijn wildcamera?
Herman Sleegers heeft een wildcamera die opnames heeft gemaakt van een voor hem onbekend dier. Het dier deed zich tegoed aan een kadaver van een ree wat in het struikgewas lag.

Herman wil graag weten wat het voor een dier is en stuurde een foto van het beeld van de wildcamera. Volgens mij is het een bunzing. Bunzingen hebben dikke bruin tot zwarte vachten waarvan de vachten aan de bovenzijde dekharen hebben met een zwart uiteinde. Soms zijn de dekharen zelfs helemaal zwart van kleur. Aan de onderzijde zijn de haren korter en veel lichter tot bijna geelbruin. 

Een bunzing
Een bunzing

Bunzingen behoren tot de familie van marterachtigen en is een van de zeven inheemse soorten marterachtigen in ons land. Het zijn allemaal echte roofdieren waarbij de bunzing een echte bodembewoner is, die maar zelden gaat klimmen en ook aan zwemmen hebben ze een broertje dood.

Voorheen werden deze dieren als bijzonder nuttig beschouwd door de gewoonte om op knaagdieren, muizen en ratten te jagen. Ze waren daarom bijzonder welkom bij boerderijen, want daardoor hadden die geen rattenplagen.

Helaas is de huiskat die functie over gaan nemen en hebben de bunzingen het nakijken. Op het menu van de bunzingen staan vooral knaagdieren, zoals ratten en muizen, maar ook kikkers en de veel grotere konijnen staan ook op het menu. Weidevogels en ook de veel grotere kippen lusten ze graag.

Sinds de konijnen allerlei virusziektes hebben en er dus nauwelijks nog konijnen gevonden kunnen worden wordt het menu aangevuld met regenwormen, insecten, hagedissen en aas. Volgens mij is de bunzing bij Herman zich goed aan het voeden om zich voor te bereiden voor de paartijd.

Die paartijd, ook wel roltijd, duurt van maart tot juni. Tijdens die roltijd zijn ook de bunzing mannen agressief tegen elkaar en achtervolgen ze elkaar schreeuwend. Ga dan ook maar aan de kant staan, want zelfs op klaarlichte dag trekken ze zich niets van andere dieren aan en zijn zelfs bijna niet bang voor de mens.

Een poppenwieg (foto: Zoë Gielen).
Een poppenwieg (foto: Zoë Gielen).

Zoë Gielen was aan het wandelen in het wandelbos in Tilburg en zag op een dode boom allemaal rondjes. Ze stuurde mij een foto en wilde graag weten wat die rondjes waren. De rondjes die zij zag worden poppenwiegen genoemd. Dit zijn kamertjes of popkamers, die gemaakt worden door kevers.

Zo'n poppenwieg maakt een keverlarve waarin het diertje (de larve) zich kan verpoppen tot volwassen kever. Verschillende soorten, zoals de neushoornkever, de taxuskever en de gewone dennenboktor, maken zo'n poppenwieg. Mooie voorbeelden van kevers en hun poppenwiegen zijn de volgende:

  • Neushoornkever: de poppenwieg wordt gemaakt in rottend, broeiend plantenmateriaal, zoals haksel en schors, en kan de grootte van een kippenei bereiken.
  • Taxuskever: de larve graaft een holletje in de grond om zich daarin te verpoppen.
  • Grote poppenrover: dit is een roofkever die de poppen van andere insecten, zoals de eikenprocessierups, eet. De term 'poppenwieg' kan hier ook verwijzen naar de poppen van de rupsen die de kever eet.
  • Gewone dennenboktor: de larven verplaatsen zich in de winter naar het schors van dode bomen om zich te verpoppen onder het schors.

Hoogstwaarschijnlijk is Zoë poppenwiegen tegengekomen van de gewone dennenboktor aangezien de dode boom een dennenboom was.

Een dennenboktor (foto: Saxifraga Ab H Baas).
Een dennenboktor (foto: Saxifraga Ab H Baas).
Man, vrouw en jonkie vink (foto: Saxifraga Theo Verstrael).
Man, vrouw en jonkie vink (foto: Saxifraga Theo Verstrael).

Scharrelen vinken het liefst op de grond naar voedsel?
Irene de Groot heeft een koppeltje vinken in de coniferen wonen. Nu heeft ze van mij begrepen dat vinken op de grond scharrelen voor voedsel te vinden en ze vraagt zich af of dat altijd zo is.

In principe scharrelen vinken zeker op de grond voor voedsel. Het is hun natuurlijk gedrag en dus zijn vinken, net als mussen, van nature grondeters. Dit doen ze het liefst bij elkaar en dan ook nog in de buurt van struiken en heggen. Het is een natuurlijke bescherming tegen roofvogels en roofdieren.

Vooral in de winter zie je die vogels op zoek gaan naar zaden, onkruidzaden en beukennootjes, vaak in gezelschap van mussen. Welke vogels horen nog meer tot de familie van vinken? Dat is een behoorlijk aantal, maar hier in Nederland zijn dat dan vooral de vink, putter (distelvink), groenling en in de winter soms sijsjes of kepen.

Andere zeldzamere vinkensoorten zijn de goudvink, de appelvink, de kneu en de kruisbek. Als ik die tegenkom, spring zachtjes een gat in de lucht, zo mooi zijn ze!

Overigens kan je ze ook naar je tuin lokken, maar dan moet je wel ook veel struikachtige begroeiing hebben waar ze naar kunnen vluchten bij dreigend gevaar. Het beste is dan ook het voedsel, het strooigoed, in de buurt van struiken of andere dekking te strooien.

Het liefst hebben de vinken en mussen gemengd strooivoer, zonnebloempitten of onkruidzaden op de grond. Bied ze wel een variatie aan van verschillende soorten zaden en pitten. Harde zaden mag zeker, want daarvoor zijn vinken uitgerust met een mooi stukje gereedschap, namelijk dikke snavels, gereed  om de noten te kraken.

Mocht je alleen een voedertafel hebben en nauwelijks dekking, dan is het raadzaam een voedertafel te hebben met een dakje.

Een appelvink (foto: Saxifraga Theo Verstrael).
Een appelvink (foto: Saxifraga Theo Verstrael).
Ontkiemende trosvlier (foto: Chantal Tijbosch).
Ontkiemende trosvlier (foto: Chantal Tijbosch).

Rubriek mooie foto’s
Op 17 januari in het bos bij de Bedafse Bergen de lente al gespot. Mooie opname van een ontkiemende trosvlier, foto Chantal Tijbosch.

Zaartpark Breda West Brabantse Vogelwerkgroep
Zaartpark Breda West Brabantse Vogelwerkgroep

Natuurtip; Vogelwandeling Zaartpark
Zondag 1 februari vanaf 10.00 uur tot 12.00 uur 

Zaartpark
Het Zaartpark is een waterrijk wandelpark in het beekdal van de Aa of Weerijs. Het dankt zijn naam aan het vanuit het Mastbos stromende beekje de Zaart. Het is een van de meest natuurlijke en natuurrijke parken van Breda.

Het park  is een ecologische verbindingszone, maar ook bufferzone tussen de stad, het Mastbos en het stroomgebied van de Aa of Weerijs. De aanleg dateert uit de jaren 50 en er zijn nog veel bomen uit die tijd aanwezig. Sinds de reconstructie in 1993, heeft het park zich op een natuurlijke manier mogen ontwikkelen.

Meer informatie
•    Aanmelden is verplicht, kan via deze link.
•    Na inschrijving ontvang je informatie over de vertrekplaats.
•    Vergeet de verrekijker niet!
•    De route is goed begaanbaar met rolstoel of kinderwagen.

App ons!

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.