'Alaaf! Alaaf! Alaaf!', waarom zeggen we dat tijdens carnaval?

vrijdag om 12:00 • Aangepast vrijdag om 15:02

Door het jaar heen hoor je het bijna nooit, maar tijdens carnaval klinkt het overal in Brabant: ‘Alaaf!’. Waar komt dat vandaan? En waarom roepen ze het in veel dorpen en kleine steden, maar nauwelijks in grote steden zoals Den Bosch en Eindhoven?

Profielfoto van Juul ten Haaf
Geschreven door

Volgens carnavalshistoricus Rob van de Laar zijn geleerden het niet eens over de herkomst van het woord Alaaf. "Er zijn meerdere theorieën over de groet tijdens carnaval, maar niemand weet zeker waar het precies vandaan komt", vertelt hij.

Wat wel zeker is, is dat Alaaf uit Keulen komt, waar in 1823 de eerste variant van carnaval ontstond zoals wij die nu kennen. Hoe ze precies op het woord kwamen, is onbekend. Volgens Van de Laar zou het kunnen zijn afgeleid van het getal elf, het zogenaamde gekkengetal dat veel symbolische waarde heeft onder carnavalsvierders. Hij acht deze theorie het meest waarschijnlijk.

Een andere theorie, volgens Van de Laar en collega-carnavalshistoricus William Feijen, is dat Alaaf een verbastering is van het Duitse all ab, wat ‘al het goede’ betekent. Mijnwerkers gebruikten die uitdrukking vroeger als groet, en uiteindelijk is dit veranderd in de carnavalsgroet Alaaf.

Niet overal Alaaf
Niet overal in Brabant hoor je Alaaf. Dat komt doordat een deel van de provincie Bourgondisch carnaval viert, terwijl in Keulen en een ander deel van Brabant Rijnlands carnaval wordt gevierd. Beide varianten hebben hun eigen tradities en gebruiken.

"Carnaval is een regionaal feest met regionale tradities", legt carnavalshistoricus William Feijen uit. "Iedere regio doet een beetje zijn eigen ding. Er is wel een rode lijn van tradities en gebruiken die iedereen hanteert, maar elke plek vult die op zijn eigen manier in."

Volgens cultureel antropoloog Kitty Jansen-Rompen is niet precies duidelijk waarom de ene regio Bourgondisch en de andere Rijnlands carnaval overnam. "Dat hangt van allerlei factoren af, zoals wie er op dat moment de scepter zwaaide."

Rijnlands vs Bourgondisch carnaval

Er zijn duidelijke verschillen tussen het Rijnlandse en het Bourgondische carnaval. Beide vormen worden in Brabant gevierd. Volgens cultureel antropoloog Kitty Jansen-Rompen komen ze voort uit verschillende momenten in de geschiedenis.

Het Rijnlandse carnaval ontstond in 1823 in Keulen. "In die tijd stond Keulen onder bestuur van de Pruisen", vertelt Jansen-Rompen. "Dat was een streng en militair regime." De inwoners verlangden terug naar de tijd van keizer Karel de Vijfde, toen ze meer vrijheid hadden en het leven beter was. In het Rijnlandse carnaval zie je daarom veel militaire elementen waar de spot mee wordt gedreven. Denk aan het uitdelen van onderscheidingen, militaire kostuums en ‘Alaaf!’ als groet. Ook zie je invloeden uit de tijd van Karel de Vijfde. Zo is het prinsenpak gebaseerd op een Spaans hofkostuum uit die periode.

Bij het Bourgondische carnaval wordt juist teruggegrepen op oudere tradities, zoals de middeleeuwse Vastenavend en het omdraaien van rollen. Mensen konden tijdelijk iemand anders zijn en de macht lag even ergens anders. Jansen-Rompen en carnavalshistoricus Rob van de Laar vinden de naam ‘Bourgondisch’ eigenlijk niet helemaal kloppen. De Bourgondiërs hebben namelijk maar kort invloed gehad in Nederland. Tegenwoordig betekent bourgondisch vooral ‘genieten van het leven’, maar dat is niet wat hiermee wordt bedoeld. Van de Laar spreekt liever van ‘Boergondisch’ carnaval, omdat steden als Den Bosch en Bergen op Zoom tijdens carnaval veranderen in dorpen.

Er zijn dus plekken in Brabant waar het Rijnlandse Alaaf niet wordt gebruikt, zoals in Oeteldonk (Den Bosch) en Krabbegat (Bergen op Zoom), waar Bourgondisch carnaval wordt gevierd. Dat betekent echter niet dat ze daar helemaal geen groet hebben. In Krabbegat zeggen ze bijvoorbeeld “Agge mar leut et”, oftewel: “als je het maar leuk hebt”. Tijdens carnaval komt dat ongetwijfeld goed. In Oeteldonk is er geen alternatief voor Alaaf. Hoor je daar iemand het toch roepen in de straten, dan is de kans groot dat het een buitenstaander, een zogenoemde bovensloter, betreft.

Ook in Lampegat (Eindhoven) is Alaaf niet populair. Daar gebruiken ze hun eigen groet: “Salaai”. Anders dan bij “Agge mar leut et”, is de betekenis hier niet meteen te horen. Dat komt omdat de oorsprong anders is. In 1962 hield een lokaal blad een prijsvraag om een carnavalsgroet voor Lampegat te bedenken. De winnaar, H. de Wit, kwam met “Salaai”, een verbastering van het woord “Saluut”.

Hier lees je alle verhalen over carnaval in Brabant.

App ons!

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.