STUIFMAIL

Theo zag heel veel bosmieren begin februari, niets te vroeg volgens Frans

Vandaag om 08:31

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een bijzondere vlinder in het donker, een camelia die in januari al in bloei stond, een grote bonte specht en rode bosmieren die in februari al heel actief zijn. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Kale rode bosmieren (foto: Theo Zelen).
Kale rode bosmieren (foto: Theo Zelen).

Heel veel bosmieren op 7 februari, is dat niet wat vroeg?
Theo Zelen zag op zaterdag 7 februari in het buitengebied van Maasbree een houtstapel met een nest bosmieren. Theo vond dat rijkelijk vroeg. "Die mieren zijn toch nog in winterrust?" Nou, het is niet rijkelijk vroeg, maar precies op tijd voor zowel de kale rode bosmieren (zie de foto hierboven) als de behaarde rode bosmieren. 

Officieel duurt hun winterrust tot maart, maar beide rode bosmieren reageren snel op de warmte van de zon. Daarom is februari de maand dat beide rode bosmieren actief worden. Zeker bij zachte en vooral zonnige dagen.

Een kale rode bosmier (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).
Een kale rode bosmier (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).

Als de zon op de nestkoepel schijnt, komen ze naar de oppervlakte om zich op te warmen en het nest te herstellen. Je ziet dan honderden rode bosmieren bovenop het nest zitten. Deze bosmieren vangen de zonnetemperatuur op met hun lichaam en gaan dan naar beneden het nest in. Zo verwarmen zij het koude, ondergrondse nest. Weer andere bosmieren zitten dan bovenop het nest en als die weer warm zijn, gaan zij weer naar beneden. Zo gaat het heel de dag door en wordt het koude ondergrondse nest lekker warm. Ze spelen dus zelf voor centrale verwarming! Ze zijn bij zonnige februaridagen dus al erg actief, maar dat wil nog niet zeggen dat ze ook al volop op zoek zijn naar voedsel in de omgeving. Nee, het opwarmen van het nest heeft de grootste prioriteit.

Een gehakkelde aurelia.(foto: William Wiericx).
Een gehakkelde aurelia.(foto: William Wiericx).

Welke bijzondere vlinder hangt er in de overkapping?
William Wiericx ontdekte in zijn tuin onder een overkapping een bijzondere vlinder. Hij wil graag weten welke vlinder daar in het donker zat. Volgens mij is het een gehakkelde aurelia. Je ziet op de foto van William een vlinder met dichtgevouwen vleugels en op een van de vleugels een witte vlek. In een eerste blik op de vlinder dacht ik dat die vlek een gammateken was van de gamma-uil, maar bij nader inzien zag ik dat die witte vlek toch anders was. Deze witte vlek lijkt veel meer op een wit boogje. Daarnaast zijn de vleugels behoorlijk ingesneden ofwel gekarteld/gehakkeld. Vandaar de naam gehakkelde aurelia.

Deze prachtige - bij de schoenlappersfamilie thuishorende - dagvlinder heeft mooie gekartelde vleugels en aan de bovenkant daarvan een oranje grondkleur met veel zwarte vlekken.

Een gehakkelde aurelia (foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).
Een gehakkelde aurelia (foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).

De familienaam schoenlappersvlinders is gebaseerd op de onderkant van de vleugels van deze vlinders. Bij al deze dagvlinders is de onderkant donker gekleurd met donkere vlekken. Dit deed de naamgevers denken aan de tijd dat schoenlappers versleten schoenen oplapten met stukjes leer. Die konden bijna nooit de kleur vinden van die versleten schoen. De onderkant van de vleugels van deze dagvlinders ziet er net zo uit als die opgelapte schoenen van destijds.

Gehakkelde aurelia’s komen best veel voor in ons land. Voor de jaren tachtig van de twintigste eeuw kwam deze soort alleen voor in het westen en noorden. Sinds die tijd is de soort gestaag gaan uitbreiden. Nu zie je deze dagvlinder overal in ons land, dus ook in ons mooie Brabant. De vlinder bij William was als volwassen vlinder aan het overwinteren. Dit doen deze vlinders in afgevallen bladeren, takkenbossen of aan de onderkant van boomwortels, altijd vlak bij de grond. Soms kom je ze ook tegen in een holle boom of onder afkappingen in tuinen. 

Camalia in januari al in bloei (foto: Don van Dongen).
Camalia in januari al in bloei (foto: Don van Dongen).

Camelia bloeit al in januari, klopt dat?
Dubno Walos heeft een camelia en tot zijn verbazing zag hij dat zijn plant al in januari bloeide. Toch klopt dit, want officieel is deze plant een Japanse winterbloeier. Deze plant heeft zich aangepast aan koude en natte omstandigheden, dus kunnen ze tegen ongunstige weersomstandigheden in de koudere seizoenen. In de open ruimte lukt het echter niet, ze hebben veel behoefte aan beschutte standplaatsen. Veel planten/struiken in ons land gaan in een soort winterslaap, maar camelia’s gaan dan juist bloemknoppen vormen, die over een lange periode open gaan.

Tijdens de warmere maanden gaan de camelia’s juist in rust. Daarnaast heb je binnen de camelia’s ook weer verschillende soorten die op verschillende tijdstippen tijdens de wintermaanden gaan bloeien. Een van de vroegste is de camellia sasanqua. Die gaat al in het najaar in bloei en houdt dat vol tot in januari. De Camellia japonica gaat pas in de late winter bloeien - dan hebben we het over februari - maar als we een zachte winter hebben, komt ook deze soort ook eerder in bloei. Hoe dan ook: de bloemknoppen van camelia’s zijn goed bestand tegen vorst en kunnen maandenlang kleur in de tuin brengen, zelfs tijdens de koudste maanden. 

Een grote bonte specht eet van een vetbol (foto: Marco Pruissen).
Een grote bonte specht eet van een vetbol (foto: Marco Pruissen).

Grote bonte specht is dol op vetbollen
Marco Pruissen zag in zijn tuin een bonte specht genieten van vetbollen en stuurde een foto. Op die foto zie je de grote bonte specht heel duidelijk, vermoedelijk is dit een vrouwtje. Marco heeft het over 'een bonte specht', maar wij kennen in ons land drie verschillende bonte spechten. Allereerst de meeste voorkomende bonte specht: de grote bonte specht. Die wordt maximaal 24 centimeter groot, vergelijkbaar met een merel.

Een grote bonte specht (foto: Wiedlewsky).
Een grote bonte specht (foto: Wiedlewsky).

Daarnaast kennen we in ons land de middelste bonte specht. Die is kleiner dan de grote bonte specht, namelijk maximaal 22 centimeter. Deze is ook een heel stuk zeldzamer. Vergelijkbaar met een spreeuw.

Een middelste bonte specht (foto: Saxifraga/Henk Sierdsema).
Een middelste bonte specht (foto: Saxifraga/Henk Sierdsema).

Tot slot kennen we in ons land de kleinste bonte specht, die dan ook de naam kleine bonte specht heeft. Die is een stuk kleiner, namelijk maximaal zestien centimeter, en een heel stuk zeldzamer. Deze is vergelijkbaar met een koolmees. 

Een kleine bonte specht (foto: Saxifraga/Mark Zekhuis).
Een kleine bonte specht (foto: Saxifraga/Mark Zekhuis).

Volgens mij is de vogel die Marco fotografeerde dus de grote bonte specht, die gek is op energierijk voedsel om de koude dagen door te komen en dus zie je ze vaak op hangende vetbollen. Die zijn ideaal voor de grote bonte specht, want aan zo’n vetbol kunnen zij perfect hangen. Natuurlijk hebben ze wel wat meer ruimte nodig dan de meesachtigen.

Rode bosmieren 
Rode bosmieren worden weer actief bij de eerste zonnewarmte. De term rode bosmier betreft in België en Nederland twee soorten mieren die, zoals de naam al aangeeft, rood zijn en in bossen leven. De soorten lijken sterk op elkaar en maken beide bovengrondse nesten, de bekende mierenhopen. Bij de kale bosmier zijn de hopen het grootst. Er leven vaak meerdere koninginnen in een hoop. Bij de behaarde bosmier bevat elke hoop slechts één koningin. Die hopen zijn minder groot. Naast deze twee soorten is er ook nog de zwartrugbosmier (formica pratensis), die weliswaar geen 'rood' in de naam heeft, maar wel sterk lijkt op de twee andere soorten. De hopen van die mier zijn klein of zelfs vlak.

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.