Last van mieren? Frans weet wel hoe je de beestjes weg krijgt
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis over de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een mars voor meerkoeten, ooievaars in de buurt, mieren en een mooi winterfenomeen. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.
Wat zijn dit voor mieren en hoe krijg ik ze weg?
Alice Erkel heeft al meer dan een halfjaar last van mieren op de begane grond. Ze vraagt zich af om welke soort het gaat en hoe ze ze kan bestrijden. Tja, zonder foto is het lastig te zeggen om welke mierensoort het precies gaat, maar de meest voorkomende soort rond huizen in Nederland is de zwartbruine wegmier (zie de foto hierboven). Andere soorten die huizen opzoeken zijn de glanzende houtmier (zie de foto hieronder), de bruine mier en de grote gele weidemier.
Al deze soorten nestelen graag onder trottoirs, tegels, betegelde terrassen of in spouwmuren. Ze worden aangetrokken door voedsel en water in en rond huizen, waardoor dit ook geschikte nestplaatsen zijn. In onze omgeving liggen overal zoetigheden – suikers en eiwitten – omdat wij veel voedsel laten rondslingeren, onder meer op straat. Daardoor is er voor de mieren een overvloed aan voedsel in de wijken. Daarnaast vinden ze voedsel ook gemakkelijk in keukens en voorraadkasten, waar vaak alles open en bloot ligt. Niet in alle huizen, maar in veel huizen wel.
De laatste jaren zijn er bovendien veel mieren uit warmere streken naar onze kant gekomen. Deze soorten zoeken graag warme plekken op, bij en in huizen. Grote terrassen met grote tegels zijn ideaal voor hen, omdat onder die tegels tropische temperaturen kunnen ontstaan.
Alice vroeg ook nog hoe je mieren uit je huiselijke omgeving kunt houden. Allereerst door te zorgen dat er zo min mogelijk nestgelegenheid is. Dit kan bijvoorbeeld door je tuin te 'onttegelen' of te 'ontstenen'. Zorg daarnaast dat al je voedsel goed is opgeborgen, vooral zoetigheden, in gesloten bakjes of bussen.
Kijk goed waar de mieren naar binnen komen en sluit die kieren en gaten. Ook een schoon huis helpt tegen mieren: geen kruimels op de vloer, geen open vuilnisbakken en geen onafgedekte etenswaren. Voerbakken van huisdieren trekken mieren aan, dus ruim deze na het eten direct op.
In droge periodes zijn mieren ook op zoek naar water. Controleer daarom op lekkende kranen, vochtige wc’s of badkamers. Denk ook aan drinkbakjes van huisdieren, want deze trekken mieren aan.
Stille tocht voor de meerkoet in Gilze en Rijen
Tijdens het broedseizoen in het voorjaar van 2025 zijn in opdracht van de gemeente Gilze en Rijen baggerwerkzaamheden uitgevoerd in een plas waar meerkoeten met kuikens nestelden. De nesten zijn daarbij vernietigd. Om hier aandacht voor te vragen, wordt op zondag 1 maart vanaf 15:00 uur een stille tocht gehouden vanaf het Wilhelminaplein naar de plas.
Sinds twee weken ooievaars in de buurt
Tineke van der Zanden ziet sinds een week twee ooievaars overnachten en vraagt zich af of deze vogels hier blijven om een nest te bouwen of dat ze nog doortrekken. Meestal keren ooievaars eerst terug naar het nest van vorig jaar. Als er geen nest in de buurt is, is de kans groot dat ze verder vliegen. Mannetjes arriveren als eerste, eind februari, gevolgd door de vrouwtjes, vaak kort daarna. Bij aankomst merk je dit aan hevig snavelgeklepper en later aan paring. Eieren worden in april gelegd.
In principe keren het mannetje en vrouwtje van de ooievaar terug naar het nest van vorig jaar. Als eerste arriveren de mannetjes, meestal eind februari, uit het zuiden. Mogelijk zijn de ooievaars die Tineke ziet dus beide mannetjes. Deze mannetjes hebben het nest van vorig jaar als eindpunt, eisen het op indien nodig en gaan het nest herstellen. De vrouwtjes arriveren kort na de mannetjes, vaak eind februari, maar zeker in maart.
Wanneer zij arriveren, merk je dat meteen aan het hevige snavelgeklepper! Het paar is dan weer bij elkaar en meestal vindt direct de paring plaats. De eieren worden in april gelegd.
Af en toe bouwen nieuwe koppels ook nieuwe nesten, maar daar moeten wel voldoende hoge plekken voor beschikbaar zijn. In het geval van Tineke is het waarschijnlijk dat de mannetjes nog verder vliegen. Mocht er echter nestbouw plaatsvinden in haar omgeving, dan horen wij dat graag bij Omroep Brabant.
Dit zat in mijn coniferenhaag, wat zou het kunnen zijn?
Piet Verhagen zag iets in zijn coniferenhaag (een thujahaag) en wilde graag weten wat het was. Op de foto is iets geligs te zien in een takje. Het blijkt te gaan om een geel cocon van een spin, vermoedelijk een kruisspin.
In dit cocon zitten de eitjes van de kruisspin. Het vrouwtje maakt in de herfst zo’n eicocon als beschermend spinsel, zodat de eitjes veilig de winter kunnen doorkomen.
Zulke eicocons zien eruit als pluizige, wollige bolletjes van geelwit of gelig spinsel. In de cocons liggen honderden kleine eitjes, meestal oranje of geel van kleur. De vrouwtjes van de kruisspinnen zoeken daarna beschutte en verborgen plekken op om de cocons daar neer te leggen. Mooie plekken zijn naden en kieren van huizen, hagen of heggen, maar ook tussen bladeren of onder de schors van – vooral dode – bomen.
Na de winter, meestal rond mei, komen de eitjes uit. Direct daarna vormen de kleine gele spinnetjes vaak een dichte klont. Bij verstoring stuiven ze alle kanten op, om later weer bij elkaar te komen.
Als je zo’n eicocon vindt, kun je die het beste laten zitten of hangen. De kruisspinnen die in mei uitkomen, zijn namelijk nuttige insecteneters voor je tuin.
Klopt het dat dit ijshaar is, in de Eifel?
Jos Smolders was een weekje in de Eifel, precies op tijd om daar ijshaar te zien. Zijn ouders van 80 jaar, trouwe Omroep Brabant Stuifmail-fans, tipten hem om de foto’s door te sturen. Op een van de foto’s is ijshaar, ook wel de ‘baard van Koning Winter’ genoemd, duidelijk te zien.
Dit mooie winterfenomeen bestaat uit lange, witte, dunne, zijdeachtige ijsdraadjes die zich vormen in of op een tak of stam. Het meest zie je ijshaar op dood hout van loofbomen, vooral eiken en beuken. Het hout moet nat en dood zijn, want daarin leeft een speciale schimmel: het rozeblauwig waskorstje. Deze schimmel voert stofwisseling uit en scheidt daarbij water af. Omdat er te veel water is om in de stam te blijven, wordt het via kleine openingen naar buiten geperst.
Wanneer het zachtjes vriest en de luchtvochtigheid hoog is – zodat het water niet verdampt – bevriest het water meteen en vormt zich ijshaar. Zolang de schimmel water blijft produceren en de omstandigheden goed blijven, kan het ijshaar doorgroeien. Bij te harde vorst stopt de stofwisseling en houdt het proces direct op.
Wie wonen er in een mierennest?
Als je op een mierennest staat, krioelt het van de mieren. Maar wie woont er eigenlijk allemaal in een mierennest onder de grond?
De bovenstaande video komt uit de aflevering ‘Mieren’ van Het Klokhuis. Mieren zijn zo oud als dinosaurussen en leven overal op de aardbol, behalve op de polen. Er bestaan ongeveer 13.000 verschillende soorten. Ze leven in een kolonie, waarin elke mier een eigen taak heeft.
In de aflevering kijkt Pascal samen met mierenspecialist Tim naar de opbouw van een kolonie en leert hij hoe je zelf een mierennest kunt maken.

