Brabant moet aantal opvangplekken voor asielzoekers verdubbelen
Brabantse gemeenten lopen ver achter bij het regelen van opvangplekken voor asielzoekers, terwijl de landelijke overheid juist op zoek is naar meer opvangplekken. Van Brabant wordt verwacht dat er meer dan het dubbele aantal opvangplekken wordt gerealiseerd dan er nu zijn.
Brabantse gemeenten moeten voor ruim dertienduizend opvangplekken voor asielzoekers zorgen. Nu zijn er een kleine 6.300 beschikbaar, wat betekent dat er nog ruim 7.100 opvangplekken bij moeten. Dat blijkt uit een brief die minister Bart van den Brink (CDA) van het Ministerie van Asiel en Migratie vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Spreidingswet
De Kamerbrief is een zogeheten raming voor de spreidingswet. Daarmee wordt bepaald hoeveel asielzoekers gemeenten naar verwachting moeten opvangen. Provincies zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de verdeling over de verschillende gemeenten, die gebaseerd op het aantal inwoners en welvaart in de gemeente een aantal opvangplekken moeten leveren.
Provincies hebben nu tot begin december van dit jaar de tijd om deze opgave te verdelen over de gemeenten. Daarna hebben de gemeenten nog tot half 2027 de tijd om de opvangplekken in te richten.
Als dat niet lukt, kan minister Van den Brink dwangsommen opleggen. Maar daar wil Van den Brink nu nog niet mee dreigen, zo vertelt hij tegen de NOS: "Een gesprek met gemeenten is allereerst een gesprek. Dat soort maatregelen zijn niet het begin van een gesprek.”
