Vierling voor schapenhouder: 'Net zo trots op schapen als op mijn vrouw'
Marc van Doorn uit Berlicum zit op een roze wolk. Een van zijn schapen is bevallen, en niet van één, twee of drie lammetjes, maar van een vierling. En dat gebeurt niet vaak. “Ik ben best wel trots”, zegt Marc terwijl hij tussen moeder en haar lammetjes in de stal zit.
Hij staat met beschuit met muisjes klaar als we langskomen om de pasgeboren kleintjes te bewonderen. “Blauwe muisjes, want het zijn vier rammetjes”, zegt Marc. “Ze lijken op de vader. En ze lijken op elkaar, dus het is moeilijk om ze uit elkaar te houden.”
Marc heeft Texelaarschapen, een ras dat normaal gesproken maar een tot drie lammeren krijgt. “Een vierling is echt uitzonderlijk,” vertelt hij. “Bij sommige rassen komt het vaker voor, maar bij deze schapen eigenlijk niet.”
Marc is al 55 jaar schapenhouder. “Toen ik vijf jaar oud was, kreeg ik mijn eerste schaap van mijn vader. Het is een uit de hand gelopen hobby.” Inmiddels lopen er zo’n zestig schapen rond in de wei. En hoewel het vleesschapen zijn en hij er dus af en toe een moet laten gaan, is hij dol op ze. “Ik ben net zo trots op mijn schapen als op mijn vrouw,” lacht hij. “Als ik met de schapen ben, ben ik op vakantie. Het is een soort therapie.”
“Ze kunnen niet allemaal tegelijk drinken en moeten vechten voor hun plek."
Hoewel hij hiernaast ook nog gewoon een eigen café runt, begeleidt Marc de bevalling van zijn schapen helemaal zelf. En dat vraagt nogal wat. Hij woont namelijk een paar kilometer van de schapen af. “Vroeger ging ik elke twee uur even kijken in de stal hoe het ervoor stond. Tegenwoordig heb ik camera’s hangen en kan ik vanuit huis alles in de gaten houden.”
Pas tijdens de bevalling ontdekte Marc dat het om vier lammetjes ging. “Op het eind van de dracht zag ik al dat ze heel dik was. Ik dacht, er zitten er sowieso drie in. Toen ze aan het bevallen was, voelde ik voor de derde en toen bleek er achterin nog een vierde verstopt te zitten. Daar moest ik echt naar zoeken.”
Een vierling betekent ook extra werk voor Marc. “Een schaap heeft twee tepels en normaal gesproken ook maar twee lammetjes. Nu kunnen ze niet allemaal tegelijk drinken en moeten ze vechten voor hun plek."
Daarom moet Marc de lammetjes zelf bijvoeden. “De eerste dagen zijn cruciaal”, legt hij uit terwijl hij de fles klaarmaakt. “Ze moeten voldoende biest en melk binnenkrijgen om aan te sterken. Anders is de kans groot dat ze het niet redden.”
