Het stille verdriet van Riet (78) na 4 miskramen en overleden zoon
Wanneer Riets man Sjaan in april 2025 overlijdt aan prostaatkanker, laat ze een rouwkaart maken voor hem. Bij veel mensen valt vervolgens het oog op een klein kruisje achter de naam ‘Sebastiaan’, onderaan de kaart. Tot dat moment wisten maar weinig mensen dat Riet (78), naast haar zoons Jan en Corné, nog een zoon heeft gehad. Hij werd maar één week oud. Ruim veertig jaar later denkt Riet nog vaak terug aan haar veel te vroeg overleden zoontje en de miskramen die ze meemaakte.
“Ze vroegen: goh, heb jij nog een kind gehad?” Een pijnlijk moment, vertelt Riet aan haar keukentafel in Made. Haar kinderen wisten van hun overleden broertje, maar verder had ze er nooit veel over gedeeld. “In die tijd praatte je daar gewoon minder over. Tegenwoordig is dat anders.” Voor Riet waren de vragen van bekenden een opening om meer te gaan praten over al het verlies dat ze heeft meegemaakt.
Als Riet en haar man Sjaan in de jaren tachtig verhuizen naar een boerderij in Made, zijn hun zoons Jan en Corné zes en acht jaar oud. “Tijdens het inpakken kwamen we hun babykleertjes tegen. We keken elkaar aan en dachten: ruimen we deze kleertjes op of gaan we ze nog eens nodig hebben?” Zo ontstond de wens om een derde kindje op de wereld te zetten.
Een aantal maanden later raakte Riet zwanger, maar na drie maanden ging het mis. “Ik voelde dat er iets niet goed zat en had bloedverlies.” Riet kreeg een miskraam.
Kort daarna besloten ze het opnieuw te proberen. “Sjaan wilde het heel graag, ik heb eerst wel getwijfeld. Maar we waren jong en dachten: het zou gek zijn als we twee miskramen hebben.”
Toch gebeurt waar Riet al voor vreesde. Ze raakt opnieuw zwanger en na drie maanden voelt ze zich niet goed: “Ik had buikpijn en lag met mijn benen opgetrokken in bed.” Riet beleefde haar tweede miskraam en belde haar huisarts. “Die nam het in een Tupperware-bakje mee”.
In de periode daarna merkte de dan 32-jarige Riet dat ze zich angstiger voelde. “Ik had last van hyperventilatie en voelde me gespannen. Sjaan zag het ook, maar praten deden we niet veel.” Ondanks de tegenslagen, ging het leven voor Riet en Sjaan op de boerderij gewoon door. “Wanneer ik de varkens eten gaf, staken ze altijd hun hoofd omhoog, zodat ik ze een aai over hun bol kon geven. De dieren boden mij troost.”
Het stel bleef vastberaden om nog een derde kindje op de wereld te zetten. En als de huisarts na een tijdje aangeeft dat de twee het weer kunnen proberen, raakt Riet al gauw weer zwanger. “De hele zwangerschap verliep soepel. We hadden een mooi kamertje ingericht en bedachten een naam: Sebastiaan, vernoemd naar de doopnaam van mijn man.”
Op aanraden van de huisarts beviel Riet in 1982 in het ziekenhuis in Raamsdonksveer van Sebastiaan. “Eindelijk hield ik hem in mijn armen en kon ik hem zien. Maar hij wilde niet drinken”, vertelt ze. De verloskundige nam haar zoon mee. Even later staat haar man naast haar bed. “Hij zei: er is iets mis met hem en hij is naar het ziekenhuis in Tilburg gebracht.”
"Ik vond het verschrikkelijk om alleen naar huis te gaan."
Het is het begin van een donkere periode voor Riet. “Ik was heel verdrietig en lag alleen op een kamertje in het ziekenhuis. Weg van de andere moeders die wel met hun kinderen in hun armen lagen.”
Riet was nog te zwak om naar het ziekenhuis in Tilburg te reizen. “Ik vond het verschrikkelijk om alleen naar huis te gaan, wetende dat je kindje ver weg in het ziekenhuis ligt”, vertelt ze.
Als Riet en haar man later die week samen thuis zijn, gaat de telefoon. Het is het ziekenhuis. “Ze vertelden dat hij tijdens de bevalling een bacterie had opgelopen in het ziekenhuis. Ze hadden de apparatuur losgekoppeld, maar hij reageerde nergens meer op. Hij zou een kasplantje blijven en dat wilden we niet.” Sebastiaan overleed daarna in het ziekenhuis in Tilburg.
Hij werd naar huis gebracht en begraven in een mooi kistje op het kerkhof in Made. “Maar niemand heeft mij hem nog laten zien, ook bij zijn begrafenis was ik er niet bij. Ik denk dat mijn man niets heeft laten zien om mij te sparen. Hij had er ook veel verdriet van.”
Riet neemt nog een slokje van haar koffie voor ze verder vertelt. De tranen staan in haar ogen. “Achteraf denk je: had ik het nog maar even gezien.”
"De foto’s heb ik lang tussen de lakens verstopt, ik kon er niet naar kijken.”
De eerste periode na het verlies van Sebastiaan was moeilijk voor Riet. Achteraf merkt ze dat er in de jaren tachtig maar weinig gesproken werd over het verlies van haar kind en de eerdere miskramen. “Het leven ging gewoon door.”
Verpleegsters in het ziekenhuis hebben nog foto’s gegeven van haar veel te vroeg gestorven zoontje. “Anders had ik die nooit gehad. De foto’s heb ik lang tussen de lakens verstopt, ik kon er niet naar kijken.”
Maar de gifbeker bleek na drie keer nog altijd niet leeg. Na nóg een poging, bleek het kindje in Riets buik tegen het einde van de zwangerschap niet meer te leven. Sander, zou hij heten. Tijdens het indalen was hij verstrikt geraakt in de navelstreng.
Maar hoewel Sander niet meer leefde, zat hij nog altijd in haar buik. “In het ziekenhuis zeiden ze: je mag hier blijven, dan helpen we je er morgen vanaf”, vertelt Riet. De volgende ochtend stond ze op het punt van bevallen toen ze de verpleegkundigen tegen haar hoorde zeggen. “We geven je wel een spuit. Dan hoef je dit niet mee te maken.”
Zonder Riets toestemming werd haar een middel toegediend en werd alles wazig. Van de bevalling kreeg ze niets meer mee. Toen ze even later haar ogen opende, zag ze een van de verpleegsters binnenkomen. “Ze rolde iets op in een groen zeil. Dat was Sander. Ik heb mijn kindje nooit meer mogen zien.”
De volgende ochtend wordt ze thuis wakker. “Ik dacht alleen maar: het is weg, ik heb niks meer.”
“Ik dacht: dit hoef ik nooit meer mee te maken.”
Zijn lichaam is uiteindelijk gecremeerd. “Maar we hebben er nooit meer iets van teruggezien, alleen de rekening.” Later voelde Riet de frustratie over hoe alles is gegaan. Iets wat anno 2026 een onvoorstelbare gang van zaken lijkt.
Ruim veertig jaar later denkt Riet nog vaak terug aan die tijd. “Het lijkt soms wel alsof ik het nu beter beleef als toen”, zegt ze.
Een aantal maanden na het verlies van Sander raakt Riet nóg eens zwanger, maar wanneer ook dit na drie maanden misgaat, drukt de huisarts haar op het hart dat het nu echt beter is om te stoppen. “Mijn man zei ook: zo kunnen we niet door blijven gaan.” Riet beschrijft hoe er op dat moment een enorm gevoel van spanning wegviel. “Ik dacht: dit hoef ik nooit meer mee te maken.”
Terugkijkend op de vele periodes van verlies die Riet heeft doorgemaakt, ziet ze nu ook wat ze in die tijd nodig had: “Vroeger was er veel minder contact als vrouwen onder elkaar. Nu zijn er zwangerschapscursussen in groepjes en wordt er veel meer over gepraat. Het was fijn geweest als dat er in mijn tijd ook was en het is mooi om te zien dat er nu veel meer over gesproken wordt.”
