Hoogspanningsstation wordt twee keer zo groot, buurt zegt: 'Niet zeuren'
De uitbreiding van het hoogspanningsstation in Tilburg-Noord kan rekenen op opvallend weinig weerstand uit de buurt. Ondanks de verdubbeling van het terrein en de gevolgen voor de omgeving, tonen omwonenden vooral begrip: “Als we steeds meer stroom gebruiken, is dit gewoon nodig", zegt buurtbewoner Jan Wilborts.
Jan was drie toen het hoogspanningsstation in 1956 gebouwd werd. “Veel mensen zijn hier pas daarna gaan wonen. Als je hier gaat wonen, weet je dat je ermee te maken krijgt. Maar ja, mensen klagen tegenwoordig al als de blaadjes van de bomen vallen. Ik vind dat ze niet moeten zeuren.”
Ook aanwezig bij de bezoekersdag is Harrie Meeuwesen. De betrokken inwoner van Tilburg Noord is voorzitter van twee wijkraden en hij kijkt met gemengde gevoelens naar de uitbreiding van het hoogspanningsstation van twee naar vier voetbalvelden. “Dat merk je wel als buurtbewoner”, begint hij zijn betoog. “Het heeft een hele grote impact en we hebben hier in Noord al te maken met de mestverwerker en het Draaimolen Festival met harde technomuziek.”
De voorzitter snapt dat er aan het begin best wat klachten waren. “Dan ging het bijvoorbeeld over de moestuintjes die weg moesten. Daar hebben mensen 35 jaar gebruik van gemaakt. Ik snap best dat het dan even wennen is als dat niet meer gaat. Inmiddels is het aantal klachten afgenomen en werden er helemaal geen bezwaren ingediend. “Dat komt echt doordat TenneT meedenkt. Ze hebben in de Sibeliusstraat al een hele nieuwe groenstrook aangelegd. Dat is heel fijn.”
“Dan moet je niet zeuren als je meer stroom nodig hebt.”
Jan is geboren en getogen in Tilburg Noord en hij is blij dat de buurt zo betrokken wordt bij de uitbreiding. “Het is heel goed dat ze ons er zo bij betrekken”, vertelt Jan. “Het wordt allemaal heel duidelijk uitgelegd en je kunt langskomen om vragen te stellen.”
De mensen in de buurt keken eerder uit op het rustige buitengebied. Met de uitbreiding van het hoogspanningsstation verandert dat. “Logisch”, vindt Jan, “mensen hebben allemaal een heleboel apparaten. Dan moet je niet zeuren als je meer stroom nodig hebt.”
"Als een Nederlander niet zeurt of zeikt, is ‘ie dood.”
Omgevingsmanager Kenneth Triest is vanuit TenneT verantwoordelijk voor de uitbreiding. “We zijn blij dat er geen bezwaren zijn binnengekomen. Daardoor lopen we nu zelfs voor op schema. Dat is uitzonderlijk voor zo’n groot project.” Het station wordt twee keer zo groot en kan straks een half miljoen mensen extra van stroom voorzien.
TenneT laat via verschillende kanalen weten hoe de uitbreiding van het station verloopt. “We laten wekelijks weten wat we doen in de BouwApp”, vertelt Triest. “Ook hebben we tweewekelijks inloopmomenten, waar mensen vragen kunnen stellen. Tot slot hebben we vier keer per jaar zo’n bezoekersdag als vandaag. De mensen die langskomen zijn kritisch, maar ze snappen het wel.”
Er kwamen honderden omwonenden naar de bezoekersdag. Een deel daarvan zit na de rondleiding nog aan de koffie in de bouwkeet. Ze zijn het roerend met elkaar eens dat de uitbreiding allemaal niet zo erg is. Een vrouw aan tafel vindt dat de Tilburgers best wat positiever mogen zijn. “Daar zijn wij hier niet goed in. Als een Nederlander niet zeurt of zeikt, is ‘ie dood”, lacht ze.
Uitbreiding van het hoogspanningsstation
Het hoogspanningsstation moet uitgebreid worden, omdat er steeds meer stroom nodig is, bijvoorbeeld omdat er steeds meer elektrische auto’s bij komen. Bij zo’n station wordt stroom onder hoge spanning omgezet naar stroom die uiteindelijk door Tilburgers gebruikt kan worden.
Eerst wordt het nieuwe deel gebouwd. Dat deel neemt dan de taken van het oude deel over, waarna het bestaande station vernieuwd kan worden. Als de werkzaamheden in 2034 klaar zijn, kunnen zo’n 500.000 extra huishoudens van stroom worden voorzien.
Aan de rand van het hoogspanningsstation komt een landschapspark, waardoor het station voor een groot deel uit het zicht van de omwonenden komt te liggen. Dat is een van de manieren waarop TenneT, Enexis en Spie de buurt leefbaar willen houden.
