STUIFMAIL

Dit reptiel heeft een misleidende naam, en Frans Kapteijns weet waarom

Vandaag om 08:30 • Aangepast vandaag om 11:11

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan vogels aan de drank, een hagedis, een berkenboom die rode tranen huilt en een vogel die de heg in duikt. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Een levendbarende hagedis (foto: Janine Lenting).
Een levendbarende hagedis (foto: Janine Lenting).

Welke hagedis staat op de foto?
Janine Lenting heeft een hagedis op de foto gezet. Ze wil graag weten welke hagedis dit is. Op haar foto staat prachtig gefotografeerd de levendbarende hagedis, die lekker op een warm stukje van een stam zit. Hagedissen zijn namelijk reptielen, dat zijn koudbloedige dieren die de zonne-energie nodig hebben om op te warmen en actief te worden. Deze diertjes kunnen een lengte bereiken van achttien centimeter, maar dat is ook echt het maximum. Je kunt deze levendbarende hagedissen vooral tegenkomen in heidegebieden, maar ook in hoogveengebieden. Tevens zijn ze te vinden in open bossen en ruige graslanden, maar dat is al zeldzamer. Tot slot kun je ze ook af en toe waarnemen in spoorwegbermen en in een beperkt deel van de duinen. Er moet overigens wel altijd water in de buurt zijn, want levendbarende hagedissen zijn vochtminnende types. Je ziet ze in deze genoemde landschapstypen vaak op oevers en vochtige terreindelen.

Een levendbarende hagedis (foto: Saxifraga/Hans Dekker).
Een levendbarende hagedis (foto: Saxifraga/Hans Dekker).

Het woord levendbarend is overigens een beetje vreemd, want reptielen leggen eieren en baren de jongen niet levend zoals zoogdieren. Deze naam hebben ze echter gekregen omdat het líjkt alsof ze de jongen levend baren. Maar feitelijk liggen de eieren in een soort broedkamertje in het lichaam van het vrouwtje. De jonge hagedissen kruipen in het lichaam uit het ei en daarna meteen naar buiten.

Een grote bonte specht (foto: André van Drunen).
Een grote bonte specht (foto: André van Drunen).

Wat doet de specht op die plek in de boom en waarom komen andere vogels ook naar die plek?
Andre van Drunen stuurde mij een foto van een grote bonte specht die bezig was bij een berkenboom. Later zag hij ook andere vogels bij deze boom. Zijn vraag: wat deden die vogels daar? Volgens mij waren de vogels aan het drinken van het voedzame, suikerrijke sap van de berkenboom. Op de foto van Andre zie je een pimpelmees daar overduidelijk mee bezig. 

Andere vogels op de berk (foto: Andre van Drunen).
Andere vogels op de berk (foto: Andre van Drunen).

Dit genieten van het heerlijke berkensap vindt vooral in het vroege voorjaar plaats als de sapstroom weer op gang komt. Meestal maken spechten, zoals de grote bonte specht, gaten in de bast - die achter de schors zit - en gaat daaruit sap stromen. Dit noemen we het 'bloeden' van berkenbomen. Natuurlijk drinken de grote bonte spechten dit ook, maar mezen, kepen en andere vogels maken ook gretig gebruik van deze 'drinkgaatjes'. Dit heerlijke sap is essentieel voor de vogels omdat ze in het voorjaar op krachten moeten komen. Het berkensap levert hen suikers en voedingsstoffen. Vaak zie je ook andere dieren zoals Europese hoornaars, dagpauwogen en atalanta’s gebruik maken van de drinkgaatjes.

Een kleine watersalamander (foto: Marjon Sips).
Een kleine watersalamander (foto: Marjon Sips).

Welke salamander zat voor de voordeur?
Marjon Sips zag op een druilerige en natte 24 februari een kleine salamander bij de voordeur van haar huis. Ze vraagt zich af welke soort dit is en of die vaker in woonwijken voorkomen. De naam van het diertje is kleine watersalamander en ja die komen zeker vaker in woonwijken voor. Zeker als het een natte omgeving is. IK denk dat er eerder salamanders waren in die omgeving dan huizen en mensen. Aangezien 24 februari een natte dag was en redelijk warm (boven de 10 graden) kan het zijn dat dit diertje al begonnen was aan de paddentrek/amfibieëntrek. Amfibieën beginnen met hun voorjaarstrek zo vanaf februari. Die trek kan duren tot half april, maar tegenwoordig is het eerder half maart. Ze worden in die periode wakker uit hun winterslaap en trekken dan massaal naar de voortplantingspoelen. Vooral padden zie je dan in groten getale op weg gaan. Andere amfibieën zoals kikkers en watersalamanders vallen minder op, vandaar de vaak gebruikte naam paddentrek. Kleine watersalamanders worden in diverse gemeenten waargenomen, het liefst op vochtige grasveldjes. De kleine watersalamander heeft een grijs-, leem- tot olijfkleurige rug en dito flanken. De buik is geel tot oranje met donkere zwarte vlekken. Tussen de flanken en de buik loopt nog een lichte, wit tot zilverige band. De kleine watersalamander kan tot elf centimeter groot worden en is dus niet de kleinste salamander in Nederland, dat is de vinpootsalamander.

Een in het water levende kleine watersalamander (foto: Saxifraga/Kees Marijnissen).
Een in het water levende kleine watersalamander (foto: Saxifraga/Kees Marijnissen).
Mannetjes van de  kleine watersalamander ontwikkelen tijdens de voortplantingstijd een kam op de rug. In de landfase zijn zowel de mannetjes als de vrouwtjes eenvormig bruin. Overigens zie je op de foto van Marjon de kleine watersalamander in landvorm. Die is een beetje saai, maar in het water is het een schitterende verschijning.
Het bloeden van een berkenstam (foto: Elvira Rombouts).
Het bloeden van een berkenstam (foto: Elvira Rombouts).

Berk laat heldere rode 'tranen' zien, wat is er aan de hand?
Elvira Rombouts liep in de Oerse bossen langs een stam van een berk die volgens haar helder rode 'tranen' liet zien. Ze is benieuwd wat er aan de hand is met die berk? Deze berk heeft volgens mij een beschadiging opgelopen en laat nu het sapstroom naar buiten lopen. Zo’n bloedende berk kun je zeker in het vroege voorjaar (februari/maart) tegenkomen, want dan is de sapstroom weer op gang gekomen. Snoeiwerkzaamheden kunnen een oorzaak hiervan zijn. Maar ook vandalisme en een andere soort beschadiging kunnen zo'n wond veroorzaken. Per soort berk is het bloed verschillend van kleur. De ontsnapte sapstroom van een zwarte berk heeft een roodachtig tot roodbruine kleur, omdat deze berken onder meer een roodbruine, afbladderende schors hebben. Op de foto lijkt de kleur anders, dus kan deze boom niet de zwarte berk zijn. De kleur van het sap is uiteindelijk variabel, maar in principe is berkensap zo helder als water. Stoffen (pigmenten) uit de schors en op de schors kunnen het sap doen verkleuren. Mocht de sap helder rood zijn, dan kan het ook gaan om de aanwezigheid van specifieke roodkleurende schimmels of algen die in het sap groeien. Hoe erg is dit bloeden? Nou, op zich verzwakt zo’n boom dan, maar de berk gaat hier meestal niet direct dood aan. Beschadigingen zijn lastig te voorkomen, maar beschadigingen door snoeiwerk wel enigszins. Natuurlijk moet je oppassen met het beschadigen van berkenbomen tijdens het snoeiwerk, maar een ongeluk zit in een klein hoekje. Daarom is het beter om niet tijdens de opstart van de sapstroom in de lente te snoeien, maar het snoeiwerk te verplaatsen naar de late zomer of de herfst. 

Een Vlaamse gaai (foto: Sybren Antonides).
Een Vlaamse gaai (foto: Sybren Antonides).

Welke vogel dook in de heg om een noot te pakken?
Sybren Antonides zag op een zondag een vogel in zijn voortuin die opeens naar beneden dook om een noot, die in de heg gevallen was, eruit te halen. Sybren had deze vogel nog nooit eerder gezien en wil graag weten om welke vogel het gaat. De foto die hij stuurde, gaf weinig duidelijkheid over de vogel maar wat hij omschreef zei me meer. Hij zag namelijk een bruin kleed, een zwarte kop en een lange spitse snavel. Daarnaast zag ik zelf ook nog een witte kleur rond de snavel. Dit alles zorgt er voor dat ik hier de naam Vlaamse gaai op plak. Deze vogels hebben een prachtig kleurenrijk verenpak. Ik kijk zelf graag naar deze bonte verschijning als die in mijn tuin zit.

Een Vlaamse gaai (foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).
Een Vlaamse gaai (foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).
Tegenwoordig heet de vogel alleen gaai, maar ik blijf 'em toch Vlaamse gaai noemen. Het woord Vlaamse in de naam heeft de nodige cultuurhistorie en heeft vermoedelijk te maken met het mooi gekleurde verenkleed van de vogel. Dat doet wellicht denken aan de uitbundige kledingstijl van de rijke Vlamingen en Nederlanders in de veertiende eeuw. Een tweede verklaring zou kunnen zijn dat men de Franse naam gai flammant, de gaai met de vlammende kleuren, verbasterd heeft tot Vlaamse gaai. Vlaamse gaaien zijn standvogels dus kunnen we ze ook heel de winter in ons Brabantse land zien.

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.