Els heeft Alzheimer en loopt vaak weg, maar hier vinden ze dat niet erg
Mensen met dementie moeten ook een wandelingetje kunnen maken wanneer het hun uitkomt. Dat staat in de Wet zorg en dwang. In de praktijk blijkt dat echter lastig: zorginstellingen worstelen met deze vrijheden. Bij zorgboerderij Grootenhout doen ze het juist anders en werken ze al jaren met een zogeheten opendeurenbeleid.
"Hoi Els", roept Doris van Vuuren, grondlegger van zorgboerderijGrootenhout. Ze ziet de 79-jarige Els Schevers aan de overkant van het Wilhelminakanaal bij Lieshout lopen. Met haar zwartgroene reflecterende jas is ze goed zichtbaar tussen het groen. Ze loopt rustig rond, plukt wat gras en lijkt op haar gemak. Fysiek is Els nog sterk, maar de ziekte van Alzheimer zorgt ervoor dat haar hersenen steeds verder achteruitgaan.
Terwijl Doris naar links wijst, zegt ze tegen Els: "Loop maar die kant op. Dan kom ik je halen." Want Els heeft er al een flinke wandeltocht op zitten. De snelste wandelroute richting zorgboerderij Grootenhout, waar Els woont, is volgens Google Maps 3,7 kilometer. Daar doe je zeker drie kwartier over.
Grootenhout bestaat zeventien jaar en heeft verspreid over Mariahout en Aarle-Rixtel twaalf huizen waar in totaal meer dan honderd mensen met dementie wonen. De organisatie geeft bewoners de vrijheid om een ommetje te maken wanneer ze willen. Volgens de Wet zorg en dwang zijn zorginstellingen verplicht mensen vrij te laten bewegen. Alleen wanneer zij een gevaar vormen voor zichzelf of anderen, mogen die vrijheden worden ingeperkt.
"Wachtkamer van de dood."
Toch worstelen veel instellingen hiermee, blijkt uit een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Francien van de Ven is directeur bij Grootenhout en bezoekt regelmatig andere organisaties in het land. Ze vertelt hen waarom zij in Mariahout het opendeurenbeleid hanteren.
"De meeste zorginstellingen hebben twee of drie afdelingen waar mensen achter gesloten deuren wonen. Die mensen zitten in een soort wachtkamer van de dood.” Daarbij verwijst ze naar het gelijknamige boek dat gaat over het zorgsysteem. “Als ze zich opgesloten voelen, worden ze misschien boos en gefrustreerd. Ze zijn dan eerder geneigd te ontsnappen."
Van de Ven wil anderen uitnodigen om te laten zien hoe het ook kan zonder met de vinger naar andere zorginstellingen te wijzen.
Els woont nu anderhalf jaar in Mariahout. Ze werkt vaak mee in de tuin en doet mee aan creatieve activiteiten. Volgens haar dochter Miriam Maas gaat haar moeder regelmatig 'aan de tippel'. Ook dinsdagmiddag is de 79-jarige aan de wandel. Zorgmedewerkers kunnen via een tag in een app precies zien waar Els loopt. In dit geval is dat langs het Wilhelminakanaal. Soms komt de politie er ook bij kijken, of bellen buren van de zorgboerderij omdat ze iemand hebben gevonden.
Deze keer stappen Doris van Vuuren, grondlegger van Grootenhout, en Miriam samen in de auto. "We gaan eens kijken waar ze is." Met de telefoon en de app bij de hand rijden ze richting het water. Volgens Doris komt het gemiddeld drie keer per week voor dat ze bewoners actief ophalen. "Dit hoort ook bij het opendeurenbeleid. Ik vind het nooit erg om te doen. We hebben genoeg personeel. Er is altijd iemand vrij die kan instappen", legt ze uit.
"Iemand met de ziekte van Alzheimer of dementie blijft gewoon mens."
Voor Miriam en haar zus weegt de vrijheid van leven zwaarder dan veiligheid. "Wij merken dat het gevoelsleven van onze moeder nog heel erg aanwezig is. Dat geeft vreemd genoeg ook een stukje geluk. Wat is het alternatief? Je zit opgesloten op een gesloten afdeling en je vrijheden worden afgenomen. Dat is niet aantrekkelijk. Iemand met de ziekte van Alzheimer of dementie blijft gewoon mens."
Nadat Doris en Miriam met de auto het kanaal zijn overgestoken, komen ze aan bij de locatie waar Els ook naartoe loopt. Alleen doet zich daar een probleem voor. Het is een bouwplaats waar gasleidingen worden gelegd. De plek is afgesloten met hekken. Gelukkig is er nog één iemand aanwezig. De bouwvakker is net klaar met werken, maar loopt samen met Doris mee. Miriam wacht in de auto.
"Het is een tehuis, maar ook haar huis geworden."
Als de man het hek heeft opengemaakt, slaat Doris een arm om Els heen. "Dat is een lieve meneer, hè. In de auto heb ik een verrassing voor je." Daar is Els erg nieuwsgierig naar. Hand in hand vertrekken de twee richting de wagen waar Miriam zit. Als ze haar dochter ziet, ontstaat er een glimlach op haar gezicht en geven ze elkaar drie kussen.
Onderweg terug bedankt Els Doris wel vijf keer. Ook vertelt ze in geuren en kleuren over haar jeugd en dat ze is opgegroeid bij de nonnen, die ze nog altijd heel dankbaar is. Terug in Mariahout kan Els meteen aanschuiven voor het avondeten. "Het is een tehuis, maar ook haar huis geworden", vertelt Miriam, die daarna afscheid neemt van haar moeder. De vissticks zijn namelijk net klaar.
