STUIFMAIL

Een pad op een pad of op een kikker? Ook Frans moest even goed kijken

Vandaag om 08:29 • Aangepast vandaag om 09:50

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een plukje haar, een muggensoort en een kolonie zwartbruine wegmieren! Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd. 

Twee bruine kikkers in paringshouding (foto: Trudy van Meel).
Twee bruine kikkers in paringshouding (foto: Trudy van Meel).

Wat voor stelletje zat op de stoep midden in een woonwijk?
Trudy van Meel kwam vorige week, midden in een woonwijk, een stelletje kikkers tegen. Ze dacht aan padden. Maar het mannetje van dit stel week af van de ander, dus vraagt ze zich af of padden verschillende kleuren kunnen hebben. Het antwoord op die vraag is volmondig ja, de kleuren bij de padden variëren sterk. Dit is vaak afhankelijk van hun leefomgeving. De gewone pad is meestal bruin, grijsbruin, olijfkleurig of roodbruin. Soms met vlekpatronen. Daarnaast hebben padden wratten op de rug, die meer op natuurlijke bultjes lijken dan op echte (menselijke) wratten. 

Een gewone pad (foto: Saxifraga/Jan Nijendijk).
Een gewone pad (foto: Saxifraga/Jan Nijendijk).

Bij het zien van Trudy's foto keek ik ook erg op van het mannetje. Ik dacht eerst dat er een pad op een vrouwtje van de bruine kikker zat. Het grappige stel veroorzaakte wat vraagtekens in mijn hoofd. Uiteindelijk denk ik toch dat het stelletje op de foto twee bruine kikkers zijn. Voor alle zekerheid heb ik de foto laten zien aan een goede vriendin van me en zij beaamde het verhaal. Vooral de stompe snuit valt op.

 

Een bruine kikker (foto: Saxifraga/Kees Marijnissen).
Een bruine kikker (foto: Saxifraga/Kees Marijnissen).
Het is bekend dat bruine kikkers variabele kleuren kunnen hebben: van bruin, roodbruin, geelbruin tot groenbruin of grijsbruin. Ook kunnen ze wratachtige bultjes hebben. Dit laatste - en de enorme kleurvariatie - zie je vooral tijdens de paartijd. In het algemeen hebben mannelijke bruine kikkers gewoon een gladde, licht wratachtige huid. Die is beduidend minder ruw dan bij padden. Bruine kikkers kennen sowieso veel kleurvarianten. Tijdens de paartijd kan er zelfs een blauwachtige waas over hangen. Daarnaast hebben bruine kikkermannetjes tijdens de paartijd stugge, eeltachtige paarborstels aan hun duimen. Dit om het vrouwtje beter vast te kunnen houden (zie de openingsfoto van Trudy) tijdens de paring. Ook dit kan er wratachtig uitzien.
Een lagere schimmel (foto: John de Koning).
Een lagere schimmel (foto: John de Koning).

Wat groeit hier, het lijkt wel een pluk haar!
John de Koning zag een 'plukje haar' in de natuur en vroeg zich af wat dit is. Wat John tegenkwam, was een lagere schimmel die bekend staat om het opruimen van hogere schimmels zoals diverse soorten paddenstoelen en zwammen. Feitelijk zijn de paddenstoelen en zwammen vruchtlichamen, die - als ze niet opgegeten worden door de dierenwereld - geen functie meer hebben en sterven. Dit proces uit zich in het verleppen van die vruchtlichamen. Soms worden dit zelfs een soort papjes. Ideaal voor de lagere schimmels, die deze papjes weer opruimen en teruggeven als voedsel aan wat in de bodem leeft. Dus de opruimers van het eerste uur worden ook weer opgeruimd. Je kunt lagere schimmels herkennen aan de harige (zoals op de foto van John), pluizige of poederachtige verschijningen. Dit in tegenstelling tot de stevigere structuren (zoals paddenstoelen en zwammen) van de hogere schimmels. Lagere schimmels leven in diverse ecosystemen. Als daar hondendrollen worden achtergelaten, ruimen ze die uiteindelijk ook op. Helaas met gif, want dat is tegenwoordig volop aanwezig in hondendrollen. Lagere schimmels kennen, net zoals hogere schimmels, een behoorlijke diversiteit. Ze hebben ten opzichte van hogere schimmels dan wel weer een minder vertakt mycelium (zwamvlok). Een mooi voorbeeld van een lagere schimmel is de broodschimmel, ook wel mucorales genoemd. Wil je meer weten over hogere en lagere schimmels, klik dan op deze link.

Een soort venstermug (foto: Henk Martens).
Een soort venstermug (foto: Henk Martens).

Muggensoort
Henk Martens stuurde mij een foto van een muggensoort. Hij vraagt zich af of dit misschien een tijgermug is. Bij het bekijken van zijn foto zag ik meteen dat dit geen tijgermug is. het is ook geen gewone steekmug. Volgens mij heeft hij een foto gemaakt van een venstermuggensoort. Henk kan het diertje gerust laten zitten of laten rondvliegen, want venstermuggen behoren tot de niet stekende muggen. Ze zijn nauw verwant aan dansmuggen. Ze danken hun naam aan het feit dat ze op licht afkomen en zich dus vaak aan de buitenkant van ramen bevinden. Je kunt volwassen venstermuggen trouwens heel het jaar tegenkomen, maar je ziet ze vooral in het voorjaar. Volwassen venstermuggen komen maar in twee kleursoorten voor: grijzig zwart of rood. De larven van de venstermuggen leven vooral in plantaardig afval, wat tevens het voedsel is voor deze diertjes. 
 Venstermuggen zijn doorgaans zes tot twaalf millimeter lang en verschillend qua afmeting ten opzichte van de ewone steekmug en de tijgermug.

Sylvicola punctatus, een venstermuggensoort (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).
Sylvicola punctatus, een venstermuggensoort (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).

Tijgermuggen zijn doorgaans slechts vier tot vijf millimeter groot.

Een Aziatische tijgermug (foto: KAD.nl).
Een Aziatische tijgermug (foto: KAD.nl).

Gewone steekmuggen zijn doorgaans vijf tot zes millimeter groot.

Vermoedelijk dode zwartbruine wegmieren (foto: Niek Creemers).
Vermoedelijk dode zwartbruine wegmieren (foto: Niek Creemers).

Wat zie we op deze foto?
Niek Creemers stuurde mij een foto met de vraag wat ze ziet op die foto. Volgens mij zie ik veel dode zwartbruine wegmieren, ook wel gewone wegmieren genoemd. Dit betekent dat er in de directe omgeving een nest zit of heeft gezeten. De reden dat deze dieren dood zijn gegaan, kan heel divers zijn. Het kan zijn dat de mieren in contact zijn gekomen met een lokdoosje (kan ook ergens in de buurt zijn) met gif. Als mieren sterven, laten ze een geurspoor achter dat andere mieren kan aantrekken. Als het gif dan nog actief is, doodt dit ook die dieren. Het kan echter ook zijn dat ze van uitputting om het leven zijn gekomen. Een andere optie is voedseltekort. Mieren, dus ook zwartbruine wegmieren, zijn vooral actief in het voorjaar en de zomer. Ze gaan dan op zoek naar voedselbronnen. Die kunnen zich ook in huizen bevinden. De zwartbruine wegmier is in ons land de meest voorkomende mierensoort. Het meest is deze te vinden in tuinen en rond en in gebouwen. Ze leven in grote kolonies. De grote nesten bevinden zich vaak in de bodem, meestal onder tegels of stenen, maar ook in spleten en gaten van muren. Zo’n groot nest noemen we een kolonie. In zo’n kolonie kunnen vierduizend tot zevenduizend mieren actief zijn. Maar er zijn ook kolonies gevonden van veertigduizend mieren! Net als bij bijen kennen mierenkolonies een taakverdeling. In de kolonies zijn er koninginnen en op bepaalde tijden mannetjes aanwezig, die voor de voortplanting zorgen. De grootste groep mieren bestaat uit werksters. Die zorgen voor het verzamelen van voedsel, het verzorgen van het broed, het onderhoud van het nest en - in enkele gevallen - de verdediging van het nest. Wil je nog meer weten over de bijzondere samenleving van mieren - en hoe je ze op een vriendelijke manier uit je huis kunt houden - kijk dan eens op deze link

Zwartbruine wegmieren met een luizenkolonie (foto: Saxifraga/Frits Bink).
Zwartbruine wegmieren met een luizenkolonie (foto: Saxifraga/Frits Bink).
Een zeldzame vermiljoenkever (foto: Bas van Sambeek).
Een zeldzame vermiljoenkever (foto: Bas van Sambeek).

Rubriek mooie foto’s
In de rubriek mooie foto's dit keer een foto die gemaakt is door Bas van Sambeek. Hij legde een zeer zeldzame soort, de vermiljoenkever, vast. Dit stond al jaren hoog op het verlanglijstje van Bas. Hij ging hiervoor speciaal de grens over, want in België is deze prachtige kever wat algemener aanwezig. Hij had geluk, want hij zag er daar zelfs twee! 

Een roodborsttapuit (foto: IVN Uden).
Een roodborsttapuit (foto: IVN Uden).

Natuurtip
Maandag 6 april, tweede paasdag, kun je vanaf negen uur 's ochtends deelnemen aan een natuurwandeling door de Maashorst.

Zo aan het begin van het broedseizoen zijn de vogels nog volop bezig hun territorium af te bakenen. Mannetjes laten luid zingend aan andere mannetjes weten dat dit plekje op de Maashorst al door hen bezet is. Met die zang en hun baltsvluchten proberen ze ook zoveel mogelijk indruk op de vrouwtjes te maken. Soorten zoals de geelgors, de boomleeuwerik en roodborsttapuit zullen we dan ook ongetwijfeld tijdens deze wandeling tegenkomen. Verschillende soorten zomervogels zullen nog maar net terug zijn uit hun overwinteringsgebied in Afrika. De tjiftjaf is zo’n soort. Die is al volop te horen en te zien. Zou het de deelnemers lukken al een fitis of de eerste boerenzwaluw te spotten? Andere soorten trekken via Nederland naar het noorden en zijn maar kort op de Maashorst te zien, zoals de beflijster.

Meer informatie:
•    Deelname aan deze voorjaarswandeling - en de entree van het natuurcentrum De Maashorst - is gratis. 
•    Vertrekpunt is het grote parkeerterrein van het natuurcentrum aan de Maashorstweg.
•    Deze excursie is gericht op volwassenen. Oudere kinderen zijn onder begeleiding van een volwassene ook welkom. 
•    Voor meer informatie kun je telefonisch contact opnemen met Jan-Willem Hermans, via telefoonnummer: 0413-269804. Of kijk op www.vogelwachtuden.nl.
•    Denk eraan je verrekijker mee te nemen.
•    Laarzen of stevige schoenen zijn in dit seizoen aan te bevelen.
•    Draag kleren die passen bij het weer.
•    Controleer jezelf achteraf altijd op teken.

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.