Zie je dit roofdiertje in je huis? Dan moet je juist blij zijn, meent Frans
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een prehistorisch insect in een slaapkamer, een kever, een broedende koolmees en geeft hij antwoord op de vraag wat er groeit op de wortelstobbe. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.
Een prehistorisch insect in een slaapkamer in Frankrijk
Bernadette Roestenburg was op vakantie in Frankrijk waar ze op een avond een prehistorisch uitziend diertje aantrof. Ze stuurde mij een foto. Het is geen insect maar een diertje dat thuishoort bij de geleedpotigen. Specifiek de familie van de duizendpoten. De naam van dit prachtige wezen is spinduizendpoot. Ook deze duizendpoot heeft geen duizend poten, maar vijftien paar, net zoals de gewone duizendpoten. Het maximale aantal poten dat een duizendpootsoort kan hebben, is honderd paar poten. Tweehonderd poten in totaal, dus. Spinduizendpoten kwamen oorspronkelijk voor rond de Middellandse Zee, maar ze zijn steeds vaker in Nederland te vinden. Vooral binnenshuis. Dit kleine roofdiertje geeft vaak de voorkeur aan slaapkamers en badkamers. Bij ontdekking kunnen ze zich met die vele poten erg snel uit de voeten maken. In hun oorspronkelijke leefomgeving kom je ze ook tegen op vochtige plekken onder en tussen bladafval of stapels brandhout. Het zijn trouwens heel nuttige diertjes in badkamers en slaapkamers. Hun prooien zijn namelijk zilvervisjes, spinnen, muggen en vliegen. Ze doden hun prooien met een giftige beet, die voor een mens, als die ooit (in een zeldzaam geval) gebeten wordt, niet gevaarlijk is. Heel vreemd, maar zo’n spinduizendpoot wordt in ons land weleens verward met een eikenprocessierups. Dat is raar. Ten eerste is zo’n spinduizendpoot altijd alleen en nooit in een processie te vinden en leven eikenprocessierupsen in eiken. Eiekenprocessierupsen kunnen ook niet overleven in slaap- en badkamers, want die hebben eikenbladeren nodig. Daarnaast is de spinduizendpoot een heel snel diertje. Eikenprocessierupsen zijn heel trage rupsen, die tot de insecten behoren. Mocht je ze toch liever niet in huis hebben, dan is het ventileren van slaap- en badkamers de beste manier om ze te weren, aangezien ze van vocht houden en niet van tocht.
Is dit een junikever, kan dat zo vroeg in het seizoen?
Bert Markgraaff heeft een huisje met een tuin in Noord-Frankrijk. Daar trof hij een diertje aan waarvan hij dacht dat het een junikever is. Zijn vraag is: kan dit zo vroeg in het seizoen? Mijn antwoord hierop is: volgens mij niet. Dan de andere vraag, is dit wel een junikever? Volgens mij hebben we hier te maken met een andere roodbruine kever uit de familie van de bladsprietkevers: de rhizotrogus aestivus. Deze bladsprietkeversoort heeft geen echte Nederlandse naam, maar je komt wel vaak de naam zuidelijke bladsprietkever tegen. Ik plaats hieronder een foto van een junikever. Dan zie je in vergelijking met de foto van Bert toch wel wat verschil.
De junikever is roodgeel van kleur. De zuidelijke bladsprietkever heeft een vrij lichtgele kleur voor en heeft vaak een oranjerood streepje van voor naar achter over het halsschild lopen. De junikever heeft een rossig halsschild en géén puntige achterkant. Bij beide bladsprietkeversoorten is er weinig verschil te zien qua lengte, ze zijn bijna even groot. De junikever heeft een lengte tussen de veertien tot achttien millimeter en de zuidelijke bladsprietkever tussen de veertien en twintig millimeter. Kortom, de zuidelijke bladsprietkever kan ietsje groter worden. Maar het allerbelangrijkste verschil tussen de junikever en de zuidelijke bladsprietkever (rhizotrogus aestivus) zit in de vliegtijd, het volwassen zijn. De junikever vliegt in juni/juli, terwijl de zuidelijke bladsprietkever al in april/mei vliegt. Onze junikevers komen nauwelijks voor in de noordelijke provincies, maar zijn vrij algemeen te vinden in het midden en oosten van Nederland. De zuidelijke bladsprietkever komt enkel in Zuid-Limburg voor, maar de laatste jaren wordt deze mooie keversoort steeds vaker ook gezien in andere delen van ons land.
Wat zit er op deze wortelboomstronk?
Piet van Wegen trof tijdens een wandeling een bijzondere begroeiing aan op een wortelstobbe. Die had hij nog nooit gezien. Op de door Piet gestuurde foto zie je een aantal groene bekertjes op groene steeltjes, dus hebben we hier te maken met korstmossen. De naam van deze korstmos is bekermos of cladonia. Het woordje mos in deze naam is verwarrend, want bekermos is geen mos. Het is zelfs geen familie van mos. Mossen zijn kruidachtige, meestal groene landplanten die vaak stengels en bladeren hebben. Korstmos bestaat in feite uit twee organismen: een schimmel en een alg. Dit kan ook een blauwwier zijn. Er zijn soorten die met de drie genoemde soorten een korstmos vormen. We noemen dit een symbiose. In totaal kennen we over heel de wereld zo’n 350 soorten korstmossen waarvan er zo'n vijftig voorkomen in Nederland. Bekermossen zijn dus korstmossen en makkelijk herkenbaar aan hun vorm. Bekertjes, niet om uit te drinken maar om de vruchtlichamen van het korstmos te dragen.
Waarom zoveel dennenappels op een plek?
Henri Schol begint zijn vraag met mij Noeste medewerker te noemen. Dat compliment ontvang ik graag! Hij vraagt zich af waarom er zoveel dennenappels liggen onder een dennenboom en op andere plekken nauwelijks. De bomen die op de foto staan, zijn geen grove dennen, maar weymouthdennen. Deze boomsoort kwam oorspronkelijk voor in Noord-Amerika, maar is hier naartoe gehaald vanwege de houtproductie. De weymouthden levert mooi bleekbruin hout, maar vooral licht hout. Ideaal bij het maken van deuren en kozijnen of kisten en meubels. De naam heeft deze boom te danken aan de Britse ontdekkingsreiziger George Weymouth, die leefde tussen ongeveer 1585 tot ongeveer 1612.
De dennenappels van deze boom zijn opvallend groot en kunnen zelfs behoorlijk lang worden. Dat er zoveel liggen, kan te maken hebben met een goed mastjaar. Dit betekent dat dennenbomen, maar ook andere boomsoorten zoals eiken, onregelmatig veel meer zaden produceren dan normaal. Dit kan te maken hebben met het feit dat er teveel zaadeters, zoals eekhoorns en vogels, zijn. Dan gaat de boom veel meer produceren dan die zaadeters op kunnen. Dit meer produceren kan ook te maken hebben met insectenplagen of slechte weersomstandigheden. In al deze drie gevallen wordt er veel meer geproduceerd, zodat er meer nakomelingen komen. Dit heeft dan weer te maken met het in stand houden van de soort. Alle weymouthdennen kunnen een mastjaar hebben, maar het kan ook gebeuren per individuele soort. Volgens mij is dit hier aan de hand.
Op 15 maart een broedende koolmees gespot, kan dat?
Elly Maas wilde een vogelkastje schoonmaken, omdat ze er allemaal poep op zag liggen, dus haalde ze het kastje van de muur. Tot haar verbazing zag ze in dat kastje al een broedende koolmees. Ze heeft het kastje daarop teruggehangen. Een tijdje later zag ze de koolmees wegvliegen, maar ook weer terugkomen. Ze was verrast; een broedende koolmees al op 15 maart. De afgelopen jaren zijn koolmezen inderdaad steeds vroeger aan het broedseizoen begonnen. Vooral in tuinen, maar ook in sommige bossen, is geconstateerd dat eind januari en begin februari 2026 al koolmezen druk in de weer waren wat betreft de start van het broedseizoen. Vrouwtjes van de koolmees bouwden in die periode de nesten van mos, wortels, halmen en wol. Ze verzamelen die materialen dan met hun snavels en brengen dat materiaal naar de nestkastjes. Als de nestjes eenmaal volledig zijn, gaan ze er meteen eitjes in leggen en start het broeden. Dit kan dan inderdaad al gemakkelijk op 15 maart zijn. Vrouwtjes van de koolmees broeden alleen, maar de mannetjes zijn ook actief. Zij voeden de broedende vrouwtjes. Dit kan wel zestien dagen aan een stuk zijn. Later, als de jonge koolmezen zijn uitgekomen, blijven de mannetjes voer aansjouwen. Dan vooral voor de jonkies. Ondanks dat op sommige plekken het eieren leggen bij koolmezen vroeger begint, blijft de piek van het leggen van eieren toch nog steeds liggen tussen begin april en half mei.

