Keihard trappen voor lampen van plastic ziekenhuisafval: 'Ik kan niet meer'
“Poeh, ik voel m’n benen niet meer”, zegt een van de leerlingen van Parcours dinsdag in het atelier Van Pet naar Pret. Op een omgebouwde hometrainer zijn ze daar bezig om al fietsend plastic ziekenhuisafval fijn te malen. Initiatiefnemer Rolph Adriaansen maakt daar vervolgens lampen van, bijvoorbeeld voor de kroonluchter in de LocHal in Tilburg. En hoewel de leerlingen eerst nog even moeten loskomen, wordt er uiteindelijk enthousiast en vooral heel hard getrapt.
Wat als afval veel meer zou zijn dan alleen afval? Dat vroeg Rolph Adriaansen zich zo’n tien jaar geleden af. Hij startte met Van Pet naar Pret, een initiatief om mensen mee te geven dat afval soms ook heel goed als grondstof kan dienen voor iets nieuws. “We vinden het tof als mensen meedoen in dat proces”, legt de initiatiefnemer uit.
Dit keer was het de beurt aan leerlingen van de Tilburgse school Parcours. Hoewel sommigen de kat liever eerst nog even uit de boom kijken, neemt het enthousiasme vervolgens iedere minuut toe. Ook Djenna trapt er flink op los. “Ik ben er helemaal kapot van”, lacht ze als ze nog even uit zit te puffen op de fiets. “Ik vind het wel mooi om te zien hoe het werkt. Ik heb geleerd dat je afval niet per se hoeft weg te gooien, maar dat je er ook iets leuks mee kunt maken.”
“Ik probeer zelf ook altijd papier van plastic te scheiden.”
Ook Sjangie heeft de smaak inmiddels goed te pakken. Hij zit flink door te trappen op de fiets, terwijl zijn klasgenoten stukjes plastic in de fietsconstructie stoppen. “Ik vind het wel leuk en heb geleerd dat je afval heel goed kunt recyclen om er iets anders van te maken.”
“Het was leuk en zwaar”, zegt klasgenoot Xanthe. “Ik vind het goed dat dit plastic hergebruikt wordt, want dat is goed voor het milieu. Ik probeer zelf ook altijd plastic en papier te scheiden.” Ook Ritchy heeft opgelet tijdens de uitleg van Rolph. “Je moet geen plastic op straat gooien, het is beter om te recyclen.”
“We hebben zelfs eens een lamp gemaakt van de plastic shotjes van Schrobbelèr.”
Als ze gevraagd wordt of ze nog even gaan fietsen om plastic fijn te maken, reageren de twee klasgenootjes heel verschillend. “Ja, zeker”, zegt Xanthe, terwijl Ritchy met een grote grijns op z’n gezicht zegt: “Nee, ik kan niet meer.” Niet veel later zit hij weer op de fiets om tóch nog even wat plastic fijn te maken.
Leerlingen van Parcours
Op de Tilburgse school Parcours zitten leerlingen tussen de twaalf en achttien jaar oud. Ze hebben allemaal wat meer begeleiding nodig op het gebied van gedrag en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Een dagje langs op locatie is dan ook heel waardevol, stelt stagecoördinator Bob Pennings: “Dit zijn allemaal leerlingen uit de eerste en tweede klas. We willen ze klaarstomen voor hun plek in de maatschappij en een stukje bewustwording creëren. Hier leren ze veel meer dan van een filmpje in de klas. Ze worden er ook helemaal enthousiast van. Dat is mooi om te zien.”
Het initiatief van Rolph ontstond ooit uit de irritatie over alle plastic flesjes op straat. Daarna werden er allerlei andere afvalsoorten gebruikt, zoals shampooflesjes en de kokers van tennisballen. “We hebben zelfs wel eens een lamp gemaakt van de plastic shotjes van Schrobbelèr”, vertelt hij.
Inmiddels wordt er samengewerkt met het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ). "Dit was de verpakking voor een nietmachine voor operaties", vertelt Rolph terwijl hij twee grote stukken plastic tevoorschijn tovert. “Dit maken we klein tot snippertjes van drie millimeter. Die gaan in een mal in de oven en die wordt dan rondgedraaid. Dan wordt het een soort bol, die is glad aan de buitenkant en ruw aan de binnenkant. Daardoor is iedere lamp uniek.”
Die lampen hangen bijvoorbeeld al in de kroonluchter in de LocHal in Tilburg, maar ook tijdens GLOW in Eindhoven hing er een project van Van Pet naar Pret. Nu is de initiatiefnemer zelfs in gesprek met het ETZ of daar ook lampen van plastic afval kunnen komen te hangen. Daarmee vraagt hij aandacht voor het hergebruiken van afval. “Ik hoop dat ze inzien dat iets wat ze normaal weg zouden gooien ook een grondstof kan zijn.”
