STUIFMAIL

Ad zag dit bijzondere diertje, Frans legt uit waarom dat uniek is

Vandaag om 08:30 • Aangepast vandaag om 09:56

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een dagactieve nachtvlinder die graag in de buurt van dood hout vliegt, een spin die op een komkommer lijkt, een hagedis die normaal niet in Brabant voorkomt en een vreemd, raar uitziend insect dat krekelachtige geluiden maakt. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.

De Stuifmailvraag
Hoeveel soorten inlandse eikenbomen kennen we?  Zijn dat er:

  • 3
  • 13
  • 23

Reacties graag naar [email protected].

De winnaar krijgt de eer en een kwartetspel met veel informatie over nationale parken, geschonken door het Van Gogh Nationaal Park. Komende zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord!

Een veenmol (foto: Ad Kieboom).
Een veenmol (foto: Ad Kieboom).

Welk dier is dit?
Ad Kieboom kwam op straat een vreemd insect tegen. Dat is ook een vreemde plek, want dit dier leeft normaal gesproken niet op straat en kan daar ook niet overleven. Het gaat hier om een veenmol. 

Dit insect heeft bijzondere eigenschappen en is een soort kruising tussen een krekel en een mol. De veenmol heeft grote, krachtige voorpoten die sterk lijken op die van een mol. Deze poten zijn speciaal ontwikkeld om te graven en maken het insect razendsnel ondergronds.

De mannetjes maken in mei en juni zachte, snorrende geluiden om vrouwtjes te lokken. Die krekelachtige geluiden worden vaak omschreven als tropisch en klinken extra hard doordat ze worden gemaakt bij de ingang van hun ondergrondse gangetjes. Veenmollen behoren tot de familie van de krekels en sprinkhanen.

Een veenmol heeft echte graafpoten (foto: Saxifraga/Frank Dorsman).
Een veenmol heeft echte graafpoten (foto: Saxifraga/Frank Dorsman).

Het bijzondere is dat je veenmollen bijna nooit ziet, omdat ze grotendeels ondergronds leven. De dieren hebben grote, krachtige voorpoten met opvallende klauwen. Opvallend is ook dat deze grote insecten kunnen vliegen: mannetjes worden maximaal 45 millimeter lang en vrouwtjes zelfs tot zeventig millimeter.

De vleugels zitten op het midden van de rug. Bovendien zijn veenmollen ook uitstekende zwemmers.

Een esperiamot (foto: Rinus Notenboom).
Een esperiamot (foto: Rinus Notenboom).

Welk insect zit op de schuurdeur?
Rinus Notenboom kwam een insect tegen op de schuurdeur en wilde graag weten wat hij had gezien. Op de foto zie je een klein, langgerekt insect met twee grote voelsprieten. Wanneer je zo’n dier ziet, kan het behoren tot de tweevleugeligen of tot de viervleugeligen. 

In dit geval gaat het om een insect uit die laatste groep, want het is een nachtvlinder. De naam van deze nachtvlinder is de esperiamot. Als je de foto vergroot, zie je dat de vleugels niet glad zijn, maar bestaan uit schubjes. Dat is een kenmerk van alle vlinders.

Daarom is de wetenschappelijke naam van vlinders Lepidoptera. In het Grieks betekent dit 'schubvleugeligen'. De vleugels van vlinders lijken uit één stuk te bestaan, maar dat is niet zo (zie de foto hieronder): ze zijn bedekt met ontelbare microscopisch kleine schubben.

Deze schubjes liggen als dakpannen over elkaar en zorgen voor de kleur, tekening, bescherming en isolatie van de vleugels.

Een esperiamot van dichtbij (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).
Een esperiamot van dichtbij (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).

Terug naar de esperiamot. Deze vlinder - volgens mij is het een vrouwtje - is een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de sikkelmotten. De volwassen vlinders beginnen ergens in mei te vliegen en dat loopt door tot juni. Het zijn traag vliegende vlindertjes, die vooral te vinden zijn in de buurt van rottend hout en struiken.

Na de paring komen uit de eitjes rupsen die leven van dood hout van diverse soorten loofbomen en daar ook overwinteren. Esperiamotten werden in Nederland voor het eerst aangetroffen in 1971, in appelhout in het dorp Melissant op Goeree-Overflakkee. Tegenwoordig kun je deze vlindersoort ook zeker tegenkomen in onze provincie.

Een komkommerspin (foto: Steven Verloo).
Een komkommerspin (foto: Steven Verloo).

Welk spinnetje is dit?
Steven Verloo stuurde mij een foto van een diertje dat hij had gefotografeerd in een achtertuin in Oisterwijk. Op de foto is duidelijk een spinachtige te zien. Dit kleine, gifgroene spinnetje heet de komkommerspin. Deze spinnensoort komt vrij veel voor in ons land, vooral op zandgronden.

In ons Brabantse land kun je ze dus regelmatig tegenkomen. Komkommerspinnen behoren tot de familie van de wielwebspinnen, net zoals kruisspinnen. Vrouwtjes kunnen maximaal zes millimeter groot worden, mannetjes vier millimeter.

Komkommerspinnen leven vooral in de vrije natuur, maar soms tref je ze ook in tuinen aan. Van de lente tot in de zomer zijn ze actief. In die periode hangen ze hun kleine, wielvormige webjes horizontaal tot ongeveer drie meter hoog, meestal in bomen en struiken.

De webben hebben een doorsnede van zo’n tien centimeter. In die webben zitten de groengekleurde komkommerspinnen te wachten op hun prooi. Door hun kleur vallen ze nauwelijks op tussen de groene bladeren. Dat maakt dit spinnetje perfect gecamoufleerd.

Een muurhagedis (foto: Gerry Vorstenbosch).
Een muurhagedis (foto: Gerry Vorstenbosch).

Wat voor hagedis is dit? Zat op een muur in een tuin in Eerde, Veghel
Gerry Vorstenbosch zag voor het eerst een hagedis in haar tuin en wil graag weten wat voor soort het is. Op de foto die ik ontving, zag ik meteen dat het niet ging om de levendbarende hagedis die in onze provincie voorkomt (zie de foto hieronder). Naar mijn idee moet het om een muurhagedis gaan.

Een levendbarende hagedis (foto: Saxifraga/Hans Dekker).
Een levendbarende hagedis (foto: Saxifraga/Hans Dekker).

Muurhagedissen komen officieel alleen voor in Zuid-Limburg, en dan met name in Maastricht en omgeving. Dat komt doordat muurhagedissen warmteminnende dieren zijn die een sterke voorkeur hebben voor stenen muren, rotsen en spoorwegtaluds. Op zulke plekken kunnen ze zonnen en schuilen in spleten en gaten. 

Daarom heb ik meteen een bericht gestuurd naar Gerry om te vragen waar zij woont. Haar antwoord was: Eerde, bij Veghel. In principe zou daar geen muurhagedis moeten voorkomen. Dat maakte mij nieuwsgierig en ik ben verder gaan zoeken.

Op internet kwam ik vervolgens een bericht tegen dat in de omgeving van Veghel, en specifiek bij de oude kerktuinmuur van het knekelhuis in Dinther bij Veghel, zeldzame muurhagedissen zijn waargenomen. Mogelijk is de muurhagedis die Gerry zag vanuit die locatie in haar tuin terechtgekomen. 

Vermoedelijk gaat het hier om een muurhagedis die op verschillende plaatsen in ons land is uitgezet. Helaas zien we dit soort faunavervalsing steeds vaker, bijvoorbeeld ook bij schildpadden. Mensen die dit doen, hebben vaak geen idee welke schade zij hiermee toebrengen aan de Nederlandse natuur.

Een geel beertje (foto: Hannie Schoenmakers).
Een geel beertje (foto: Hannie Schoenmakers).

Supermooi beestje gezien, wat is het?
Hannie Schoenmakers zag een supermooi beestje op een wand. Ze dacht dat het een soort motje was. In één ding heeft Hannie helemaal gelijk: het is inderdaad een prachtig beestje uit de mooie familie van de nachtvlinders. 

De soort heet het geel beertje. Dit exemplaar is waarschijnlijk net uit het popstadium gekropen. Daardoor zitten de vleugels nog wat slordig en niet volledig uitgevouwen.

Het geel beertje behoort tot de nachtvlinderfamilie van de spinneruilen, en dan specifiek tot de onderfamilie van de beervlinders. Deze onderfamilie herbergt veel fraaie soorten, zoals de grote beer, de kleine beer, maar ook de Sint-Jakobsvlinder en de Spaanse vlag.

Een Spaanse vlag (foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).
Een Spaanse vlag (foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).

Het geel beertje komt in ons land voor van eind april tot en met juni en heeft een spanwijdte van tussen de 27 en 30 millimeter. De rupsen van het geel beertje leven van korstmossen op bomen en zijn vooral te zien tussen juni en september. 

Het bijzondere van het geel beertje is dat deze nachtvlinder als pop overwintert. Dat doet hij als cocon tussen korstmossen, die tegelijk dienen als voedselbron voor de rupsen. Het gaat hierbij overigens om korstmossen die op de bodem groeien.

Een geel beertje in vol ornaat (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).
Een geel beertje in vol ornaat (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.