Tonny meende een wesp te zien, Frans snapt deze vergissing wel
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een vlinderpop, een soort langpootmug, een inlands lieveheersbeestje, twee parende maar verschillende Aziatische lieveheersbeestjes en aan een dode engerling die opgegeten wordt door mieren. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd.
Welke wesp is dit?
Tonny Ramaekers dacht dat ze een wesp had gefotografeerd, maar dat is het diertje op de foto hierboven zeker niet. Wat ze wel gefotografeerd heeft, is een langpootmug met de naam zwarte houtlangpootmug, afgekort zwarte houtlangpoot.
Om nog meer precies te zijn: dit is het vrouwtje van een zwarte houtlangpoot. Deze soort hoort net zoals alle andere langpootmuggen thuis bij de orde van de diptera (tweevleugeligen) in de familie van de langpootmuggen.
Zeldzaam is deze soort langpootmug niet meer. Wel is er, naast de zwarte houtlangpoot, nog een nauw verwante soort: de oranje houtlangpoot. Beide houtlangpootmuggen zijn nauwelijks uit elkaar te houden, omdat ze allebei enorm variabel zijn van kleur.
De vrouwtjes van beide soorten zijn groter dan de mannetjes en hebben een spits toelopend achterlijf. Dit spits toelopende achterlijf van het vrouwtje van de zwarte houtlangpoot is ideaal om eitjes gemakkelijk mee af te zetten in dood hout. Mannetjes van beide soorten hebben, net zoals veel andere langpootmuggen, mooie gevorkte antennes. Maar bij deze beide soorten lijken ze enigszins op geweien.
Vaak verrassen deze langpootmuggen vriend en vijand als ze vliegen. Ze lijken dan veel meer op wat grote sluipwespen dan op langpootmuggen. Overigens worden ze de laatste jaren vaker waargenomen dan voorheen, omdat Nederland gelukkig veel meer natuurlijk bosbeheer kent. Dus ligt er meer dood hout in de bossen.
Wat voor pop lag er in het gras?
Guido Min kwam een pop tegen in het gras. Volgens mij is dit een vlinderpop, ook wel rupsenpop genoemd. De pop van Guido heeft al de basisvorm van een toekomstige vlinder, met redelijk zichtbare delen zoals de kop, het borststuk en het achterlijf. Als je de pop beter gaat bekijken, zie je soms ook al de omtrekken van de antennes, de roltong en de vleugels in het popstadium.
Volgens mij is dit dus een vlinderpop van een kleinere soort nachtvlinder. In zo’n vlinderpop gebeurt een waar wonder. Het rupsweefsel wordt afgebroken en omgebouwd tot de structuren van een vlinder. Als Guido de pop in een mooi doorzichtig bakje legt met wat zand en een beetje vegetatie op de bodem en daarnaast wat stengels en/of takjes omhoog steekt, kan hij die pop vlinder zien worden.
Het liefst neem je hierbij de vegetatie uit de omgeving waar de pop gevonden is. Dan over het bakje een soort nylon stukje spannen, eentje dus waar lucht doorheen kan, en als het lang duurt af en toe een beetje water sproeien. Vaak duurt zo’n vlinderpopstadium acht tot zestien dagen.
Helaas zijn er sommige vlinderpopsoorten die overwinteren als pop. Dan moet Guido een jaar wachten en een jaar lang de pop af en toe vochtig houden. Maar misschien heeft hij geluk en komt de vlinder in zijn tijdelijke behuizing wel mooi uit de vlinderpop gekropen.
Een mogelijke nachtvlinder is de kleine zomervlinder, maar er zijn echt heel veel nachtvlinders. In ons land leven ruim 2400 vlindersoorten en daarvan zijn slechts zestig soorten echte dagvlinders. Dit betekent dat meer dan 97 procent tot de nachtvlinders, inclusief micro-vlinders, behoort.
Drie lieveheersbeestjes, zijn dit verschillende soorten?
Piet Plasmans stuurde me een leuk verhaal. Hij schreef heel mooi: “Zo zie je weken niks en dan, als de lente echt komt, barst het ineens van het leven en de rariteiten (of openbaringen natuurlijk).”
Zijn vraag heeft betrekking op de verschillende lieveheersbeestjes (in het Vlaams: pimpampoentjes) die hij zag. Piet wil weten of hij verschillende soorten heeft gezien en stuurde mij een foto waarop drie lieveheersbeestjes te zien zijn. Het bovenste lieveheersbeestje op de foto van Piet is het belangrijkste diertje. Dat is namelijk het zevenstippig lieveheersbeestje, een echt inheemse soort.
Van oudsher komt dit zevenstippig lieveheersbeestje al voor in onze inheemse fauna. Zowel de volwassen kevers als de larven eten grote hoeveelheden bladluizen, waardoor ze zeer geliefd zijn in onze tuinen en kassen. Daarnaast is dit zevenstippig lieveheersbeestje een brenger van geluk en is dit diertje een symbool tegen zinloos geweld.
De andere soorten zijn Aziatische lieveheersbeestjes. Die kunnen verschillende kleurvarianten hebben en toch gewoon paren met elkaar. In principe is het namelijk één en dezelfde soort, ondanks dat ze er heel verschillend uit kunnen zien. Ze zijn er in het oranje, rood tot geel of zwart. Daarnaast hebben ze een variabel aantal stippen, van nul tot wel negentien stippen, zie de foto hieronder.
Een betrouwbaar kenmerk van deze Aziatische lieveheersbeestjes ten opzichte van onze inlandse soort is een deukje in het dekschild van het achterlijf. Daarnaast - maar dat is minder vaak zeker - hebben ze een donkerrood of zwart centrum op de buikzijde met een lichtere randzone.
Wat je dus op de foto van Piet ziet, een oranje variant met stippen op een zwarte variant met twee rode stippen, kan prima een paring zijn.
Dood insect wordt gegeten door mieren
Els van Beers zag een dood gebogen insect in haar tuin, waar de mieren al flink mee bezig waren. Zij vraagt zich af welk insect het is? Wat Els gefotografeerd heeft, is een dode engerling. Engerlingen zijn larven van een paar soorten bladsprietkevers. Met name van de meikever, de rozenkever en de junikever.
Deze engerlingen zijn heel herkenbaar, want ze hebben een C-vormig, wit- of roomkleurig lichaam met een bruine kop en zes pootjes. Deze larven/engerlingen leven in diverse omgevingen en eten daar levend of dood plantaardig materiaal. Deze wortel-etende larven/engerlingen - voornamelijk die van de meikevers en rozenkevers - kunnen hele gazons om zeep helpen.
Een larvenleven is overigens vaak langer dan dat van een kever. Volwassen kevers (imago’s) leven meestal niet langer dan een paar weken tot een maand. Het larvenstadium daarentegen - en dan vooral bij de grotere bladsprietkevers - kan meerdere jaren bedragen.
Rubriek mooie foto’s
In de rubriek mooie foto's dit keer een foto die gemaakt is door Johan van der Linden. Hij was in het buitengebied tussen Schijndel en Sint-Oedenrode gras van de wei aan het maaien om dit vervolgens te gaan voeren aan de koeien.
Plotseling vloog een kievit voor zijn tractor op. In het lange gras vond hij vervolgens een nestje met twee kievitjes die net uit het ei waren gekropen. De andere twee eieren waren aangepikt. Dankzij zijn kordate optreden heeft hij deze vier kuikens kunnen redden.
Natuurtip
Op 8, 9 en 10 mei vindt in de Maashorst en bij Herperduin de zesde editie van het biodiversiteitsweekend plaats.
Tijdens dit weekend wordt de biodiversiteit in een positief daglicht gezet. Iedereen wordt uitgenodigd om een kijkje te nemen en hierbij te helpen. Sinds 2015 wordt dit weekend om het jaar gehouden. De laatste jaren komt de eindstand steeds boven de duizend soorten uit.
Natuurcentrum De Maashorst aan de Erenakkerstraat 5 in Nistelrode is dit weekend het bruisende centrum. Daar worden alle tellingen bijgehouden en live gepresenteerd en daar kunnen de tellers terecht om uit te puffen en de mooiste waarnemingen te delen. Iedere natuurliefhebber kan deelnemen want elke waarneming, elk soort telt. Wil je niet tellen maar ben je wel geïnteresseerd, kom dan ook gewoon langs en verbaas je over alles wat wordt waargenomen. Bij het natuurcentrum zullen ook nachtvlinders geteld gaan worden.
Tal van specialisten komen helpen. Leden van de Jongeren in de Natuur (JNM), biologie- en ecologiestudenten komen samen met de leden van de lokale natuurorganisaties tellen. Een soort moet zich wel heel goed verstoppen wil deze niet op de lijsten van de tellers genoteerd worden.
Het tellen begint vrijdagmiddag 8 mei om vijf uur 's middags en duurt tot en met zondag 10 mei om vijf uur 's middags. Dan wordt ook de officiële eindstand bekendgemaakt. Tijdens de openingstijden van het natuurcentrum is iedereen van harte welkom om een kijkje in het gebouw De Raaf te nemen waar de tellers hun uitvalsbasis hebben. Gaan ze het record van 1438 verschillende soorten uit 2024 verbreken? En welke soort wordt dit jaar het vaakst waargenomen?
Meer informatie
• Natuurcentrum De Maashorst via deze link.

