Karels passie werd ook zijn einde: 'Het is goed zo, ik heb genoten'
Bij Karel Beugelaar uit Eindhoven draaide het leven om genieten. Van een visje op de markt, bloemen voor zijn Miekje en urenlang knutselen in zijn eigen atelier. Als schilder verdiende hij de kost, daarmee kon hij voor zijn meisjes zorgen. Maar uiteindelijk was het juíst dat werk dat hem ziek maakte. Hij overleed vlak voor zijn tachtigste verjaardag
De benauwdheid treedt voor het eerst op als Karel in de tuin aan het werk is. "Maar later ook als hij even de drukte opzocht, een visje ging eten op de markt of bloemen haalde voor de liefde van zijn leven, mijn moeder Miekje", vertelt dochter Charlot. De benauwdheid legde hem steeds meer beperkingen op.
En open, nuchter en een tikkeltje eigenwijs als Karel was, keek hij zijn vrouw en dochters aan: "Dit wordt mijn einde." Charlot vroeg haar vader wat hij nog uit het leven wilde halen. En daar had Karel een simpel, maar waardevol antwoord op: "Genieten."
"Het is goed zo. Ik heb genoten."
En genieten? Dat deed Karel, zolang het nog mogelijk was. Iedere dag was hij te vinden in zijn eigen atelier, tussen de kledingkasten en omringd door kwasten, potloden en klei. Mini-kerststallen, zelfgemaakte figuurtjes, cartoons. Tot zijn laatste adem zat hij boven in zijn kunstenaarsparadijs te knutselen. "We grapten altijd dat hij zijn eigen dagbesteding was", zegt Charlot lachend.
Zijn creativiteit bracht hij ook in zijn afscheid. Jaren voor zijn overlijden had Karel al zijn eigen bidprentje ontworpen en een klein zelfportret van hout gemaakt. Het was een mannetje in schilderskleding, met een petje op.
Dit figuurtje zou op zijn kist komen te staan. "Wat jullie er daarna mee doen, mogen jullie zelf weten", had hij gezegd. Met een knipoog voegde hij eraan toe: "Dit kan ook de wisseltrofee worden, dat hij bij de volgende die gaat ook op de kist mag komen te staan, zo zou hij er toch nog een beetje bij zijn."
Karel bleef, ondanks de moeite met ademhalen, de humor inzien van het leven. "Toen er een rollator moest komen, sputterde hij eerst tegen. Dat was voor oude mensen, zei hij dan", vertelt Charlot. "Maar toen de rode rollator tóch een must werd, bestickerde Karel ‘m met een Ferrari-sticker. Zo maakte hij er toch weer zijn eigen ding van."
In de winter van 2024 krijgt Karel een longontsteking. Het is het eerste moment waarop hij toegeeft niet meer verder te willen. Hij wilde eerlijk zijn en zijn eigen grens kunnen bepalen. Toch vind de huisarts het nog te vroeg. "Ongeneselijk, maar niet ondragelijk", zo stelt de arts.
In het dagboek dat Charlot na zijn overlijden vond, las ze dat Karel het moeilijk vond om deze woorden te slikken. Maar hij wilde nog alles geven voor zijn vrouw en dochters waar hij zielsveel van hield. Ze waren zijn alles.
"De koffie vloog erdoorheen bij zijn afscheid."
Na anderhalf jaar 'bonustijd', zoals Charlot het noemt, vind Karel het genoeg. "Het is goed zo, ik heb ervan genoten." Zijn wereld was klein geworden: zelfs een paar meter lopen was niet meer mogelijk zonder een tussenstop.
De laatste weken waren druk bij Karel en Mientje thuis. "De koffie vloog erdoorheen", herinnert Charlot zich. Karel genoot van de drukte, van elke seconde.
"Ik wist niet dat ik zo populair was. Ik heb mijn best gedaan om een leven lang liefde te geven en vriendschap te delen, en dat ik dat zo intiem in tienvoud terug mag krijgen in mijn laatste momenten. Dat is grandioos", laat hij zijn dochter in hun laatste gesprek weten.
Maar Karel nam niet alleen afscheid van de mensen van wie hij hield, hij nam ook afscheid van het leven zelf. Drie koffers vol herinneringen had hij klaargelegd. "Hij hield van Sinterklaas en het samenzijn die dagen. Dus dan mogen we alles open gaan maken."
Voor zijn kleinkinderen maakte Karel persoonlijke cadeautjes en schreef hij brieven. Aan Mientje, de liefde van zijn leven, gaf hij zijn trouwring terug. "Tot de dood ons scheidt, Mientje. Maar ook zodat jij weet dat het goed zo is. We hebben een prachtig leven gehad."
"Ik vind het gewoon zó niet leuk dat hij er niet meer is."
In de laatste dagen ging Karel nog een keer op pad met zijn dochter. Samen reden ze naar een plek vol herinneringen: het bos van Son en Breugel, waar Charlot haar mooiste herinnering met haar vader beleefde.
Toen het hard had gesneeuwd, had Karel samen met zijn kinderen de slee achter de auto vastgemaakt, zodat ze konden spelen in de sneeuw. "Ik denk niet dat jij door hebt gehad hoe zeer ik jou altijd bewonderd heb", zegt Charlot tegen haar vader. "Jij was een geweldige papa, en ik ben zo blij dat jij mijn vader was."
Charlot heeft vrede met het afscheid dat haar vader nam van een voltooid leven. "We hebben hele mooie momenten gehad, vol liefde, humor en knuffels. Maar het is goed zo." Maar het doet pijn: "Ik vind het gewoon zó niet leuk dat hij er niet meer is. Met hem is een deel van mij meegegaan. We zijn nu anders verbonden, en dat is wennen."
