Gruwelijke moord leidt het einde in van de 'Bende van Oss'
Een 'wespennest', een 'haard van besmetting' die uitgeroeid moet worden. Zo werd in maart 1934 in dagblad De Telegraaf geschreven over de criminaliteit in Oss en dan met name door de beruchte 'Bende van Oss'. 'Het geldt een nationaal belang en onze nationale eer,' aldus de krant. In 1933 en 1934 beschreef de pers in steeds schrillere bewoordingen de toestand in het 'donkere katholieke zuiden'.
Justitie voelde de druk. Er moest iets gebeuren aan de criminaliteit die het Maasland nu al meer dan tien jaar in zijn greep had. En het werd steeds erger: begin 1934 werd er bijna elke dag een roofoverval of ander zwaar misdrijf gemeld. Met als droevig sluitstuk de roofmoord op de gebroeders Verhoeven in Oijen in mei van dat jaar, waarover bij Omroep Brabant onlangs de podcast Moord aan de Dijk verscheen.
Die moord in mei 1934 zorgde voor veel maatschappelijke verontwaardiging. Twee onschuldige bejaarde broers die midden in de nacht zo gewelddadig werden toegetakeld. Het werd - mede onder druk van de geschreven pers - een keerpunt: het misdrijf luidde het einde van de 'Bende van Oss' in.
Tot begin jaren dertig besteedde de nationale pers niet veel aandacht aan de criminaliteit in Oss. Vanaf 1933 veranderde dat in rap tempo. In het voorjaar van 1934 schreef 'Het Volk': "In Oss met zijn 15 duizend inwoners zijn in 12 maanden tijd meer menschen op gewelddadige wijze gedood dan in driekwartmiljoenenstad Amsterdam." De politie werd 'slappe maatregelen' verweten waardoor het volgens de krant 'met de dag erger wordt'.
Beluister hier 'Moord aan de dijk' of zoek hem op in je favoriete podcast-app:
"Als het aan mij lag, gingen ze onmiddellijk naar een concentratiekamp."
Burgemeester Jan Ploegmakers van Oss zag het probleem, hoewel het volgens hem maar over een paar families aan het Schaijks Veld ging. Zijn handen jeukten om die keihard aan te pakken. In een interview zei hij: "Als het aan mij lag, gingen ze onmiddellijk naar een concentratiekamp - onverschillig of ze al dan niet iets op hun kerfstok hadden. We kennen ze allemaal." Het citaat stamt uit 1934, jaren voor de Tweede Wereldoorlog, maar illustreert hoe groot de maatschappelijke druk was om in te grijpen.
Maar de burgemeester ergerde zich vooral aan de pers. "Ik zou willen dat men zich wat intoomde en zich tevreden stelde met te vermelden uitsluitend wat door de politie of door mij wordt medegedeeld."
Toch kon ook Ploegmakers er niet omheen: de anarchie in zijn gemeente moest worden beteugeld. Met justitie werd afgesproken dat als er weer iets zou gebeuren, rijkspolitie, gemeentepolitie en marechaussee eendrachtig zouden samenwerken. In Oss zouden meteen invallen worden gedaan bij verdachte personen.
Dat is precies wat er na de roofmoord op de broers in Oijen gebeurde. Het leidde nog diezelfde nacht tot twee aanhoudingen die het begin van het einde waren voor de 'Bende van Oss'. Een donker hoofdstuk in de geschiedenis van Oss werd ruim een jaar later afgesloten met de veroordeling van ongeveer 70 Ossenaren tot meer dan 300 jaar gevangenisstraf en het definitieve einde van een crimineel netwerk dat het Maasland meer dan een decennium had geteisterd.
