Ontdek
STUIFMAIL

Een kleine wondertje in Boerdonk, Frans legt uit wat het is

Vandaag om 08:30 • Aangepast vandaag om 11:41

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan rollende koppen van onthoofde merels, een vogel uit Azië die inmiddels ingeburgerd is, een kunstwerk van rupsen en een prachtig, zeer klein insect. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.

Stuifmailvraag nummer 5
Noem drie soorten spinnenwebben.

A) Wielweb, hangweb en kriskrasweb.
B) Kettingweb, trechterweb en kriskrasweb.
C) Wielweb, hangmatweb en trechterweb.

Reacties graag naar [email protected]. De winnaar krijgt de eer én een prachtig kwartet met heel veel informatie over de Nederlandse nationale parken, geschonken door het Van Gogh Nationaal Park.

Zondag tussen elf uur ’s ochtends en twaalf uur ’s middags hoor je het antwoord.

Een kleine eikelboorder (foto: Ies van de Vossenberg).
Een kleine eikelboorder (foto: Ies van de Vossenberg).

Klein insect gezien: wat is het?
Ies Vossenberg was in Boerdonk een wulp aan het observeren toen ze een klein insect zag. Ze wil graag weten welk insect het is. Dit kleine wondertje heeft de prachtige naam kleine eikelboorder. Deze kleine keversoort behoort tot de familie van de snuitkevers. Kleine eikelboorders worden maximaal zo’n 7,5 millimeter groot. Het is wonderlijk wat de vrouwtjes van deze snuitkeverfamilie kunnen. Zij boren met hun lange, dunne snuit door de harde schil van onrijpe eikels. Dat is te zien in dit mooie filmpje. Aan het einde van de lange tunnel leggen ze één eitje.

Gaatjes in eikels (foto: Theo van der Rijk).
Gaatjes in eikels (foto: Theo van der Rijk).

In totaal kan zo’n kleine eikelboorder wel vijftig tunnels maken. Kortom: vijftig keer boren in een eikel, hoe knap is dat? Het eitje ontwikkelt zich vervolgens in de tunnel tot larve en is dan mooi beschermd. Als de rijpe eikel op de grond valt, kruipt de volgegeten larve eruit en meteen de bodem in, ondergronds dus, om daar te verpoppen. Het volgende voorjaar, in mei of juni, komt de kever uit de pop en daarna uit de cocon tevoorschijn. Daarna begint alles weer van voren af aan.

Een merel (foto: Saxifraga/Luc Hoogenstein).
Een merel (foto: Saxifraga/Luc Hoogenstein).

Onthoofde merels
Iemand zag op de stoep onthoofde merels en vraagt zich af wat daar is gebeurd. Het is altijd lastig om hierop een goed antwoord te geven als je de dader niet hebt gezien, maar ik zal toch een mogelijke verklaring geven. Allereerst is het belangrijk om te weten waarom een dier graag de kop van vogels, in dit geval merels, pakt. Het onthoofden van een vogel is een relatief simpele klus en dus snel te doen. Rovers moeten vaak snel handelen, omdat ook voor hen gevaar kan dreigen. Zo’n kop is snel los te maken en daarnaast zit daarin de hoogste voedingswaarde van een vogel.

Zo hoeft een rover minder energie te leveren en krijgt hij als beloning een hoge voedingswaarde. In een vogelkop, en zeker in de hersenen, zitten namelijk veel vetten, eiwitten en andere voedingsstoffen die essentieel zijn voor roofdieren en roofvogels. Wie zijn dan die rovers? Allereerst denk ik aan de grootste killer in ons stedelijk gebied: de huiskat. Deze zo lief lijkende dieren zijn ware specialisten, die soms alleen de kop van een vogel opeten en de rest laten liggen.

Daarnaast is de sperwer een goede kandidaat. Sperwers zijn gespecialiseerde vogeljagers die merels tijdens hun vlucht op de grond slaan en de kop vaak direct afbijten. Verder zijn er nog steenmarters en vossen, die ook dol zijn op vogelkoppen. Vind je onthoofde vogels in het buitengebied, dan kan het ook het werk zijn van een bosuil of havik.

Een fazanthen (foto: Lorraine van Geffen).
Een fazanthen (foto: Lorraine van Geffen).

Welke vogel zit in mijn tuin?
Lorraine van Geffen zag in haar tuin een vreemde vogel en vraagt zich af wat ze heeft gezien. Op de foto is een bruin getinte, wat grotere vogel te zien. Volgens mij gaat het om een fazant. Oorspronkelijk kwamen fazanten niet voor in ons land, maar in Azië. Sinds de Romeinse tijd zijn deze vogels uitgezet in onze streken. Daardoor worden ze tegenwoordig als een inheemse soort beschouwd. Fazanten hebben zich goed aangepast aan de door mensen beïnvloede omgeving, met name in agrarische gebieden, bosranden en bosrijke omgevingen. In die gebieden zijn ze vaak opvallende verschijningen, vooral de hanen.

Over het algemeen zijn fazanten schuw, maar in de buurt van mensen kunnen ze ook vrij tam worden. Hoewel ze in bomen kunnen schuilen, brengen ze het grootste deel van hun leven op de grond door.

Een fazanthaan en een hen (foto: Saxifraga/Piet Munsterman).
Een fazanthaan en een hen (foto: Saxifraga/Piet Munsterman).

Het vrouwtje van de fazant valt bijna niet op met haar grondkleurige verenpak. Het mannetje daarentegen wel. Fazanthanen hebben een lange staart en de rest van hun verenpak is zeer kleurrijk. Dit is bij de mannetjes het hele jaar door aanwezig. In het voorjaar, als de paartijd aanbreekt, laat de fazanthaan zijn opvallende verentooi goed zien. Daarnaast dragen de rode lellen rond de ogen bij aan het kleurrijke uiterlijk. Tijdens deze periode bakenen de hanen hun territorium af en proberen ze hennen te lokken om een harem te vormen. De staartveren van het mannetje staan dan vaak rechtop en de hanen schudden met hun veren. Ook wapperen ze wild met hun vleugels en laten ze een luid gekakel horen. Deze show vindt vooral in het voorjaar plaats.

Vervolgens houdt het mannetje vier tot acht vrouwtjes in zijn harem. Na de paring leggen de hennen hun eieren. In één nest liggen vaak eieren van meerdere hennen. De fazanthaan houdt daarna zijn harem van hennen en jonge dieren goed in de gaten.

Spinselmotten (foto: Judith Plooijer).
Spinselmotten (foto: Judith Plooijer).

Een soort web, gevuld met rupsjes, over een boom?
Judith Plooijer zag een soort web verspreid over een boom, waarin rupsjes zaten. Zij vraagt zich af welke rupsjes dit zijn. De rupsjes die zij heeft gezien, zijn die van spinselmotten, ook wel stippelmotten genoemd. Soms pakken ze een boom of struik helemaal in; het lijkt dan net op het werk van de kunstenaar Christo.

Toch is dit 'inpakken' van groot belang. De rupsjes doen dit om zich te beschermen tegen vijanden. Ze spinnen vaak enorme webben, die een hele struik of zelfs een hele boom kunnen bedekken en bovendien vrij taai zijn. Vogels en andere rupsetende dieren kunnen hier moeilijk doorheen. De rupsen kunnen zo ongestoord een struik of boom vrijwel helemaal kaal eten. Daarna, als ze volgevreten zijn, verpoppen ze. Zodra dat gebeurt, krijgt de struik of boom weer nieuwe bladeren.

De bomen en struiken die hier vaak door worden getroffen, zijn onder meer meidoorn, sleedoorn, kardinaalsmuts en vogelkers. Deze soorten zijn goed aangepast aan dit verschijnsel. Er is dus niets aan de hand. Hoe mooi is dat! Dit fenomeen zie je vooral in mei en juni.

Een bonte kraai (foto: Michel Felten).
Een bonte kraai (foto: Michel Felten).

Vreemde kraai gezien op Rhodos
Michel Felten was op vakantie op Rhodos en zag daar kraaien die hij nog nooit eerder had gezien. Eerst dacht hij dat ze ziek waren of een pigmentverstoring hadden, maar al snel merkte hij dat alle kraaien daar er zo uitzien. Wat Michel heeft gezien, zijn familieleden van de gewone kraai, namelijk bonte kraaien. Dit zijn zeer algemene standvogels op Rhodos en niet alleen daar, maar in heel Griekenland.

In ons land zagen we voorheen bonte kraaien uit Scandinavië tijdens de winterperiode, maar dat is tegenwoordig duidelijk minder geworden. Ze worden nog wel sporadisch waargenomen in de noordelijke provincies. Dat ze minder in ons land aanwezig zijn, komt vermoedelijk doordat de temperaturen in Scandinavië zachter zijn geworden, waardoor er daar voldoende voedsel voor hen te vinden is.

Een zwarte kraai foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).
Een zwarte kraai foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).

Bonte kraaien zijn tweekleurig: zwart en vuilgrijs. Ze zijn nauw verwant aan de zwarte kraai (zie de foto hierboven) en worden ook ongeveer even groot, tot maximaal 51 centimeter. Naast het kenmerkende kraaiengeluid maakt de bonte kraai nog een ander geluid. Dit gebeurt meestal bij het landen en heeft waarschijnlijk als functie om soortgenoten op de hoogte te stellen van zijn of haar aanwezigheid.

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.