Ontdek
STUIFMAIL

Frans legt uit: dit beestje in huis is echt niet gevaarlijk

Vandaag om 08:30 • Aangepast vandaag om 09:56

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een boktor die onschuldig is, een rover die door de tuin rent en dol is op slakken en een vreemd aangroeisel bij een struik. Deel één van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd.

Een veranderlijke boktor (foto: Hermien de Jong).
Een veranderlijke boktor (foto: Hermien de Jong).

Vreemde beestjes in huis: hoe komen die binnen?
Hermien de Jong zag in haar huis ineens vreemde beestjes. Ze vond ze vies en heeft ze meteen bestreden, maar wil toch graag weten wat ze heeft gezien. Wat ze in huis had, waren veranderlijke boktorren. Deze kevers zijn heel onschuldig: ze doen niets en maken niets kapot. Er ontstaat geen schade aan houten meubelstukken in huis.

Een veranderlijke boktor (foto: Saxifraga/Frits Bink).
Een veranderlijke boktor (foto: Saxifraga/Frits Bink).

De volwassen vrouwtjes van de veranderlijke boktor (een keversoort) leggen hun eitjes op hout waar de schors nog omheen zit. Waarschijnlijk heeft Hermien een houtkachel en is de kever met de schors van het hout mee naar binnen gekomen. Het kan ook zo zijn dat de veranderlijke boktorren door een open raam naar binnen zijn gevlogen. Via datzelfde raam kunnen ze ook weer naar buiten, want ze blijven liever niet in huis.

De naam 'veranderlijke boktor' is gebaseerd op het feit dat er uiteenlopende kleurvariaties van deze kever voorkomen. De naam ‘bok’ danken ze aan hun naar achteren gerichte antennes, die lijken op de hoorns van een bok. Zoals eerder aangegeven leggen de vrouwtjes hun eitjes in afgestorven bomen of gezaagd hout waar de schors nog op zit. Leg je dat hout binnen op voorraad, dan gaat de ontwikkeling van de larven in het hout gewoon door. Kortom: het is beter om stukken hout zonder schors naar binnen te halen.

Een tuinschallebijter (foto: Kevin Backx).
Een tuinschallebijter (foto: Kevin Backx).

Welke soort kever is dit?
Kevin Backx vraagt zich af welke soort kever hij heeft gezien. Hij stuurde een foto mee. Op die foto zie ik heel duidelijk een tuinschallebijter.

Tuinschallebijters zijn echte renners, onder meer dankzij hun lange poten. Het zijn rovers die behoren tot de familie van de loopkevers. Deze keversoort heeft een vrij groot lichaam en kan een maximale lengte bereiken van drie centimeter. De dieren zijn zwart van kleur, met een opvallende violetachtige glans op de randen van het borststuk en de dekschilden.

Ze hebben vleugels onder hun dekschilden, maar kunnen daar niet mee vliegen. Tuinschallebijters, ook wel tuinloopkevers, gewone veldloopkevers, woudloopkevers of tuinschallebijters genoemd, knippen hun prooidieren – zoals slakken, regenwormen en insectenlarven – in stukken, waarna ze die direct opeten. De larve van de tuinschallebijter is overigens ook een echte rover. In tegenstelling tot het volwassen dier (het imago) jaagt de larve niet actief, maar ligt hij verscholen te wachten tot een prooi dichtbij komt.

Volwassen tuinschallebijters zijn vooral ’s nachts actief. Je kunt ze dan tegenkomen in bossen en parken, maar ook in tuinen. Overdag schuilen ze onder stenen en houtblokken, en soms ook in huizen.

Peer-jeneverbes roest op een conifeer (foto: Ad de Jager).
Peer-jeneverbes roest op een conifeer (foto: Ad de Jager).

Vreemd aangroeisel aan een struik?
Ad de Jager zag een vreemd aangroeisel bij een struik. Waarschijnlijk gaat het om een bekende schimmel uit de roestfamilie: de peer-jeneverbesroest. Deze peer-jeneverbesroest behoort tot de vele roestschimmels die we in Nederland kennen. Het zijn organismen die tot het rijk van de schimmels behoren. Roesten zijn bijzonder interessant, omdat veel soorten tijdens hun levenscyclus van waardplant kunnen wisselen. Dat geldt ook voor de peer-jeneverbesroest.

Deze schimmel heeft twee heel verschillende waardplanten nodig om zijn levenscyclus te voltooien. Hij overwintert vooral op laagblijvende of struikvormige jeneverbesstruiken. In de lente ontwikkelt zich daarop een opvallend oranje vruchtlichaam van de peer-jeneverbesroest. Dit ziet eruit als geleiachtige klonten, zoals te zien is op de foto van Ad.

Peer-jeneverbesroest op een perenplant (foto: Corry Duindam).
Peer-jeneverbesroest op een perenplant (foto: Corry Duindam).

In dit bijzondere vruchtlichaam worden de sporen gevormd. Deze sporen worden vervolgens door de wind verspreid. Als ze op een perenblad terechtkomen, veroorzaken ze daar warme oranjegele tot rode, ronde vlekken. Aan de onderkant van deze vlekken ontstaan weer nieuwe vruchtlichamen. Die produceren op hun beurt opnieuw sporen, die via de wind op een jeneverbes of een soortgelijke struik terecht kunnen komen en deze aantasten. Zo is de levenscyclus van de peer-jeneverbesroest weer rond.

Een bloeiende meidoorn (foto: Frans Kapteijns).
Een bloeiende meidoorn (foto: Frans Kapteijns).

In principe is de peer-jeneverbesroest geen echte exoot, omdat we niet kunnen bewijzen dat deze schimmel niet op eigen kracht in Nederland is gekomen. Wel is duidelijk dat de roest voor zijn voortbestaan afhankelijk is van gekweekte exoten, zoals fruitbomen.

Daarnaast is inmiddels bekend dat sommige vormen van peer-jeneverbesroest ook onze wilde jeneverbes infecteren, met als tweede gastheer onder meer de lijsterbes en de meidoorn.

Een paring van dennenpijlstaarten (foto: T. Summeren).
Een paring van dennenpijlstaarten (foto: T. Summeren).

Welke nachtvlinder is dit?
T. Summeren stuurde mij een foto met de korte tekst: ‘nachtvlinder’. Dat laatste klopt helemaal, maar ook weer niet helemaal. Op de foto staan namelijk niet één, maar twee nachtvlinders. Wat je ziet is de paring van twee dennenpijlstaarten. De paring van dennenpijlstaarten vindt meestal plaats in het voorjaar, soms zelfs al in april. Deze vlinders behoren tot de familie van de pijlstaartvlinders. Dennenpijlstaarten zijn voornamelijk nachtactief en zelden overdag te zien. Ze houden van kamperfoelie en zeepkruid.

De rupsen van de dennenpijlstaart kun je tegenkomen op grove dennen en fijnsparren. Deze vlinder komt vooral voor op de zandgronden, dus zeker ook in Brabant. Na de paring zetten de vrouwtjes hun eitjes af in de buurt van hun waardplanten, vooral grove dennen, maar ook andere naaldbomen worden bezocht. Als de rupsen voldoende naalden hebben gegeten, kruipen ze naar beneden om een geschikte plek in de bodem te zoeken. Daar graven ze zich in, in de strooisellaag of in losse aarde onder dennen of sparren. In de bodem maken ze een popkamer waarin ze veranderen in een pop. Zo overwinteren de dennenpijlstaarten. In het volgende voorjaar of de vroege zomer komen ze weer tevoorschijn als nachtvlinder.

Geastrum welwitschii (Aardster via Koos Werther).
Geastrum welwitschii (Aardster via Koos Werther).

Rubriek mooie foto's
In de rubriek mooie foto’s dit keer een foto die ik kreeg toegestuurd van Koos Werther. Hij vond in een bloempot in Oudendijk de Geastrum welwitschii. Het blijkt pas de tweede vondst in Nederland te zijn. De vondst is opgestuurd naar en gedetermineerd door Leo Jalink, onderzoeker bij Naturalis in Leiden. Ontvangen via Koos Werther. Voor meer informatie, zie deze link

Schemertocht op de Kampina (foto: Natuurmonumenten).
Schemertocht op de Kampina (foto: Natuurmonumenten).

Natuurtip
Zaterdag 23 mei kun je van acht tot tien uur ’s avonds deelnemen aan een schemertocht door natuurgebied Kampina.

Beleef de stilte die neerdaalt over de Kampina als het schemert. In dit gebied vind je veel natte heide met vennen. Je merkt dat in het donker andere zintuigen op scherp worden gezet: je reuk, het gehoor en de tast. Een andere ervaring dan je misschien gewend bent, maar gelukkig kent de boswachter de weg.

Ervaar de rust tijdens zonsondergang: de tocht start in het licht en eindigt in het donker. Het blijft altijd een verrassing wat we onderweg tegenkomen. De excursieleiders vertellen over de dieren, planten en het beheer van de heide. Daarbij komen ook het ontstaan, het gebruik en de toekomst van de heide aan bod.

Meer informatie
•    Aanmelden is verplicht en kan via deze link.   
•    Vertrekpunt is de parkeerplaats aan de Burgemeester Van de Oeverweg, vlak bij de Posthoornseweg in Oisterwijk, zie deze link.  
•    Deelname kost 13,50 euro. Leden van Natuurmonumenten  betalen 9,45 euro. 
•    Deze excursie is gericht op volwassenen. Oudere kinderen zijn onder begeleiding van een volwassene ook welkom. 
•    Trek stevige wandelschoenen aan.
•    Draag kleding die past bij het weer.
•    Controleer jezelf achteraf altijd op teken!
•    Honden mogen niet mee.

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.