Ontdek
STUIFMAIL

Cora vindt dit een 'mooike', maar de larven zijn volgens Frans schadelijk

Vandaag om 08:30

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan kleine eikelboorder, een vuursalamander waarvan men vroeger dacht dat die echt uit het vuur kwam stappen en een grote dansvlieg die wordt gepakt door boskrabspin. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Stuifmailvraag nummer 6
Welke bekende vrucht heeft pitten aan de buitenkant in plaats van de binnenkant?

A)  Kiwi.
B) Kruisbes.
C) Aardbei.
D) Rode bes.

Reacties graag naar [email protected]. De winnaar krijgt de eer en een prachtig kwartetspel met heel veel informatie over de Nederlandse nationale parken geschonken door het Van Gogh Nationaal Park. Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord.

Een rozenkever (foto: Cora Peemen).
Een rozenkever (foto: Cora Peemen).

Welk 'mooike' heb ik op de foto gezet?
Cora Peemen stuurde mij een foto van een kever. Een 'mooike',  zoals ze zelf schreef. Ze wil graag de naam weten. De naam van de kever op de foto is rozenkever. Deze kever heeft lichtbruine dekschilden. De kop en het borststuk zijn groen. De rozenkever, ook wel Johanneskever genoemd, is een van de kevers uit de familie van de bladsprietkevers, zoals bijvoorbeeld ook de meikever. De naam Johanneskever is vermoedelijk gebaseerd op het feit dat de kever rond 24 juni veel te zien is. Tegenwoordig komen ze eerder tevoorschijn, zelfs al half mei. Dus laten we hen maar gewoon rozenkever of tuinkever noemen. Deze laatste naam past nog het best. Volwassen rozenkevers eten plantendelen zoals bloemknoppen, wat enigszins schadelijk is. Maar de vele larven (engerlingen) zijn écht schadelijk. Die vreten aan de wortels van grassen maar ook van andere planten. In je gazon kun je dat 'mooi' zien, want het gras komt dan los te liggen. In veel gevallen sterft het af. Daarnaast maken de vijanden van engerlingen - diverse vogels maar ook mollen - een puinhoop van je gazon als ze op zoek gaan naar de engerlingen. Ze ploegen zo’n gazon dan helemaal om. Je kunt dit tegengaan met biologische bestrijding zie deze link.  

Een kleine eikelboorder (foto: Ies van de Vossenberg).
Een kleine eikelboorder (foto: Ies van de Vossenberg).

Rectificatie
Afgelopen zondag 17 mei gaf ik een reactie op de vraag van Ies Vossenberg uit Boerdonk maar dit blijkt achteraf fout te zijn. Bij het zien van de foto die zij stuurde, dacht ik meteen aan een kleine eikelboorder, maar Kevin Gielen twijfelde daaraan. Hij kwam met de naam kersenpitkever (had ikzelf nog nooit van gehoord). Bij het nakijken van de foto, moet ik hem honderd procent gelijk geven.

Een kersenpitkever (foto: Ies van de Vossenberg).
Een kersenpitkever (foto: Ies van de Vossenberg).

Kersenpitkevers, ook wel steenvruchtenbloesemkevers genoemd, zijn kevers uit de familie van de snuitkevers. Vrouwelijke kersenpitkevers leggen hun eitjes in vruchtbeginsels van onder meer de gewone vogelkers en zoete kers. Hierdoor kunnen de larven de zachte pitten helemaal van binnenuit opeten. Later, als de vruchten naar beneden vallen, graven ze zich in de bodem om te verpoppen en te overwinteren. 

Beginnend echt judasoor (foto: Mieke van Splunder).
Beginnend echt judasoor (foto: Mieke van Splunder).

Welke paddenstoel is dit?
Mieke van Splunder vraagt zich af welke paddenstoel zij gefotografeerd heeft. Op haar foto staan duidelijk twee vruchtlichamen van de zwam echt judasoor. Deze zwam zie je het meest op vlierstruiken, maar ze kunnen ook op andere loofbomen of –struiken gevonden worden, zoals seringen. Echte judasoren kunnen parasitair zijn op levende bomen of struiken. Dan veroorzaken ze het bekende witrot. Daarna blijven ze vaak zitten en worden dan een saprofyt. Dit komt overigens vaker voor bij boomzwammen.

Oud echt judasoor (foto: Mieke van Splunder).
Oud echt judasoor (foto: Mieke van Splunder).

De naam judasoor is gebaseerd op het Bijbelse verhaal over Jezus' verrader Judas. Die Judas heeft zich vermoedelijk verhangen aan een vlier, nadat hij Jezus verraden had. Zijn bloeddruppels die op de takken vielen, zouden veranderd zijn in roodbruine zwammen. Overigens wel apart dat je aan een vlierstruik jezelf kunt verhangen, want dan moet je lichaam bijna niets wegen. Levend vlierhout bestaat vooral uit een zachte, sponsachtige kern en breekt dan ook snel af. Die takken zijn dus heel zwak, zelfs heel buigzaam, en daardoor windgevoelig. Dus zullen de takken bij zware belasting, bijvoorbeeld een menselijk lichaam of bij storm, snel afbreken. Ook Israël kent binnen de vlierbomenfamilie enkel de gewone vlier en dus moet Judas aan een andere boom gehangen hebben. Hoe dan ook, als je naar de binnenkant van de zwam kijkt - tegen het licht in - dan lijkt deze echt op een oor met zelfs een dooradering.

Vogelmelk (foto: Gerard van Sambeek).
Vogelmelk (foto: Gerard van Sambeek).

Hoe heet deze bloem, gevonden in een weiland langs de Maas?
Gerard van Sambee zag een mooie bloem in de weilanden langs de Maas. Hij wil graag weten wat de naam is van die mooie witte bloem. De naam van die prachtige plant is vogelmelk. Vogelmelk behoort tot de bolgewassen en dan tot de familie van de asperges. Vogelmelkplanten bloeien in mei en juni. Bij het uitkomen, komt er een schermvormige tros in beeld met tien tot twintig bloemen. Je ziet dan dat de onderste bloemstelen sterk verlengd zijn en zo een scherm vormen. Het allermooist vind ik de kroonbladen. Die zijn aan de buitenkant groen met een witte rand. Wat grappig is aan deze plant is dat de bloem sluit bij slecht weer. Dit doet de plant ook bij zon in de loop van de middag. Daarnaast heeft vogelmelk nog iets bijzonders: de plant kan zich zowel vegetatief als via zaad vermeerderen. De wetenschappelijk naam is ornithógalum. Die is afkomstig van een oude Griekse plantennaam die vogelmelk betekent. Hierbij staat 'ornithos' voor vogel en 'gala' voor melk. 

Een vuursalamander (foto: Menno van Rooij).
Een vuursalamander (foto: Menno van Rooij).

Wat is de naam van deze salamander in de Belgische Ardennen?
Menno van Rooij was begin mei aan het wandelen in het natuurpark Le Herou in de Belgische Ardennen toen hij een prachtige salamander tegenkwam. Hij stuurde mij een foto. De salamander die hij tegenkwam, heeft de naam vuursalamander. In ons land kun je die enkel tegenkomen in Zuid-Limburg. Met een kleine twintig centimeter is de vuursalamander één van de langste salamanders in Europa. In Europa kennen we namelijk maar twee salamanders die langer zijn. De grootste is de grottenolm, die zelfs een lengte kan bereiken van veertig centimeter. Op de tweede plek staat de Spaanse ribbensalamander (de grootste landsalamander) die een lente kan halen van ruim dertig centimeter. De vuursalamander is eenvoudig te herkennen, want die heeft een gedrongen zwart lichaam met daarop een patroon van gele vlekken of strepen. In ons land is er geen andere salamander die er zo uitziet. De larven zijn bruinzwart en krijgen als ze ouder worden al lichtgele vlekken ook op hun poten. Vuursalamanders hebben hun paartijd van de tweede helft van augustus tot november. Een heel groot verschil tussen de watersalamanders en deze vuursalamander is dat de paring plaatsvindt op het land, terwijl de paring van watersalamanders in het water plaatsvindt. Daarnaast leggen watersalamanders eitjes. Vuursalamanders leggen geen eitjes, maar brengen complete larven ter wereld, die bij de geboorte al 2,5 tot drie centimeter groot zijn. Op het menu van de volwassen dieren staan vooral regenwormen en naaktslakken. Op het menu van de larven staan, als ze klein zijn, watervlooien, zwarte en rode muggenlarven en fruitvliegjes. De grote larven gaan op jacht naar grotere prooien zoals veenmollen, waterpissebedden en kleine kikkervisjes. Hun naam hebben deze salamanders te danken aan een oude, hardnekkige mythe. Vroeger dachten mensen dat dit dier echt immuun was voor vuur en er zelfs in kon leven. Wil je meer over salamanders horen, luister dan naar de Stuifmail podcast nummer 190 en 191.

Een grote dansvlieg, gevangen door een boskrabspin (foto: Alex van den Akker).
Een grote dansvlieg, gevangen door een boskrabspin (foto: Alex van den Akker).

Wie staan op de foto?
Alex van den Akker kwam een bijzonder tafereeltje tegen op een bloem van de margriet. Hij stuurde mij een foto. Wat hij gezien heeft, is een grote dansvlieg die gepakt werd door vermoedelijk een boskrabspin. 

Een grote dansvlieg (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).
Een grote dansvlieg (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).

Grote dansvliegen behoren tot de grote vliegenfamilie, maar zij leven onder meer van andere vliegen. De mannetjes bieden tijdens de paartijd vrouwtjes vaak een gevangen vlieg aan. Hierdoor krijgt het mannetje de kans om een paring in te zetten, terwijl het vrouwtje de prooi leegzuigt. Vaak zie je zo’n grote dansvlieg op bloemen zitten waar zij de nectar opzuigen. Natuurlijk is dat heel gevaarlijk, want krabspinnen, zoals de gewone kameleonspin en de boskrabspin weten dit. Zij zitten daar op de loer om op hun beurt weer zo’n grote dansvlieg op hun menukaart te zetten. 

Een soort boskrabspin (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).
Een soort boskrabspin (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).

Boskrabspinnen leven voornamelijk in loofbossen en jagen vanuit een hinderlaag in plaats van een web te bouwen. Zo’n hinderlaag kan een strooisellaag zijn of bloemen van lage planten. Met hun sterke voorpoten grijpen de spinnen dan zo’n grote dansvlieg. Ze overmeesteren het insect vervolgens met een krachtige gifbeet. Dat is wat op de foto van Alex dus te zien is.

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.